Werknemers van Godiva kunnen vanaf hun 52 met brugpen-sioen. Dat was het smeermiddel om het sociaal conflict bij de Brusselse chocoladeproducent tot een goed einde te brengen. In een periode dat de arbeidsmarkt haar wonden likt, is dit een nefast signaal. Het toont aan dat zowel vakbonden, werkgevers als de overheid (voor zo'n lage brugpensioenleeftijd moet de minister van Werk haar fiat geven) meer werkende 55-plussers toch niet als een absolute prioriteit beschouwen. Sinds 1 april mag het brugpensioen dan wel een stuk duurder zijn geworden voor de werkgever, in een aantal gevallen heeft die er blijkbaar geen probleem me...

Werknemers van Godiva kunnen vanaf hun 52 met brugpen-sioen. Dat was het smeermiddel om het sociaal conflict bij de Brusselse chocoladeproducent tot een goed einde te brengen. In een periode dat de arbeidsmarkt haar wonden likt, is dit een nefast signaal. Het toont aan dat zowel vakbonden, werkgevers als de overheid (voor zo'n lage brugpensioenleeftijd moet de minister van Werk haar fiat geven) meer werkende 55-plussers toch niet als een absolute prioriteit beschouwen. Sinds 1 april mag het brugpensioen dan wel een stuk duurder zijn geworden voor de werkgever, in een aantal gevallen heeft die er blijkbaar geen probleem mee om diep in de portemonnee te tasten en de kosten van het ontslag van oudere werknemers op de gemeenschap af te wen-telen. Het geval-Godiva toont aan dat we ons niet in slaap mogen laten wiegen door de recente positieve cijfers over de werkende 55-plussers. Volgens een recente studie van het Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE) is de werkzaamheidsgraad van de Vlamingen tussen 55 en 59 jaar de voorbije tien jaar sterk toegenomen (Van 56 naar 62,4 procent voor mannen). Maar eigenlijk is er amper reden tot optimisme. De werkzaamheidsgraad van de Belgische 55-plussers ligt nog altijd een stuk lager dan de doelstellingen van de Europese Unie. Die bepalen dat de werkzaamheidsgraad van de Europeanen tussen 55 en 64 jaar dit jaar 50 procent moet bedragen. Met 34,3 procent heeft Vlaanderen nog een lange weg af te leggen. En verbetering is niet direct in zicht. Geobsedeerd door de herverdeling op de arbeidsmarkt en de stijgende jeugdwerkloosheid (elke oudere werknemer die de arbeidsmarkt verlaat, zal wel vervangen worden door een jongere, is de redenering) zetten vakbonden en beleidsmakers volop in op de bestrijding van de jongerenwerkloosheid. Het perfecte alibi om de activering van 50-plussers op de lange baan te schuiven. Onlangs vertelde een sociaal assistent van een West-Vlaams OCMW dat een 52-jarige kandidaat-leefloner die zich wou inschrijven bij een VDAB-kantoor, wandelen werd gestuurd. "Voor mensen van uw leeftijd vinden we toch geen job meer", was het antwoord. Voor een publieke dienstverlener is dat een onaanvaardbare houding. Eerder dan enkel te focussen op de jongerenwerkloosheid zou de overheid beter volop inzetten op de activering van ouderen. Vroegere recessies hebben aangetoond dat de jongeren bij een herstel van de economie tamelijk snel opnieuw aan een job raken. Dat zal nu niet anders zijn, gezien de krapte waarmee de arbeidsmarkt snel weer te kampen zal hebben. Hoe dramatisch de kansen van ouderen zijn, blijkt ook uit cijfers van het WSE: in 2009 waren 50-plussers verantwoordelijk voor slechts 5,7 procent van alle aanwervingen. Een percentage dat al twee jaar daalt, terwijl het aandeel 50-plussers in de beroepsbevolking toeneemt. Vlaanderen scoort hier zeer slecht. In Europa doen enkel Slovenië, Wallonië en Brussel slechter. Wat meteen de stelling ontkracht dat ouderenwerkloosheid een uitsluitend Vlaams probleem is. Door Alain MoutonVroegere recessies hebben aangetoond dat de jongeren bij een herstel van de economie tamelijk snel opnieuw aan een job raken.