Misschien laat hij het niet meteen blijken, maar Jean-François Cats moet meer dan om het even wie genieten van zijn verkiezing tot voorzitter van het Instituut der Bedrijfsrevisoren (IBR). Hij heeft immers lang gepleit voor een betere krachtsverhouding tussen de kleine revisoren en de Big Five binnen de raad van bestuur van IBR. Nu heeft hij zijn slag thuisgehaald. Bovendien heeft hij er net 20 carrièrejaren opzitten en viert TCLM, de associatie met zijn Nederlandstalig...

Misschien laat hij het niet meteen blijken, maar Jean-François Cats moet meer dan om het even wie genieten van zijn verkiezing tot voorzitter van het Instituut der Bedrijfsrevisoren (IBR). Hij heeft immers lang gepleit voor een betere krachtsverhouding tussen de kleine revisoren en de Big Five binnen de raad van bestuur van IBR. Nu heeft hij zijn slag thuisgehaald. Bovendien heeft hij er net 20 carrièrejaren opzitten en viert TCLM, de associatie met zijn Nederlandstalige collega Luc Toelen, haar tiende verjaardag. Cats schuift al meteen drie prioriteiten naar voren: de geloofwaardigheid van het beroep opkrikken, beter communiceren met de buitenwereld en de accountants de hand reiken. Als introductie nodigde hij niet alleen de top van de juridische en de auditwereld, maar ook van de politiek uit op een avondje dat opgeluisterd werd door Toots Thielemans. De keuze mag niet verbazen. Cats is een fervent jazzliefhebber ( Chet Baker en Stan Getz hebben voor hem geen geheimen). Ongetwijfeld zal hij, tussen twee mondharmonicadeuntjes door, een lichte aanval van nostalgie krijgen naar zijn periode in Afrika. Als jong medewerker bij een voorloper van KPMG, gewapend met een diploma van Fucam, ontdekte hij de magie van Zwart-Afrika. Via de lokale tamtam vernam hij dat één van de notabelen uit de streek hem in de gevangenis wou stoppen om te verhinderen dat hij zijn neus te ver in de zaken van de inlanders zou steken. Zulke gebeurtenissen hebben hem niet ontmoedigd. "Eens mijn kinderen oud genoeg zijn om mee te gaan, keer ik terug om hen een prachtig continent te leren ontdekken," zegt hij met een begerige blik. In 1982 ontdekte Cats een heel andere wereld. Als medewerker van Ernst & Whitney in Baltimore "leerde ik de rechtlijnigheid en het professionalisme van de Amerikaanse auditors kennen." Misschien ligt deze bekentenis wat moeilijker voor de veertiger die het hart ook figuurlijk links draagt (zijn sympathie gaat uit naar de PS en naar politici als Elio Di Rupo, die hem onlangs nog decoreerde). Stuurt Cats bij: "Hoewel ik nog steeds graag naar de VS reis, voel ik me op menselijk vlak niet aangetrokken tot de Amerikanen. Hun cultuur is te zeer gericht op het financieel statuut van de mensen." Die zienswijze verklaart meteen waarom hij, ondanks zijn benijdenswaardige functie van partner bij KPMG, op zijn 35ste besloot de firma te verlaten en op eigen houtje te beginnen. Niet zonder succes. Met een huidige omzet van 150 miljoen frank en 42 medewerkers heeft TCLM zijn omzet op tien jaar tijd vertienvoudigd. Kan hij met hetzelfde enthousiasme de uitdagingen aangaan die hem wachten bij het IBR? Zal hij zijn droom kunnen verwezenlijken om de leden van het IBR en hun confraters van het Instituut der Accountants onder één dak te brengen? Hij heeft drie jaar de tijd om het waar te maken.