Thomas Leysen is vanaf vandaag de voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Hij volgt Jean-Claude Daoust op. Daoust was een brave mijnheer, enigszins bevlogen als het over zijn stokpaardje ging: de integratie van allochtonen op de werkvloer. Niet onlogisch voor een Brusselse uitzendondernemer. Maar voor de rest zal hij weinig sporen nalaten in de annalen van de Belgische werkgevers. Wat een contrast met zijn voorganger Luc Vansteenkiste.
...

Thomas Leysen is vanaf vandaag de voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Hij volgt Jean-Claude Daoust op. Daoust was een brave mijnheer, enigszins bevlogen als het over zijn stokpaardje ging: de integratie van allochtonen op de werkvloer. Niet onlogisch voor een Brusselse uitzendondernemer. Maar voor de rest zal hij weinig sporen nalaten in de annalen van de Belgische werkgevers. Wat een contrast met zijn voorganger Luc Vansteenkiste. Vansteenkiste drukte - ook wel door de ziekte van Tony Vandeputte - zijn stempel op het VBO. Vriend en vijand prijzen hem voor het gewicht dat hij in de schaal heeft geworpen tijdens het sociaal overleg. In de jongste drie jaar heeft het VBO echter van zijn pluimen verloren. Het pijnlijkste moment was het onlangs gesloten akkoord tussen de regionale werkgeversverenigingen. Het VBO was slechts 'medeondertekenaar', en dan nog enkel omdat anders het Waalse UWE niet wou tekenen. In dat document - een oproep tot de creatie van 500.000 jobs - moest het VBO af en toe een kleine spagaat doen. Wie drie jaar geleden zei dat het VBO het vijfde wiel aan de wagen zou zijn van een oproep gelanceerd door het Vlaamse Voka, werd ronduit uitgelachen. Uiteraard is hiervoor de politieke dynamiek in de eerste plaats mee verantwoordelijk. Maar de zwakte van de VBO-leiding speelde ook. De werkgevers hebben een sterk VBO nodig. Het is nog altijd op het federale niveau dat er gestreden wordt om de belangrijkste dossiers. Thomas Leysen heeft de kwaliteiten om voor een ommezwaai te zorgen. Hij zal er echter voor moeten vechten. Afgelopen weekend kreeg hij al meteen een voorspel van wat hem te wachten staat. Karel Van Eetvelt, de topman van Unizo, lanceerde een verrassend scenario: Unizo maakt tijdskrediet bespreekbaar in de kmo's als de werknemers het brugpensioen laten vallen. Meteen twee kernthema's voor het federale overleg van het najaar. Dat Van Eetvelt die oproep minder dan een week voor de aanstelling van Leysen doet, zal wel geen toeval zijn. Van Eetvelt en Leysen dragen een grote verantwoordelijkheid. Een van de grootste problemen die op ons afkomen, is de vergrijzing. De politici hebben al meer dan eens aangetoond dat zij dit probleem niet opgelost krijgen. De begrotingsnormen die Leterme heeft uitgestippeld tot 2011 zijn bijvoorbeeld minder strikt dan die van de Hoge Raad voor Financiën. En de vakbonden hebben al meer dan eens blijk gegeven van negationisme inzake de vergrijzing. Het is aan de werkgevers om de zaak met meer zin voor tijdsperspectief aan te pakken. Gemakkelijk zullen Van Eetvelt en Leysen het niet krijgen. Het voorstel van Van Eetvelt werd al meteen door de vakbonden begraven. "Over het brugpensioen kan niet gediscussieerd worden", luidde het. Bovendien moeten de twee werkgeversbazen hun eigen achterban overtuigen dat ze het brugpensioen moeten laten varen. Want al te veel werkgevers gebruiken dit systeem om op een goedkope manier mensen te ontslaan. Het Generatiepact van 2006 had als doel meer ouderen aan de slag te houden. Het akkoord moest onder andere het brugpensioen minder aantrekkelijk maken. Na vurig vakbondsprotest bevatte het Generatiepact nog weinig concreets. Het voornaamste resultaat zou het omslaan van de mentaliteit zijn. Nu blijkt dat zelfs die andere mentaliteit er niet is gekomen. De tewerkstellingsgraad bij plus 55'ers stijgt wel, maar is in een Europese vergelijking nog altijd dramatisch laag. Eind februari 2008 waren er 114.566 bruggepensioneerden, 3500 meer dan eind 2006. Bovendien blijft het aantal bruggepensioneerden dat beschikbaar moet blijven voor de arbeidsmarkt (een nieuwe categorie ingevoerd door het Generatiepact) erg laag: eind februari waren dat er 980, niet eens 1 % van het totaal. En zelfs de door iedereen veroordeelde Canada Dry (een soort pseudobrugpensioen) kon niet uitgeroeid worden. Vorig jaar kregen nog 2601 personen zo'n regeling. Kan het failliet van het Generatiepact nog beter aangetoond worden? De vorige regering besliste dat in 2011 het Generatiepact geëvalueerd moest worden. Leterme I zou best die belofte breken en meteen met de evaluatie beginnen. Een Generatiepact II zal nog hardere ontradingselementen moeten bevatten opdat meer ouderen langer aan de slag blijven. De effectieve pensioenleeftijd moet worden opgetrokken. En ook de wettelijke pensioenleeftijd moet ter discussie gesteld worden, zoals in Nederland al gebeurt. Zal de nieuwe VBO-voorzitter Thomas Leysen dit naar voren durven te schuiven als een prioriteit? In het najaar is er sociaal overleg over een interprofessioneel akkoord en dat wordt sowieso al moeilijk, want door de hoge inflatie is de koopkracht het centrale en delicate thema geworden. En volgend jaar zijn er verkiezingen en dan zal de politiek weer niet mee willen. Zo kan je in België wel op elk moment iets verzinnen waarom men geen beslissingen kan nemen. Dat mensen als Thomas Leysen en Karel Van Eetvelt daar maar eens een mouw proberen aan te passen. Zij zullen dan wél in de annalen van de sociale geschiedenis opgenomen worden. (T) de auteur is hoofdredacteur.Guido Muelenaer