De tabakssector was onlangs weer in het nieuws. Philip Morris trekt een half miljoen euro uit om zijn belangen in het Europees Parlement te behartigen. Ook Japan Tobacco International (JTI) kwam in de media, toen bekend werd dat het zes jonge Vlaamse politici had uitgenodigd op Tomorrowland. Meteen rees de vraag: mogen politici ingaan op zulke uitnodigingen?
...

De tabakssector was onlangs weer in het nieuws. Philip Morris trekt een half miljoen euro uit om zijn belangen in het Europees Parlement te behartigen. Ook Japan Tobacco International (JTI) kwam in de media, toen bekend werd dat het zes jonge Vlaamse politici had uitgenodigd op Tomorrowland. Meteen rees de vraag: mogen politici ingaan op zulke uitnodigingen? Op zich is er niets mis met politici die contacten hebben met ondernemingen, organisaties en belangengroepen. Lobbyen is zo oud als de mensheid. Al in het oude Athene bestond het recht van petitie. Het woord 'lobbyen' ontstond in het Britse parlement. De lobby was begin achttiende eeuw de plek waar burgers hun parlementslid konden treffen om een verzoek in te dienen of hun beklag te maken. Lobbyen is eerst en vooral het verstrekken van informatie. Daaronder vallen ook het inwinnen van informatie en het verzamelen van politieke, economische of sociale argumenten ten behoeve van politici, ministers, parlementsleden, kabinetsmedewerkers, ambtenaren of ngo's. Iedereen kan lobbyen en velen doen het. Toen Delphine Boël een kaartje schreef naar kardinaal Godfried Danneels om te bemiddelen bij koning Albert, was ze aan het lobbyen. En geen kat die gelooft dat Elio Di Rupo tijdens zijn jongste bezoek aan China geen goed woordje heeft gedaan om pandaberen naar Pairi Daiza te krijgen. Er zijn veel lobbyisten actief: in de Europese Unie 25.000, in Washington DC 15.000. Dat zijn professionele public-affairsondernemingen, advocaten, werkgeversfederaties, werknemersorganisaties, ziekenfondsen, ngo's, pressiegroepen zoals de milieubeweging, consumentenverenigingen, mensenrechtenorganisaties enzovoort. In Europa kende lobbyen een doorbraak in 1979 met de eerste rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement. Een tweede boost kwam er in 1986 met de Europese Akte. Dat is typerend: onze samenleving wordt steeds complexer. Dat alles vertaalt zich in steeds meer wetgeving, die bovendien steeds ingewikkelder wordt. Voeg daarbij de complexe organisatie van de overheden, bijvoorbeeld van de Europese Unie met zijn vele instellingen, maar ook van individuele landen als België. Niet verwonderlijk dat velen tussen de bomen het bos niet meer zien. Politici zijn zelf vragende partij om goed geïnformeerd te worden. Daar komen de belangenbehartigers in beeld. Want politiek is een machtsspel. Iedereen heeft zijn belangen. Die zijn zeer uiteenlopend. In elk dossier zijn er afwijkende visies en standpunten. Telkens als politici een beslissing moeten nemen, moeten ze dat zo evenwichtig en doordacht mogelijk doen. Over de grote principes is iedereen het eens. Het is bij de concrete invulling van politieke beslissingen dat de belangen naar boven komen. Vrij vertaald: marktbescherming, productbescherming, subsidieregelingen, belastingvrijstellingen enzovoort. Dan is het noodzakelijk dat iedereen zijn stem kan laten horen. Dat gebeurt op publieke fora, zoals het parlement en de media. Maar wetgevend werk en andere politieke beslissingen moeten worden voorbereid. In dat complexe proces komen overheidsverantwoordelijken en belangenbehartigers elkaar tegen. Daarbij rijst de vraag: in welke mate moet lobbyen worden gereguleerd? Vooreerst: er bestaat al heel wat. Zo kennen onder meer de Europese Unie en het Vlaams Parlement een deontologische code. In Europa is er het transparantieregister. In de Nederlandse Tweede Kamer bestaat het lobbyistenregister. Daarnaast is er de zelfregulering. In veel landen hebben de public-affairsverantwoordelijken een ethische code. Essentieel daarin is eerlijk en open communiceren. Sommigen willen in het lobbyen alles tot in het kleinste detail reguleren. Dat is niet verstandig. Wil men van politici aseksuele wezens maken die onder een glazen stolp wonen? Een alternatief kan zijn om het parlement, waarin tal van vertegenwoordigers van lobbygroepen als vakbonden en mutualiteiten zitting hebben, af te schaffen. Ook hier pleiten we voor de toepassing van het gezond boerenverstand. De auteur is expert in reputatiemanagement, CEO van A&A en gastdocent aan diverse universiteiten. Wil men van politici aseksuele wezens maken die onder een glazen stolp wonen?