Op 21 december 2004, toen 50.000 militanten in rode en groene jekkers onder luid geknal van voetzoekers en met schelle fluitjes door Brussel trokken, noemde Vlaams ABVV-topman Xavier Verboven de ontwerptekst voor het loonakkoord een "oorlogsverklaring". Die uitspraak kwam als een boemerang terug in zijn gezicht. Begin deze week schoot zijn socialistische achterban met een nipte meerderheid het interprofessionele akkoord af.
...

Op 21 december 2004, toen 50.000 militanten in rode en groene jekkers onder luid geknal van voetzoekers en met schelle fluitjes door Brussel trokken, noemde Vlaams ABVV-topman Xavier Verboven de ontwerptekst voor het loonakkoord een "oorlogsverklaring". Die uitspraak kwam als een boemerang terug in zijn gezicht. Begin deze week schoot zijn socialistische achterban met een nipte meerderheid het interprofessionele akkoord af. Het leiderschap van Verboven en André Mordant - de 'Peppie & Kokkie' van het socialistische ABVV - staat ter discussie (zie Opinie, blz. 108). "Met dit ABVV praten, is tijd verliezen," is de teneur bij vele waarnemers. En wel precies omdat het duo niet in staat is gebleken de verhoogde druk die op hun militanten rust, in de juiste kanalen te leiden. De massale opkomst van de betoging eind vorig jaar bewees dat er bij veel werknemers nood is aan een ventielklep om hun onrust of onbegrip te luchten. Dat ongenoegen werd echter op een verkeerde manier geventileerd. De punten waarop het sociaal overleg blokkeerde - loon, flexibiliteit en brugpensioen - boden voor elk wat wils. En de herstructureringen of sociale discussies bij bedrijven zoals Scanfil, Atlas Copco, Caterpillar, Glaverbel, Van Hool, Up-Call en zelfs Picanol ("loonstop voor Coene & co.") gaven de nodige splijtstof. Maar een 'historische' betoging in die context bijeenroepen en vergelijkingen maken met de mobilisatie tegen het Globaal Plan van de regering-Dehaene in 1993, is te makkelijk. In het kielzog van de actievoerders liepen ook diverse delegaties van de non-profitsector - de 'witte woede' - mee en groepjes ambtenaren, wier pensioen angstvallig uit het vergrijzingsdebat wordt gehouden (zie blz. 42). Met aangedikte slogans zoals "alles wat je inlevert, verdwijnt in de portemonnee van de directie" of "de arrogantie van de directie hangt ons de keel uit" krikte de vakbond kunstmatig zijn onderhandelingspositie op en betaalde daarvoor een tol. "De balans is weer in evenwicht," glunderde ACV-topman Luc Cortebeeck nadien. Maar bij het ACV stemden de bedienden en de transportcentrale Transcom tegen. Bij het ABVV gaven niet alleen de bedienden hun njet, maar ook de metaalcentrale en de Waalse en Brusselse FGTB. Er gaapt aan Waalse zijde een diepe kloof tussen wat socialistische politici zoals Elio Di Rupo (PS) en Jean-Claude Van Cauwenberghe (PS) in het kader van het Toekomstcontract aan hun kiezers voorhouden en wat een vakbondsleider zoals André Mordant aan zijn militanten belooft. Meer ruimte voor groeiende KMO's, lastenvermindering, fiscale stimuli, onderzoek en onderwijs vormen de rode draad in het Waalse toekomstbeeld. Het jargon van de Waalse socialistische vakbond gaat daar vaak lijnrecht tegen in. Wie op een verkeerde manier het ventielknopje bij zijn onrustige achterban opendraait, vraagt eigenlijk om moeilijkheden. En hetzelfde geldt voor de werkgevers. Ook bij hen is de druk fel toegenomen. We leven in een constellatie waarin niet alleen de vakbonden maar ook de politici hun onkunde om sociale problemen op te lossen exporteren en projecteren naar de bedrijfswereld. Niet alleen op het zuiver economische vlak, trouwens. Onder de fluwelen dwang van NGO's en de publieke opinie worden diezelfde bedrijven nog eens met de frustraties van een sterk globaliserende maatschappij opgezadeld. Zo dreef de tsoenamiramp in Azië onlangs heel wat bedrijfsleiders in de richting van een filantropisch opbod (zie blz. 62). Bedrijven moeten in eerste instantie winst maken en presteren. Daarover gaat de essentie van elk sociaal overleg. En het is aan de politici om hen dat maatschappelijk kader voor welvaartscreatie te leveren en aan de vakbonden om daarin hun verantwoordelijkheid op te nemen. Hoe beter een bedrijf presteert, hoe beter de opbrengsten, hoe positiever de bedrijfssfeer, hoe beter de arbeidscondities, hoe hoger de welvaart, hoe steviger de maatschappelijke toegevoegde waarde en, uiteraard, hoe groter de ruimte voor sociaal engagement. Spijtig genoeg zijn ook de werkgevers er niet in geslaagd die boodschap klaar en duidelijk over te brengen. De regering is nu aan zet. Neemt zij de draad weer op? piet.depuydt@trends.beBedrijven moeten in eerste instantie winst maken en presteren. Daarover gaat de essentie van elk sociaal overleg.