De inbreng van de faculteiten Economie in het beleidsdebat is er de voorbije jaren sterk op achteruitgegaan. De tijd dat de 'Leuvense economen' wogen op debatten over het monetair beleid, de begroting of de staatshervorming ligt ver achter ons. Net zoals we de gezaghebbende stemmen van een bancaire chief economist - type Peter Praet - missen. Vele van die economen zitten intussen zelf op een of andere manier mee aan het beleidsstuur, in de Nationale Bank van België, het parlement, de Federale Participatiemaatschappij, de Hoge Raad van Financiën, de Gimv... zelfs één als minister.
...

De inbreng van de faculteiten Economie in het beleidsdebat is er de voorbije jaren sterk op achteruitgegaan. De tijd dat de 'Leuvense economen' wogen op debatten over het monetair beleid, de begroting of de staatshervorming ligt ver achter ons. Net zoals we de gezaghebbende stemmen van een bancaire chief economist - type Peter Praet - missen. Vele van die economen zitten intussen zelf op een of andere manier mee aan het beleidsstuur, in de Nationale Bank van België, het parlement, de Federale Participatiemaatschappij, de Hoge Raad van Financiën, de Gimv... zelfs één als minister. Die doorstroming van economen naar het beleid is op zich geen slechte zaak. Maar er rijst wel een probleem van aflossing van de wacht: een nieuwe lichting kritische beleids- watchers blijft uit. De universitaire richting Beleidseconomie - de zogenaamde Zuivere Economie - kwijnt weg. Jonge assistenten leggen zich toe op zeer indrukwekkende econometrische modellen, maar houden zich ver van toepassingsgericht beleidsonderzoek. Begrijpelijk. Ze worden beoordeeld op hun internationale reputatie. Die is gediend met abstracte rekenmodellen die overal toepasbaar zijn, veel minder met onderzoek naar de optimale fiscale bevoegdheidsverdeling in België, de economische impact van de Vlaamse Ruit (het gebied tussen Antwerpen, Brussel, Gent en Leuven), de optimalisering van de loonnormering en het sociaal overleg in ons land. Populist. Zonder afbreuk te doen aan de verdienste van een aantal beleidseconomen om zich te (blijven) mengen in het publieke debat - waar dit blad een belangrijke bijdrage toe levert -, moeten we toch vaststellen dat economen te weinig aanwezig zijn op het publieke forum of in de beleidsvoorbereiding. Het debat over de hervorming van de sociale zekerheid wordt gedomineerd door het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid, waar sociologen thuis zijn. Staatshervorming is (opnieuw) verworden tot een onderonsje van juristen en politologen. Welke econoom weegt op tegen het populistische 'gratis openbaar vervoer'-beleid van mobiliteitsminister Steve Stevaert ( SP.A)? Op die manier wordt er een scheeftrekking in het beleid ingebakken. In tal van beleidsdomeinen komt de economische invalshoek in de verdrukking. In het mobiliteitsdebat staat het gratis openbaar vervoer centraal. Een visie op de plaats van Vlaanderen in de internationale logistieke stromen, de havenontwikkeling, het gebruik van prijsmechanismen? Ver te zoeken, zoals de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (Serv) zopas nog aangaf in een uitgebreide analyse - op eigen initiatief - van het mobiliteitsplan. Het fiscale beleid is sterk gefocust op de sociale en ecologische doelstellingen. Lastenverlagingen ter versterking van het economische draagvlak blijven onderaan de politieke agenda. De hervormingen in de pensioensector - zoals het nieuwe wettelijk kader voor aanvullende pensioenen - hebben een uitsluitend sociale motivatie. Het onderwijsdebat lijkt vooral op een aloude schoolstrijd tussen netten, terwijl de hamvraag welk soort onderwijs we nodig hebben in een kenniseconomie amper aan bod komt. Gabriëls. De economische invalshoek van het beleid wordt te zeer opgesloten in het hokje van de minister van Economie. Op federaal niveau is die minister dan nog vooral bezig met de bescherming van de belangen van consumenten en de koopkracht van werknemers, zoals de jongste discussie over de verrekening van het kijk- en luistergeld in de index aangeeft. Op Vlaams niveau wordt het economische beleid al vlug vereenzelvigd met expansiesteun en andere vormen van rechtstreekse steun aan bedrijven. Nochtans wordt het bedrijfsklimaat beïnvloed door vele andere beleidsdomeinen. De contacten die Vlaams minister van Economie Jaak Gabriëls ( VLD) de voorbije maanden had met het bedrijfsleven in de verschillende provincies, zijn bijzonder illustratief. Van de gesignaleerde problemen had slechts een schamele 4% te maken met het beleidsdomein economie, terwijl 90% van de klachten handelde over mobiliteit, infrastructuur, ruimtelijke ordening. Het Actieplan Ondernemen dat Gabriëls onlangs lanceerde, heeft alvast de verdienste een aanzet te geven tot een geïntegreerde aanpak van het economische beleid, door ook aandacht te besteden aan de ruimteproblematiek, de fiscaliteit, de administratieve lasten. Het plan bevat wel nog één grote lacune: mobiliteit. Het is ook nog steeds wachten op een concrete uitvoering van het actieplan. Hokjesmentaliteit. De economische bekommernis moet meer horizontaal in tal van beleidsdomeinen aan bod komen. De geplande opdeling van de Vlaamse administratie in dertien ministeries, waaronder één voor economie en werkgelegenheid, mag niet leiden tot een versterking van de hokjesmentaliteit. Daarom zou het nuttig zijn om in de diverse steunpunten voor beleidsvoorbereidend onderzoek ook zoveel mogelijk de economen te betrekken, of het nieuwe steunpunt Ondernemerschap, ondernemingen en innovatie voor diverse ministeries te laten werken. Op die manier kan de Vlaamse overheid overigens nieuwe perspectieven bieden voor jonge beleidseconomen en hun beroep opnieuw aantrekkelijker maken. De overheid heeft hier een zware verantwoordelijkheid: uiteindelijk dienen deze beleidseconomen de res publica. Jan Van Doren [{ssquf}]De auteur is Adjunct-directeur van de VEV-StudiedienstIn tal van beleidsdomeinen komt de economische invalshoek in de verdrukking.