Sinds vier generaties staat het familiebedrijf Gillion aan de Belgische top in de wereld van het gewapend beton. Zijn referentielijst oogt indrukwekkend: het Residence Palace, de 'pakketboot' van het NIR op het Flageyplein, de gebouwen van de VRT aan de Reyerslaan, het metrostation Kunst-Wet, de Erasmus- en Sint-Lucasziekenhuizen, maar ook honderden kilometers wegen en autosnelwegen. Gillion deed bovendien, tot in 1959, een resem grote bouw- en infrastructuurwerken in Congo.
...

Sinds vier generaties staat het familiebedrijf Gillion aan de Belgische top in de wereld van het gewapend beton. Zijn referentielijst oogt indrukwekkend: het Residence Palace, de 'pakketboot' van het NIR op het Flageyplein, de gebouwen van de VRT aan de Reyerslaan, het metrostation Kunst-Wet, de Erasmus- en Sint-Lucasziekenhuizen, maar ook honderden kilometers wegen en autosnelwegen. Gillion deed bovendien, tot in 1959, een resem grote bouw- en infrastructuurwerken in Congo. In de inkomhal van het historische hoofdkantoor van de firma staat een hoofd in koper op een sokkel in zwart marmer. Onderaan het beeld staat een eenvoudig opschrift: Fernand Gillion, 1909-2005. "Toen hij al over de negentig was, reed mijn grootvader nog elke ochtend met de wagen naar het historische hoofdkwartier van de onderneming in Vorst, een van de eerste Belgische gebouwen in versterkt beton", zegt Philippe Gillion. Hij is de achterkleinzoon van René, die de onderneming Gillion oprichtte in de jaren twintig. Philippe Gillion kwam in 1993 het bedrijf binnen, dat toen geleid werd door de drie zonen van Fernand. Jean-René (zijn vader) was belast met het departement Openbare Werken en Gebouwen, Michel met de burgerlijke bouwkunde en Roland met de private werken. Philippe werd geleidelijk de referentiebestuurder en na de dood van zijn grootvader, in 2005, kreeg hij het gezelschap van Amaury de Mérode, de schoonzoon van zijn oom Roland, en van zijn neef Rodrigue, de zoon van Michel Gillion. De familie heeft gewacht tot na het overlijden van grootvader Fernand om de organisatie en de prioriteiten van het bedrijf onder de loep te nemen. "Al snel is mijn grootvader er intuïtief toe gekomen om de commerciële activiteit van de onderneming te scheiden van de financiële portefeuille, die hij met meesterlijke hand beheerd heeft tot aan zijn dood", vat Philippe Gillion samen. "Daardoor zijn we in de periode 1980-1990 niet met man en muis vergaan. Want dat was een zwarte tijd voor de bouw en in die periode zijn heel wat concurrenten verdwenen omdat hun eigen middelen uitgeput raakten. Op dat ogenblik had mijn grootvader 1800 mensen in dienst in België en nog eens een duizendtal in Congo. Hij hield zich gedeisd en zodra de storm voorbij was, heeft hij er de firma geleidelijk weer bovenop gebracht dankzij zijn financiële, maar ook zijn persoonlijke portefeuilles." De winkelgalerij aan de Gulden Vlieslaan in Brussel behoort tot de kroonjuwelen van de onderneming. Grootvader Fernand Gillion bouwde die langzaamaan door de private woningen van het hele huizenblok op te kopen. De restauratie van de historische winkelgalerij in de Brusselse bovenstad is een van de prioriteiten van de vierde generatie aan het roer bij Gillion. Ph.C.