Toen Renault aankondigde dat het zijn dochtermerk Alpine nieuw leven zou inblazen, klonk dat autoliefhebbers als muziek in de oren. Wie het geluk had om achter het stuur van deze tweezitter te kruipen toen hij in 2017 op de markt kwam, was niet ontgoocheld. Uw dienaar keek dan ook uit naar zijn eerste test met het modeljaar 2022, temeer omdat de Belgische importeur ons niet de klassieke versie meegaf, maar de meer radicaal sportieve S-uitvoering, die een slordige 10.000 euro meer kost en gemaakt is voor liefhebbers van het genre die er al eens een uurtje mee op het circuit gaan rijden.
...

Toen Renault aankondigde dat het zijn dochtermerk Alpine nieuw leven zou inblazen, klonk dat autoliefhebbers als muziek in de oren. Wie het geluk had om achter het stuur van deze tweezitter te kruipen toen hij in 2017 op de markt kwam, was niet ontgoocheld. Uw dienaar keek dan ook uit naar zijn eerste test met het modeljaar 2022, temeer omdat de Belgische importeur ons niet de klassieke versie meegaf, maar de meer radicaal sportieve S-uitvoering, die een slordige 10.000 euro meer kost en gemaakt is voor liefhebbers van het genre die er al eens een uurtje mee op het circuit gaan rijden. De viercilinder met turbo, die centraal ingebouwd zit, is nu goed voor 300 paarden en stuwt de kleine sportwagen in iets meer dan 4 seconden vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur. Ook de topsnelheid, anekdotisch in ons huidige verkeer, is hoger: 275 kilometer per uur. Maar zoals de instapversie charmeert deze Alpine vooral met zijn lichtvoetige rijgedrag als je strakker door de bocht gaat. Het voelt allemaal heel speels aan, maar toch blijft deze tweezitter van amper 1.100 kilo als lijm tegen het asfalt kleven. Je hoeft helemaal niet patserig te doen om daarvan te genieten. Dat doe je al als je gewoon zoetjes herneemt in een laag toerental. Dan is het genieten van een rijhouding die je rug heel vast in de kuipstoel verankert, en van dat motorgeluid in je rug. De ophanging is zeker in de instapversie - deze S is iets harder - perfect afgesteld voor een sportwagen die per definitie hard is afgesteld. Ze filtert oneffenheden in het wegdek verrassend goed weg. Heel praktisch is de Alpine A110 natuurlijk niet. Naast maar twee zitjes is ook de laadruimte heel beperkt: 100 liter vooraan, net groot genoeg voor twee kleine trolleys vooraan, en net niet evenveel achteraan, goed voor pakweg twee rugzakken. Maar reizen met veel bagage is niet de eerste missie van deze soort auto, genieten van de rit des te meer. Zolang het nog kan. Met de Europese plannen om vanaf 2025 alleen nog elektrisch rijden toe te laten, is dit de laatste Alpine met een benzinemotor. Hoewel hij nog een paar jaar wordt gebouwd, zal zijn opvolger een volledig elektrisch sportwagentje zijn. Dat wordt uiteraard een ander verhaal.