Als de Amerikanen op 6 november 2012 de stemhokjes binnentrekken en de presidentskandidaten bekijken die hen daar geboden worden, zullen ze wellicht in de verleiding komen het vakje 'geen van bovenstaande' aan te kruisen. Barack Obama, die met zijn verkiezing zijn land en de wereld in vervoering bracht, lijkt nu niet meer in staat het Congres of de economie in het gareel te houden.
...

Als de Amerikanen op 6 november 2012 de stemhokjes binnentrekken en de presidentskandidaten bekijken die hen daar geboden worden, zullen ze wellicht in de verleiding komen het vakje 'geen van bovenstaande' aan te kruisen. Barack Obama, die met zijn verkiezing zijn land en de wereld in vervoering bracht, lijkt nu niet meer in staat het Congres of de economie in het gareel te houden. Republikeinen en Democraten zijn het er zelfs niet over eens wat de belangrijkste problemen zijn, laat staan dat ze een akkoord vinden over hoe de problemen aangepakt moeten worden. Obama wordt geconfronteerd met een oppositie die hardnekkig weigert hem wat ook maar in de verste verte lijkt op een overwinning te gunnen. In 2011 bracht hij er dan ook niets van terecht, terwijl de economie stagneerde. In 2012 wordt het even erg of erger. De teloorgang van een president die zovelen zagen als een icoon van verzoening en hoop is pijnlijk om mee te maken. De Republikeinen zullen evenmin kunnen pochen met wapenfeiten, tenzij dan negatieve. De partij zal een groot deel van 2012 besteden aan de strijd tussen Mitt Romney, Rick Perry en Newt Gingrich. De trieste waarheid is dat in beide partijen nauwelijks enthousiasme bestaat voor hun eigen kandidaten en dat de onafhankelijke kiezers evenmin erg warmlopen. En als er nu nog een alternatief was. Maar het systeem leent zich niet voor kandidaten van derde partijen. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat in 2012 de keuze ruimer zal zijn dan het kwartet Obama-Romney-Perry-Gingrich. Maar stel dat het mogelijk was, hoe zou zo'n fantasy-president er dan moeten uitzien? In de allereerste plaats moet het iemand zijn met uitgebreide beleidservaring, maar dan bij voorkeur niet in Washington DC, dat in de geesten van zowel de rechtse als de linkse kiezers al te veel bezoedeld is. Een staat of een grote stad geleid hebben, is een vereiste voor de topjob, want daardoor leer je werken in een sfeer van cohabitatie, omgaan met de pers en in de vlucht moeilijke beslissingen nemen. Ten tweede moet onze ideële president op twee vlakken een sterk engagement tentoonspreiden. Op korte termijn moet elke vorm van budgettaire beperking vermeden worden; de economie is gewoon te zwak. De kandidaat moet echter ook inzien dat het op middellange termijn van fundamenteel belang is het tekort aan te pakken. Ten derde heeft Amerika een president nodig - en het wil die ook - die een stoere voorstander is van het bedrijfsleven en een minder bemoeizuchtige staat, maar tegelijkertijd gematigd progressief is als het gaat over sociale kwesties zoals het homohuwelijk, wapenbeperking en immigratie. Ten vierde zijn een zeker begrip van buitenlandse zaken en een engagement ten voordele van de vrijhandel van vitaal belang. En tot slot moet onze droompresident niet alleen zijn eigen supporters inspireren, maar ook zij die aan de andere kant staan. Nu de bipartiete geest in het Congres zo goed als uitgedoofd is, moet een president zich rechtstreeks richten tot de mensen die zijn tegenstanders verkiezen. Alleen zij kunnen hun vertegenwoordigers dwingen mee te werken. Zou zo'n kandidaat het echt veel beter doen dan Obama? Waarschijnlijk niet en dat is het probleem met fantasy. Zelfs een kruising tussen Abraham Lincoln en Franklin Roosevelt zou moeite hebben te regeren in een systeem waarin de minderheid de meerderheid voortdurend kan dwarsbomen en één enkele senator een cruciale benoeming eindeloos kan tegenhouden. Een grondige revisie van het beleid is nodig voor 2012 en de periode daarna. Maar dat is dan wel echt een droom. De auteur is redacteur Verenigde Staten van The Economist.CHRISTOPHER LOCKWOODZelfs een kruising tussen Abraham Lincoln en Franklin Roosevelt zou moeite hebben te regeren in een systeem waarin de minderheid de meerderheid voortdurend kan dwarsbomen.