Economisch zwaargewicht
...

Economisch zwaargewichtDe Belgische ziekenhuizen boekten in '92 een toegevoegde waarde van 148 miljard, dat is 2,1 % van het bruto binnenlands product (BBP). Dit berekende Piet Coppieters, professor Economie aan de Ufsia. Hij is op 22 november één van de sprekers op een symposium over de economische effecten van de social profitsector, ingericht door de gezondheidszorggroep Covabe (zie Trends, 31 oktober '96). Het cijfer 148 miljard is gebaseerd op een allesomvattende jaarrekening van 80 % van de algemene ziekenhuizen in België (dus niet de psychiatrische ziekenhuizen). Die jaarrekening is op haar beurt een werkstuk van de Brusselse universiteit VUB. Ter vergelijking : volgens het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS) haalden de Fabrimetal-sectoren (metaalverwerkende en elektrotechnische nijverheid) in '91 een toegevoegde waarde van 458 miljard frank. De Fabrimetal-sectoren behoren tot de grootste van de Belgische economie. Onder toegevoegde waarde van de ziekenhuizen verstaat Coppieters lonen & salarissen, afschrijvingen, diverse bedrijfskosten, waardeverminderingen, financiële kosten en resultaat. De bedrijfsopbrengsten van de ziekenhuizen lagen in '92 op 241 miljard frank of 3,3 % van het BBP. Opnieuw ter vergelijking : berekend op basis van een steekproef haalde 70 % van de Fabrimetal-bedrijven in '92 samen voor 1030 miljard bedrijfsopbrengsten.Voorts becijferde Coppieters op grond van de nationale rekeningen dat de Belgische gezinnen in '94 voor ongeveer 600 miljard aan gezondheidszorg spendeerden of 8 % van het BBP (onder meer 235 miljard aan artsen en paramedici, 220 miljard aan ziekenhuizen en 105 miljard aan geneesmiddelen). In '93 was dat nog 560 miljard of 7,8 % van het BBP. Internationaal scoren we daarmee niet slecht : volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) gaven de Nederlandse gezinnen in '94 8,8 % uit aan gezondheidszorg, de Duitse 9,5 %, de Franse 9,7 % en de Amerikaanse 14,3 %. Ten slotte haalde Coppieters uit RSZ-gegevens dat de gezondheids- en welzijnssector in de brede zin (ziekenhuizen, rusthuizen tot en met gezinshulp en buurtwerk) in '94 318.000 werknemers telde, of 10 % van het totaal aantal werknemers in België. In '92 was dat 308.000 werknemers, in '90 298.000. Daarmee heeft de branche meer personeel dan de Fabrimetal-sectoren, die 210.000 werknemers telden in '94. Het aantal zelfstandigen in de gezondheids- en welzijnssector (geneesheren, tandartsen, apothekers, vroedvrouwen...) bedroeg 59.500 in '94, in '85 was dat 41.500.DE ECONOMIE VAN DE GEZONDHEIDSZORG In '94 gaven de Belgen 600 miljard frank uit aan gezondheidszorg.