Opgeslorpt worden door een concurrent kan heilzaam zijn, vooral in de autowereld. Al liep het in het verleden ook weleens fout. Chrysler kon nooit aarden onder de vleugels van Mercedes, vloog er opnieuw vanonder weg en vond daarna een warm nest bij Fiat. Voor Opel is de verhuizing van het Amerikaanse General Motors naar de Franse PSA-groep van Citroën en Peugeot voorlopig een zegen. Niet alleen is Peugeot uit het dal gekropen met een offensief van nieuwe SUV-modellen die snel wisten te bekoren, de groep is ook net op tijd op de elektrische trein gesprongen.
...

Opgeslorpt worden door een concurrent kan heilzaam zijn, vooral in de autowereld. Al liep het in het verleden ook weleens fout. Chrysler kon nooit aarden onder de vleugels van Mercedes, vloog er opnieuw vanonder weg en vond daarna een warm nest bij Fiat. Voor Opel is de verhuizing van het Amerikaanse General Motors naar de Franse PSA-groep van Citroën en Peugeot voorlopig een zegen. Niet alleen is Peugeot uit het dal gekropen met een offensief van nieuwe SUV-modellen die snel wisten te bekoren, de groep is ook net op tijd op de elektrische trein gesprongen. En Opel geniet mee: van elk nieuw model in de groep is er niet alleen een Peugeot- en een Citroën-versie, maar nu ook een van Opel. De nieuwe Corsa is eigenlijk een 208, en deze Grandland X is een 3008, of een C5 Aircross. Het verschil is gelegen in het koetswerk, het interieur en de afstelling van het onderstel, waarmee de ingenieurs kunnen spelen, zodat elk merk zijn eigen aard ietwat behoudt. Zo hebben Franse auto's de reputatie heel comfortabel te zijn en staan Duitse auto's wat strakker op hun vering. Dat merk je zeker als je overstapt van de C5 Aircross in de genetisch gelijke Grandland X. En het grote publiek? Dat weet niet dat die Opel eigenlijk een Peugeot is, want op de garagegevel staat nog altijd 'Opel'. Of hoe iedereen wint, niet het minst de PSA-groep. Die kon het trouwe klantenbestand van Opel overnemen en met de ontwikkelingskosten van één nieuw model worden drie auto's gebouwd. Neem je er het kleine DS bij, de premiumversie van Citroën die zich als een zelfstandig merk probeert te profileren, dan zijn het er zelfs vier. Het kan helpen in deze moeilijke tijden, waarin de Europese 95 gram-norm de constructeurs verplicht hybride en elektrische modellen te bouwen. Na de 3008 en de C5 Aircross kreeg dus ook de Grandland X van Opel zijn stekkerhybride-versie: de elektromotor laat zich voeden door een batterij van 13,2 kilowattuur, die oplaadbaar is in een gewoon stopcontact. De auto kan in theorie 50 kilometer ver zonder dat de benzinemotor aanslaat en je dus ook maar één druppel benzine verbruikt. Wij reden net geen drie keer zo ver zonder de batterij bij te laden en verbruikten gemiddeld 3,2 liter, met een brave rijstijl. Knap is dat.