In zijn pittige boek De virtuele boer (1999, Van Gorcum), waarvan zonet een tweede druk verscheen, argumenteert de Wageningse hoogleraar Rurale Sociologie Jan Douwe van der Ploeg dat zo'n modernisering juist de kern van het probleem vormt. Achter alle moderniseringsprojecten van de voorbije 40 jaar ging _ in elk geval in Nederland _ een paternalistische opstelling van het ministerie van Landbouw en zijn expertsysteem schuil, die geen oog hadden voor de reële differentiatie binnen de landbouw.
...

In zijn pittige boek De virtuele boer (1999, Van Gorcum), waarvan zonet een tweede druk verscheen, argumenteert de Wageningse hoogleraar Rurale Sociologie Jan Douwe van der Ploeg dat zo'n modernisering juist de kern van het probleem vormt. Achter alle moderniseringsprojecten van de voorbije 40 jaar ging _ in elk geval in Nederland _ een paternalistische opstelling van het ministerie van Landbouw en zijn expertsysteem schuil, die geen oog hadden voor de reële differentiatie binnen de landbouw. Het is onmogelijk van der Ploegs rijke boek in kort bestek recht te doen. In de kern beschrijft hij hoe het moderniseringsbeleid op dubbele wijze faalde. Op een succesvolle deelsector als de glastuinbouw na, bleken de moderne boeren niet efficiënter dan de anderen. Sterker, veel van de beste leerlingen, boeren die het meest getrouw de plannen van het ministerie volgden, zijn er nu het slechtst aan toe en vormen de meest gefrustreerde groep die voorop loopt in het verzet tegen datzelfde ministerie. Anderzijds volgde een brede onderstroom van boeren, op basis van vroegere ervaring, een eigen koers. De landbouw bleef veel diverser en gemengder dan de experts wilden erkennen. De virtuele boer is dan ook niet, zoals de term misschien suggereert, een boer die zijn business organiseert via het internet, maar de nauwelijks bestaande boer waarop ministerie en expertsysteem al vele jaren hun beleid enten. Een andere groep bedrijfsstijlen past onder de noemer verbreding of vermaatschappelijking van de landbouw, soms kortweg plattelandsontwikkeling genoemd. Hierbij worden nieuwe verbindingen met de rest van de maatschappij tot stand gebracht. De paardenhouderij, bijvoorbeeld, is in volle expansie en zou in Nederland nu al een bruto productiewaarde van 1,4 miljard gulden en zowat 7000 arbeidsplaatsen vertegenwoordigen _ vergelijkbaar met de slachtkippensector. Van der Ploeg berekent dat niet minder dan 4 miljard van het in totaal 7,5 miljard gulden beschikbare inkomen dat door de Nederlandse landbouw jaarlijks verwezenlijkt wordt, uit de verbrede bedrijven komt. Bovendien genereren deze bedrijven door hun verbreding nog eens 2,5 miljard gulden extra inkomen, hetgeen het beschikbaar inkomen in de verbrede landbouw op 6,5 miljard gulden brengt. De hardnekkige landbouwexpert zal wellicht opwerpen dat dit vele vormen van hobbyisme zijn, maar dat is een moralistische opvatting. Ten eerste helpen al deze bedrijven een leefbaar platteland te onderhouden en ten tweede is hun situatie gemiddeld minder zorgelijk dan bij de bedrijven die de experts koesteren."Plattelandsontwikkeling", zo besluit Jan Douwe van der Ploeg, "is voor velen het herwinnen van plezier in het werk, het vergroten van inzicht in en overzicht van het relevante geheel én het opbouwen van nieuwe socio-technische netwerken die reiken voorbij de vereenzaming en vervreemding die inherent lijken te zijn aan het modernisatieproces." Dat is ook de reden waarom hij vindt dat het beleid de plattelandsontwikkeling centraal moet stellen. Primo: omdat het oude beleid failliet is. Secundo: omdat de ruimte maar één keer gebruikt kan worden en de nieuwe benadering beter aansluit bij moderne ecologische en landschappelijke principes. Van der Ploegs boek is een goed antidotum tegen de al te snelle pessimistische conclusies die we de voorbije maanden gehoord hebben over de toekomst van de landbouw in onze contreien. De Nederlandse landbouw is zich al jaren zelfstandig aan het vernieuwen. Van der Ploegs boek maakt ons dan ook bijzonder nieuwsgierig naar de situatie in Vlaanderen.Dany JacobsDe auteur is hoogleraar Strategisch Management aan de Rijksuniversiteit Groningen en Associate Dean van TSM Business School, de business school van de unversiteiten van Groningen en Twente.Veel van de boeren die het meest getrouw de plannen van het Nederlandse ministerie van Landbouw volgden, zijn er nu het slechtst aan toe.