Het tweede gedeelte van de Top 5000 geeft u de rangschikking per sector met de toegevoegde waarde als criterium.
...

Het tweede gedeelte van de Top 5000 geeft u de rangschikking per sector met de toegevoegde waarde als criterium.De sectorklassementen, gebaseerd op de toegevoegde waarde en niet op de omzet, vormen traditioneel het tweede gedeelte van onze Top 5000.In principe is de toegevoegde waarde het verschil tussen de waarde van de productie en die van het intermediair verbruik (per definitie aangekocht bij derden). Om te vermijden dat dit intermediair verbruik twee keer of meer in het geval van achtereenvolgende bewerkingen in het bruto nationaal product wordt ingecalculeerd, moet daarmee uiteraard rekening worden gehouden. De toegevoegde waarde is dus een maatstaf voor het economisch belang van elke onderneming, een gegeven dat een omzetcijfer ons niet kan verstrekken, vermits in het omzetcijfer automatisch de economische prestaties van de "vorige" productiefasen vervat zitten.Schematisch kan de toegevoegde waarde uitgesplitst worden in vijf elementen die elk betrekking hebben op één productiefactor : personeelskosten (personeel), afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen (uitrusting), financiële lasten (geleende middelen), belastingen en taksen (overheid), winsten (aandeelhouders).De eerste drie van deze componenten staan in de rangschikkingen uitgedrukt in % van de toegevoegde waarde. De winst vóór belastingen (in % van de toegevoegde waarde) kan makkelijk berekend worden door de som van die eerste drie percentages af te trekken van 100 %.In de volgende bladzijden vindt u dus de 5554 ondernemingen van onze algemene rangschikking volgens dalende toegevoegde waarde, en opgesplitst per bedrijfssector.Eerste kolom : een drielettercode geeft aan tot welke sector de beschouwde onderneming behoort. In de verklarende tabel vindt u een toelichting bij elke afkorting (zie blz. 178). Plaats : geeft de plaats van de onderneming in de sector volgens dalende toegevoegde waarde. Naam : de naam van de onderneming, eventueel verkort of volgens de gebruikelijke benaming. TW 1996 : de toegevoegde waarde over het boekjaar 1996 in miljoen frank. Die wordt berekend door eenvoudige optelling van de vijf elementen : personeelskosten, afschrijvingen (met inbegrip van voorzieningen en waardeverminderingen), financiële lasten, winst, belastingen en taksen.Met de veralgemening van de sociale balansen is het voortaan ook mogelijk de kosten voor interimarissen en/of ter beschikking gesteld personeel in rekening te nemen, wat een aanpassing van de toegevoegde waarde met zich meebrengt.TW/OC : geeft de verhouding tussen de toegevoegde waarde en de omzet. Een hoge ratio is op zich geen indicator van efficiëntie of competitiviteit, maar geeft wel onder meer inzicht in de al dan niet sterke verticale integratie van de onderneming. Uit de dagelijkse ervaring blijkt echter dat de kwetsbaarheid van een onderneming toeneemt naarmate de toegevoegde waarde lager ligt. PK/TW : de kosten voor interimarissen, ingeschreven personeel en ter beschikking gestelden uitgedrukt in procent van de toegevoegde waarde. Hoe groter de last van de personeelskosten, hoe groter de kans is dat het boekjaar met verlies wordt afgesloten. FK/TW : de financiële lasten uitgedrukt als procent van de toegevoegde waarde. Deze omvatten het bedrag tegenover rubriek 65, eventueel verlaagd met subsidies en verkregen intresten (code 9126). NKK/TW : afschrijvingen, voorzieningen (provisies) en waardeverminderingen in procent van de toegevoegde waarde. Onder "afschrijvingen" moet worden verstaan : "geheel van de niet-kaskosten". In balanstermen komt dat neer op de afschrijvingen in engere zin (630), vermeerderd met de waardeverminderingen (631/4) en de voorzieningen voor risico's en lasten (635/7). INV : materiële investeringen van het boekjaar. Of de tijdens het boekjaar aangeschafte materiële vaste activa : terreinen en gebouwen, installaties, machines en uitrustingsgoederen, meubilair en rollend materieel enzovoort. Op basis van dit cijfer kunnen interessante vergelijkingen worden gemaakt binnen eenzelfde sector. ADK : klantenkrediet, uitgedrukt in aantal dagen. Deze ratio meet de tijd die gemiddeld verloopt tussen een verkoop en de betaling ervan. Deze betalingstermijn kan enerzijds vergeleken worden met de gangbare voorwaarden in de sector en anderzijds met de werkelijk aangeboden voorwaarden. Waartoe dient deze ratio in feite ? Hoofdzakelijk om de liquiditeit van de commerciële schuldvorderingen op korte termijn te meten. Deze ratio moet echter wel met de nodige omzichtigheid worden gehanteerd. Een hoge gemiddelde betalingstermijn kan zowel een gevolg zijn van een marketingoptie, als van een gebrek aan opvolging van vervallen schuldvorderingsdatums. We laten het aan uw zorgen over elk van deze alternatieven te onderzoeken.ADL : het leverancierskrediet of de betalingstermijn aan leveranciers vormt uiteraard de keerzijde van de medaille. Net zoals het vorige krediet maakt deze ratio een vergelijking met het gemiddelde van de sector. De gebruiken kunnen sectorieel nogal verschillen. Deze ratio wordt vaak door leveranciers toegepast om de betaalgewoontes van potentiële klanten te evalueren. De interpretatie ervan moet meer genuanceerd worden. TW/AP : (toegevoegde waarde/aantal personeel) toegevoegde waarde per werknemer. Dit is een klassieke productiviteits- en dus rendabiliteitsmaat. Deze ratio is een functie van kapitaalintensief gebruik in het productieproces en moet eveneens met de nodige omzichtigheid gehanteerd worden. AP : staf of personeelsbestand bij afsluiting van het boekjaar, zoals de personeelsleden voorkomen of zouden moeten voorkomen in de sociale balans van een onderneming.