Naast de Volkswagen-groep of de Zuid-Koreanen van Kia en Hyundai zijn er ook constructeurs die behoorlijk intensief samenwerken zonder belangrijke participaties bij elkaar te hebben. Het beste voorbeeld zijn Mercedes en Renault. Opzet...

Naast de Volkswagen-groep of de Zuid-Koreanen van Kia en Hyundai zijn er ook constructeurs die behoorlijk intensief samenwerken zonder belangrijke participaties bij elkaar te hebben. Het beste voorbeeld zijn Mercedes en Renault. Opzet van hun vrijage: de ontwikkelingskosten drukken. Zo kreeg Mercedes voor zijn kleinere modellen een van de populairste motoren van Renault: de 1.5 en later de 1.6 turbodiesel. Ondertussen ontwikkelden de Fransen en Duitsers samen een nagelnieuwe viercilinder van 1,3 liter, een benzinemotor die binnenkort in de Renault Scenic kruipt en daarna ook in de nieuwe A- en B-klasse van Mercedes. Maar de samenwerking reikt verder, want ondertussen zijn er ook gemeenschappelijke modellen. Zo bouwden ze samen het autootje dat in Frankrijk bekend is als de Twingo en in Duitsland als de Smart Forfour. Of de Mercedes X-klasse, die eind vorig jaar werd gelanceerd: eigenlijk is dat een aangepaste Renault Alaskan, die op zijn beurt een Franse versie is van de Nissan Navara (Nissan is eigendom van Renault). Zo kan Mercedes meespelen in het segment van de pick-ups zonder daar zelf een model voor te moeten ontwikkelen. Kan tellen als besparing.