Zich na een rijk gevulde carrière terugtrekken in de vroegere provisorij van de abdij van de cisterciënzers. Het klinkt als de natte droom van niet weinig hard labeurende bedrijfsleiders die smachten naar wat rust.
...

Zich na een rijk gevulde carrière terugtrekken in de vroegere provisorij van de abdij van de cisterciënzers. Het klinkt als de natte droom van niet weinig hard labeurende bedrijfsleiders die smachten naar wat rust. Hoewel hij zijn werk als notaris definitief vaarwel zegde - hij adviseert wel nog enkele banken omtrent lijfrente, zijn specialiteit - zit het verhaal bij Paul Smits toch iets anders in elkaar. "Als kleine jongen al had ik de wens om op een groot domein in een klein, gezellig bijgebouw te leven. Ik heb nu net het omgekeerde: Villershof heeft een niet zo groot domein (vijf hectare), maar wel een groot gebouw. Het kasteel en de conciërgewoning tellen samen 67 kamers. Toch voelden mijn vrouw en ik ons hier meteen thuis. Vooral de rust en de kalmte van dit domein en de geschiedenis van het huis spraken ons aan. De kamers zijn misschien wat groter dan in een doorsneehuis, maar het zijn gewoon mooie, gezellige en heel lichte ruimtes. Ik had het onderhoud van het domein vooraf wel wat onderschat. Er is voortdurend iets te doen. Maar dat komt mij goed uit, want stilzitten is niets voor mij. Ik geniet ervan om mooie dingen te creëren. En ik steek er zelf ook heel wat fysieke arbeid in, net zoals op mijn boot. Het is niet omdat je kasteelheer bent, dat je naast je schoenen moet lopen." De zoektocht naar een geschikt domein begon zowat tien jaar geleden. Eerst vloog Paul Smits in 1991 in opdracht van een bevriend zakenman met diens oude tweedekker dagenlang in grote cirkels boven Antwerpen, op zoek naar een kasteeldomein. Vanuit de lucht viel het Smits op hoeveel grote kasteeldomeinen er nog liggen. Hij vond voor zijn vriend een prachtig, tachtig hectare groot domein in Kalmthout. Het wakkerde de drang naar een eigen domein alleen maar aan. "Toen we de vijftig naderden, vonden mijn vrouw en ik de tijd gekomen om ons te heroriënteren en op een verstandige manier te onthaasten," vertelt Paul Smits. "In het leven moet je opportunistisch zijn. Je moet weten wanneer je moet stoppen."In zijn queeste naar een uitgestrekt kasteeldomein zag hij verschillende kastelen de revue passeren: het prachtige kasteel van Zandhoven, een jachtslot langs de Nete en het kasteel van Annevoie bij Namen, met zijn beroemde tuinen. Uiteindelijk belandden ze via een bevriende notaris bij het eeuwenoude kasteel van Villers in Schoten. "Ik beschouw het als een enorm voorrecht te kunnen wonen in het oudste kasteel van Schoten. Maar ik zie het ook als mijn opdracht dit gebouw van grote historische waarde voor het nageslacht te bewaren."Het kostte hem een klein fortuin om het kasteel en het omringende park in zijn oude glorie te herstellen. En het begon slecht. Op de dag van de aankoop sprongen alle verwarmingselementen in het kasteel stuk en werd de plankenvloer bedekt onder een vuilbruine smurrie die uit de verwarmingsinstallatie kwam gelekt. Kostprijs: 50.000 euro. Daarna werd twee jaar lang met 26 man gewerkt om van het oude klooster een aangename woning te maken, met respect voor de authenticiteit. Alle kamers werden met de grootste zorg ingericht en gedecoreerd met prachtige oude wandtapijten en schilderijen. "Vooral aan het schilderwerk hebben we veel aandacht besteed. Voor een kasteel moeten de kleuren onopvallend mooi zijn, maar niet extravagant. Met oude kleuren en speciale schildertechnieken zoals de trompe-l'oeil kunnen prachtige effecten bereikt worden."Het interieur werd uitgerust met een eigentijds domoticasysteem en er werden een massagekamer, een fitnesskamer en een huisbioscoop ingericht. Ook het vijf hectare grote park kreeg een grondige opfrisbeurt. De grote, soms eeuwenoude eiken, platanen en beuken en twee monumentale treurwilgen werden in de mate van het mogelijke behouden. Er werden hagen geplant en een nieuwe boomgaard aangelegd. Het bosgedeelte werd opgeruimd en voorzien van wandelpaden. De slotgracht rond het domein en de grote vijver achter het kasteel werden in ere hersteld en er kwamen ook enkele bruggen. Rond het kasteel ligt een meer formele tuin naar Frans model met een loofgang, rozenperken en een fontein. Het pronkstuk van die tuin is een 'parterre de broderie', een krullend patroon van buxushaagjes met witte kiezeltjes, naar een ontwerp van de tuinarchitect Jean Chandersais. Her en der in de tuinen staan oude beeldhouwwerken, zoals een imposante stenen bank die Smits uit Engeland meebracht, Italiaanse putto's en een prachtig witstenen beeld van een vrouw met een groepje kinderen dat hij in fel verwaarloosde toestand vond in een kasteeldomein. De ijver die Paul Smits aan de dag legt, is niet zo vreemd. Als kasteelheer heeft hij een wapenschild met de spreuk 'Plus est en vous'. "Dat is mijn lijfspreuk, die ik vroeger altijd gebruikte om mijn medewerkers aan te sporen." Met dezelfde ijver overweegt hij ook het poortgebouw met ophaalbrug en de losstaande toren zoals die voorkomen op een prent uit de zestiende eeuw weer op te bouwen. "Er is nog veel werk, maar ik geniet ervan. Ik heb in mijn woning nog vier boekenwanden waarvan ik het grootste deel van de werken nog niet gelezen heb. Dat is iets voor binnen tien jaar. Zoals ik al zei: alles op zijn tijd."Dominique Soenens"Het kasteel en de conciërgewoning tellen samen 67 kamers. Toch voelden mijn vrouw en ik ons hier meteen thuis."