In zijn opiniestuk De vergrijzing voorbij staat vice-premier Johan Vande Lanotte (SP.A) even stil bij een aantal oorzaken van het onevenwicht op de arbeidsmarkt. Dat er zo weinig laaggeschoolden aan de bak komen, schuift hij in de schoenen van het onderwijs. Zij zouden te ver van het bedrijfsleven staan. Maar geldt dat niet in de eerste plaats voor de minister zelf? Het is de hoogste tijd dat hij van zijn hoge toren afdaalt en eens vaker een babbeltje slaat met de ondernemers. Want daar klinken er andere geluiden....

In zijn opiniestuk De vergrijzing voorbij staat vice-premier Johan Vande Lanotte (SP.A) even stil bij een aantal oorzaken van het onevenwicht op de arbeidsmarkt. Dat er zo weinig laaggeschoolden aan de bak komen, schuift hij in de schoenen van het onderwijs. Zij zouden te ver van het bedrijfsleven staan. Maar geldt dat niet in de eerste plaats voor de minister zelf? Het is de hoogste tijd dat hij van zijn hoge toren afdaalt en eens vaker een babbeltje slaat met de ondernemers. Want daar klinken er andere geluiden. Zo doen de Trends Gazellen (zie blz. 40) heel vaak een beroep op de arbeidsmarkt. Een ontmoedigende ervaring, zo klinkt het unisono bij Aliplast en Faderi. Dat zijn de Oost-Vlaamse Ambassadeurs van de Trends Gazellen bij respectievelijk de middelgrote en kleine ondernemingen. Zij hebben de grootste moeite om voldoende personeel te vinden en dat komt niet omdat zij onrealistische eisen stellen. Beide bedrijven zijn actief in zeer specifieke niches en het zou dan ook onredelijk zijn om van ons onderwijs te verlangen dat het voor elk bedrijf kant-en-klare arbeidskrachten zou afleveren. Wat Aliplast en Faderi zoeken, zijn jonge mensen met handen aan hun lijf, niet meer en niet minder. Wanneer die in dienst treden, krijgen ze binnen de bedrijfsmuren volop de gelegenheid om de specifieke vaardigheden aan te leren. Het te pas en te onpas gebruikte argument dat het om knelpuntberoepen zou gaan, kan de minister in dit geval dus ook niet inroepen. Dat deze groeibedrijven geen mensen vinden in een land met een half miljoen werklozen is wraakroepend. Iedereen in onze samenleving moet eindelijk eens gaan beseffen dat hij niet alleen rechten maar ook plichten heeft. Misschien kan ons onderwijs wat meer aandacht besteden aan attitudevorming, maar de belangrijkste troeven om een mentaliteitswijziging door te voeren, zijn wel in handen van de overheid. Een krachtdadig optreden op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt dringt zich steeds meer op. Probleem is echter dat geen enkele politieke partij happig is om een half miljoen kiezers tegen de haren in te strijken. Al ondernam Frank Vandenbroucke (SP.A) in het verleden wel al lovenswaardige initiatieven. Deze houding verklaart meteen ook waarom de overheid tot nu toe zijn pijlen voornamelijk richtte op de (minder delicate) vraagzijde van de arbeidsmarkt. Dat lastenverlagingen en banenplannen ondanks een aantrekkende economie het legertje uitkeringstrekkers nauwelijks hebben uitgedund, moet echter een teken aan de wand zijn. Het is maatschappelijk onaanvaardbaar dat de groei van de parels van onze economie gefnuikt wordt door de decadente gevolgen van het sociale profitariaat. Een sociaal vangnet moet absoluut een van de belangrijkste pijlers van onze samenleving blijven, maar misschien moet het wat lager worden gespannen. Dirk Van Thuyne