eXtra informatie op www.trends.be
...

eXtra informatie op www.trends.be Alles over het Britse puntensysteem vindt u op de website van Trends.Er komt een regeling om arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie legaal naar België te halen. Polen en Slovaken met de juiste vaardigheden om vacatures op te vullen die voorkomen op een officieel erkende lijst van knelpuntberoepen zijn welkom. "Maar daarmee zijn we nog niet uit de problemen," beweert Herwig Muyldermans, topman van Federgon, de federatie van dienstverleners in human resources (zoals uitzendbedrijven en selectiekantoren). "Een knelpuntenlijst voor Oost-Europeanen is een kortetermijnoplossing." Bij Federgon weten ze alles van knelpuntberoepen, de federatie zorgt voor de helft van de instroom van uitzendkrachten in de industrie en houdt sinds jaren geactualiseerde lijsten van knelpuntberoepen bij. "De overheid heeft ze nooit opgepikt." Op wat langere termijn bieden de nieuwe Europese lidstaten geen soelaas, omdat ze zelf met een scherpere daling van hun bevolking geconfronteerd zullen worden dan de oudere lidstaten. Ze zullen zelf meer arbeidskrachten nodig hebben naarmate hun economie groeit. Door vergrijzing zou het groeipotentieel in de nieuwe lidstaten terugvallen van 4,3 % tot 0,9 % in de periode na 2030. Ondertussen heeft oud Europa dringend behoefte aan jong bloed om de economie weer veerkracht te geven. Het oude continent groeit met minder dan 1 %, tegen nog 2,4 % in de jaren negentig. In een mondiale concurrentie zijn hoge loonkosten plus krapte op de arbeidsmarkt het recept voor een stroeve economie. Daarom wil Europa tegen 2009 nieuwe spelregels klaarstomen om ook economische immigratie van buiten de EU te stimuleren, illegale migratie in te dijken en gewenste migranten uit andere werelddelen vlotter toegang te verlenen tot de arbeidsmarkt. Mogelijke opties gaan van pan-Europese greencards voor hooggeschoolden die binnen de EU-25 volle bewegingsvrijheid zouden krijgen, tot tijdelijke verblijfsvergunningen voor seizoenarbeiders. En dat liefst op een geharmoniseerde manier tussen de lidstaten en met een minimum aan papierwerk. Al enkele jaren stelt de Europese Commissie dat een immigratiestop, zoals in België van kracht sinds 1974, niet langer wenselijk is. Frankrijk en Groot-Brittannië uitgezonderd (die er demografisch beter aan toe zijn), zullen immigratiestromen de dalende bevolking in oud én zeker in nieuw Europa nooit kunnen compenseren. Om ook arbeidskrachten van buiten de Europese Unie (25 lidstaten) aan te trekken, stelde Europees commissaris Franco Frattini in 2005 een EU-Groenboek voor. Zijn plan staat in het perspectief van een daling met 20 miljoen van Europa's actieve bevolking (tussen 15 en 64 jaar) in de periode van 2011 tot 2030. Agoria, de federatie van technologiebedrijven, schat het aantal arbeidsplaatsen dat bij Belgische bedrijven nu al niet ingevuld geraakt op 50.000. En mogelijk nog eens evenveel zonder sociale bescherming in het zwartwerkcircuit (zie kader: Wie werkt in België?). "Elke dag krijgen we aanvragen van ondernemers die op zoek zijn naar arbeidskrachten," getuigt Dominique Michel, secretaris-generaal van Agoria. 40 % van het type jobs dat op de circulerende lijsten voor knelpuntberoepen voorkomt, slaat op Agoriasectoren. "Het wordt tijd om verder dan Europa te kijken hoe we onze arbeidsbehoeften vlot en flexibel kunnen invullen," vindt Dominique Michel. "Sinds de gastarbeiders van de jaren zestig is er over economische immigratie geen serieus debat meer mogelijk. Steenkoolkompels spraken beter tot de verbeelding van politici dan tekorten aan ingenieurs, informatici, lassers, elektriciens of vrachtwagenchauffeurs. Zoals we nu bezig zijn, dwingt men bedrijven tot delokalisering en outsourcing naar lagelonenlanden. Veel alternatieven hebben ze niet."Samen met het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) pleitten Agoria en de organisatie voor zelfstandigen Unizo al in 2004 voor vrij verkeer van werknemers uit de nieuwe lidstaten - zoals de meest dynamische economieën van Europa, Zweden, Ierland en Groot-Brittannië, beslisten op 1 mei 2004. Finland, Portugal en Spanje vervoegen nu die kopgroep. "Zo missen we de boot," werpt Christine Faes, directeur van Unizo Internationaal, op. Globalisering verscherpt de concurrentie voor internationaal talent. "Als klein land hebben we het al moeilijker dan de Angelsaksische landen om de beste krachten naar hier te halen. Wegens de taalbarrière, onze loonkosten en fiscaliteit. We zouden extra gastvrij moeten zijn. Door de deur op een kier te zetten, staan onze bedrijven competitief zwakker tegenover Europese concurrenten die Oost-Europeanen kunnen inzetten zonder administratieve rompslomp."Dat die openheid geen windeieren opleverde, lijken de cijfers te bevestigen: Bank of England raamt de winst van vrije toegang in Groot-Brittannië voor werknemers uit Oost-Europa sinds 1 mei 2004 op 727 miljoen euro per jaar. De bank beklemtoont: "Zonder dat ze een beroep doen op ons uitkeringssysteem, vonden 290.000 nieuwkomers een baan." Het Britse werkloosheidscijfer bedraagt 4,7 % tegen gemiddeld 8,5 % in de rest van oud Europa. In een tweede rekruteringsfase beginnen sommige buurlanden over de Europese grenzen te kijken. Het debat over een ruimer immigratiebeleid geraakt stilaan uit het verdomhoekje. De Fransen kiezen onbeschroomd voor une immigration choisie, Nederland legt nieuwkomers strenge toelating- en integratievoorwaarden op. En de Britse regering ontvouwde op 7 maart 2006 een points-based system for managed migration: alleen wie meerwaarde levert, zou in Groot-Brittannië mogen werken en studeren. Federaal minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (VLD) verklaarde midden maart op een internationale conferentie in Brussel over migratie en ontwikkeling: "We moeten nadenken over een systeem om onze vacatures aan de derdewereldlanden te bezorgen." Zijn uitspraak stond in nauwelijks enkele lijntjes verborgen in de krant. Concreet zijn Dewaels ideeën niet, zo blijkt bij navraag op het kabinet. "De minister heeft vooral het debat willen openen, zonder taboes," zegt een kabinetsmedewerker. In het EU-Groenboek voor economische immigratie van buiten de Unie worden de individuele lidstaten - die verantwoordelijk blijven voor hun immigratiebeleid - door EU-commissaris Frattini aangepord om met ideeën op de proppen te komen. In een advies aan de Vlaamse regering in 2005 kon de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (Serv) in grote lijnen akkoord gaan, "behoudens het horen van onder meer de sociale partners in het aangekondigde publieke debat rond het Groenboek." Maar van een debat was tot nu niet veel te merken. De discussie bleef beperkt tot een mondjesmaat openstellen van knelpuntberoepen voor migranten uit Oost-Europa vanaf 1 mei 2006. Het Britse Home Office publiceerde in februari 2005 de nota Controlling our borders: making migration work for Britain en Frankrijk schoot aan het werk na de migrantenrellen in de banlieues. Intussen hebben de Britse minister van Binnenlandse Zaken Charles Clarke en zijn Franse collega Nicolas Sarkozy concrete wetsontwerpen klaar. Het Franse wetsontwerp pour une immigration choisie ( et non subie, wordt meestal in één adem toegevoegd) is geïnspireerd op het faststrackmodel van Groot-Brittannië, een puntensysteem dat in Australië, Nieuw-Zeeland en Canada wordt toegepast (zie kader: Hoe het zou moeten). Volgens Clarke gaat het om "de belangrijkste hervorming van het Britse immigratiesysteem in 40 jaar." In lijn met de aanbevelingen van de Europese Commissie stellen het Franse en Britse plan dat tekorten aan laaggeschoolden op de arbeidsmarkt eerst door werknemers uit de nieuwe Europese lidstaten moeten worden opgevuld. Met als gevolg dat de deur voor deze categorie mensen van buiten de EU-25 voorlopig wellicht dichtgaat. Frankrijk wil van immigratie een economisch instrument maken ten behoeve van de arbeidsmarkt (wat vandaag slechts geldt voor 7 % van de immigratie, terwijl het overgrote deel bestaat uit familiehereniging). De Britten mikken uitdrukkelijk op "de meest briljante en de beste immigranten."Openstaan voor wereldwijde immigratie is volgens VBO-kopstuk Pieter Timmermans onafwendbaar, maar bij ons worden hindernissen - zelfs voor werknemers uit de nieuwe Europese lidstaten - slechts moeizaam weggewerkt. Vrij verkeer in de EU-25 zou pas kunnen vanaf 2009, mits invulling van vier voorwaarden: strengere sociale inspectie, een systeem van registratie, Belgische rechtbanken moeten kunnen oordelen over werknemers uit de nieuwe lidstaten en hoofdaannemers worden aansprakelijk bij bespottelijk lage loonkosten van hun onderaannemers. Wel wordt de procedure voor een arbeidsvergunning ingekort van twintig naar vijf dagen voor Oost-Europeanen die de vacatures uit de lijst met knelpuntberoepen kunnen invullen. De belangrijkste reden waarom bedrijven buitenlandse arbeidskrachten willen inzetten, is het bemachtigen van knowhow, zo blijkt uit recent onderzoek van ING ( Internationaliseringsperspectieven voor het midden en kleinbedrijf in Nederland, Vlaanderen en Polen). De studie stelt ook dat kmo-werkgevers vooral klagen over de arbeidsattitude bij Vlaamse werkzoekenden. Christine Faes van Unizo wijst naar "de werkloosheidsval door te gulle werkloosheiduitkeringen." Dominique Michel (Agoria) ziet nog meer struikelblokken: "De helft van de werkzoekenden heeft een niveau van lager secundair onderwijs, onvoldoende technische scholing en zwakke noties van een tweede taal - in Brussel kennen sommigen zelfs geen enkele landstaal. Je krijgt die mensen niet aan het werk via gesubsidieerde kanalen, maar door ze te wapenen voor de arbeidsmarkt." Pieter Timmermans (VBO) pleit voor het activeren van de bestaande arbeidsreserve via goede vormingsprogramma's én rekruteren van bijkomend talent via een soepel migratiebeleid. "Waarom zouden laaggeschoolde niet-Europeanen voor bepaalde beroepen niet dezelfde automatische toegang mogen hebben als kenniswerkers?" Sinds het Generatiepact kunnen niet-Europese wetenschappers en kaderleden zonder arbeidskaart aan de slag. De automatische formule geldt ook voor experts die ten hoogste voor vier weken komen. Zoals in de Britse en de Franse (im)migratieplannen, linken de werkgevers economische immigratie aan onderzoek en ontwikkeling. Voor wetenschappers en ingenieurs die onderzoek verrichten met universiteiten of wetenschappelijke instellingen geldt sinds oktober een 50 %-korting op de bedrijfsvoorheffing. Onlangs werd die maatregel uitgebreid naar onderzoekers, ingenieurs, bio-ingenieurs en scheikundigen in ondernemingen (25 %-vrijstelling). Herwig Muyldermans (Federgon): "Hiermee brengen we onze kosten voor wetenschappers en onderzoekers in evenwicht met de buurlanden. Al lost dat onze braindrain naar de VS nog niet op." Voor dezelfde kwalificaties betalen onze bedrijven twee keer meer dan in de VS. "Onze universiteiten hebben een behoorlijk hoog niveau, maar te veel studenten kiezen verkeerde studierichtingen. We hebben te weinig afgestudeerden in chemie, fysica en informatica. Een sterke economie maximaliseert de eigen intelligentsia en lokt knappe koppen uit het buitenland."Erik Bruyland