Sinds januari 2015 gaan de diepvriesgroentebedrijven Ardo en Dujardin Foods samen door het leven als Ardo. De vijftien productie-, verpakkings- en distributiesites van Ardo in acht landen, werden samengevoegd met de vijf productievestigingen van Dujardin Foods in drie landen. De operatie bracht ook de zeven takken van de familie Haspeslagh samen en creëerde een familiebedrijf dat in het verlengde boekjaar 2014-2015 goed was voor 1,2 miljard euro omzet en een bedrijfsresultaat van 55 miljoen euro. "Onze go...

Sinds januari 2015 gaan de diepvriesgroentebedrijven Ardo en Dujardin Foods samen door het leven als Ardo. De vijftien productie-, verpakkings- en distributiesites van Ardo in acht landen, werden samengevoegd met de vijf productievestigingen van Dujardin Foods in drie landen. De operatie bracht ook de zeven takken van de familie Haspeslagh samen en creëerde een familiebedrijf dat in het verlengde boekjaar 2014-2015 goed was voor 1,2 miljard euro omzet en een bedrijfsresultaat van 55 miljoen euro. "Onze goede financiële resultaten schrijven we toe aan interne optimalisatie, kostenverbetering en innovatie", zegt CEO Jan Haspeslagh. Voor innovatie wijst hij onder meer naar de groei van biologische producten. "Duurzaamheid is een belangrijke groeimotor. Dat afnemers een garantie op duurzame groenten krijgen, heeft ons extra klanten bezorgd. Greenpeace wil tegen 2030 de pesticiden de wereld uit. Die druk voelen onze klanten ook." Ardo communiceerde tot voor kort niet echt over zijn inspanningen rond duurzaamheid. Het MIMOSA-programma (minimum impact, maximum output, sustainable agriculture) brengt daar verandering in. Het project legt intern en extern - bij klanten, leveranciers, werknemers, overheden, buren... - uit hoe het bedrijf met duurzame landbouw investeert in de mens, het milieu en de maatschappij. Maar het is geen louter communicatieverhaal. De onderneming wil op termijn de gewasbeschermingsmiddelen op de vriesverse producten elimineren. Ardo gebruikt die nog wel, maar ze blijven almaar minder kleven op het eindproduct. "Twee jaar geleden was 40 procent residuvrij. In een jaar tijd klommen we naar 60 procent. En dat zonder opbrengstverlies", stelt Jan Haspeslagh. Het gebruik van andere spuitschema's en gps-technologie is mee de reden voor de daling van gewasbeschermingsmiddelen. Sommige sites garanderen al een volledig residuvrij resultaat, andere worden moeilijker overtuigd. "Landbouwers vrezen soms dat ze minder zullen oogsten, maar met proefvelden tonen we dat het kan", zegt Haspeslagh. "Ik ben overtuigd dat we op termijn naar 100 procent biologische landbouw kunnen evolueren met dezelfde opbrengst. Waarom zouden we het dan niet doen? Ik geloof niet dat herbiciden en pesticiden slecht zijn voor de gezondheid, maar ze zijn dat wel voor de natuur en voor de grond waarin we werken. Die mag niet kapot gaan. Duurzaamheid is voor ons een modern woord voor gezond boerenverstand." WOUTER TEMMERMAN"Ik ben ervan overtuigd dat we naar 100 procent biologische landbouw kunnen evolueren met dezelfde opbrengst"