De roes van dreunende klanken, lijven en drugs in de disco benadert het paradijs van de Cours de l'amour in de phalanstères van Charles Fourier. De saaie pennenlikker van een Franse handelsmaatschappij schreef utopische boeken (1808) die Karl Marx inspireerden. Charles Fourier zag een gelukkige mensheid samenwonen in communes die slafelijke en geestesdodende arbeid overbodig zouden maken en de gruwel van het huwelijk ophieven. Elke heteroseksuele, homoseksuele of incestueuze daad en lust onder instemmende volwassenen was legitiem en mocht in de Cours de l'amour worden beoefend. De bewoners van de phalanstères temden als gelukzalige zwijnen de onparadijselijke aarde. Charles Fourier is de enige utopische socialist waarvoor Marx en Engels vriendelijke woorden hadden. Het lag volgens Fourier in het vermogen van de mensen om de gehele schepping, inclusief de dieren en de oerzee, over te doen, maar dan beter. Een zo stoutmoedige gedachte was voor Marx en Engels onweerstaanbaar. Elke rechtgeaarde utopist rebelleert tegen de idee dat de kwade, plompe wereld - ver van het paradijs en de levensboom - een onoverwinbaar gegeven is. De idee is altijd te streven naar een grotere eenheid, verscheidenheid is verdacht en elke stap naar schaalvergroting en Gleichschaltung is per definitie goed.
...

De roes van dreunende klanken, lijven en drugs in de disco benadert het paradijs van de Cours de l'amour in de phalanstères van Charles Fourier. De saaie pennenlikker van een Franse handelsmaatschappij schreef utopische boeken (1808) die Karl Marx inspireerden. Charles Fourier zag een gelukkige mensheid samenwonen in communes die slafelijke en geestesdodende arbeid overbodig zouden maken en de gruwel van het huwelijk ophieven. Elke heteroseksuele, homoseksuele of incestueuze daad en lust onder instemmende volwassenen was legitiem en mocht in de Cours de l'amour worden beoefend. De bewoners van de phalanstères temden als gelukzalige zwijnen de onparadijselijke aarde. Charles Fourier is de enige utopische socialist waarvoor Marx en Engels vriendelijke woorden hadden. Het lag volgens Fourier in het vermogen van de mensen om de gehele schepping, inclusief de dieren en de oerzee, over te doen, maar dan beter. Een zo stoutmoedige gedachte was voor Marx en Engels onweerstaanbaar. Elke rechtgeaarde utopist rebelleert tegen de idee dat de kwade, plompe wereld - ver van het paradijs en de levensboom - een onoverwinbaar gegeven is. De idee is altijd te streven naar een grotere eenheid, verscheidenheid is verdacht en elke stap naar schaalvergroting en Gleichschaltung is per definitie goed. Walden Two (1948) is een werk van de psycholoog BF Skinner en de titel is ontleend aan Henry Thoreau en diens Walden or Life in the Woods (1854), een verheerlijking van zijn idylle in een zelfgebouwde hut aan de Amerikaanse oostkust. In Walden Two, een utopische commune, is het belangrijkste opvoedingsdoel het aanleren van gelijkmoedigheid. Emoties als jaloezie en rivaliteit hebben zichzelf overleefd, aldus communeleider Frazier, een literaire reïncarnatie van BF Skinner zelf. BF Skinner was een orde- en netheidsmaniak, wat zich onder meer uitte in zijn passie voor de uitvinding van huishoudelijke hebbedingetjes. Heel bekend werd zijn air-crib, een couveuse waarin een zuigeling, bij de juiste temperatuur en het juiste vochtigheidsgehalte, het grootste deel van de dag kan verblijven zonder door knellende kleding te worden geremd en zonder in zijn eigen uitwerpselen te hoeven liggen. Skinner ontwierp een air-crib voor zijn dochter en Ladies' Home Journal publiceerde een artikel met foto's. De air-crib werd geen eclatant commercieel succes. De utopische verbeelding wordt geleverd door een lange parade van verschoppelingen, dromers, hogepriesters, seksmaniakken, puristen en politieke hemelbestormers. Het Aards ParadijsDe dominante utopieën van deze eeuw zijn het marxisme en het nazisme. Beide zijn een verlossingsleer met recepten voor de nieuwe mens en een duizendjarig rijk. Utopisten denken de mensen te kunnen maken die zij willen hebben. Dat is echter alleen een aanlokkelijke idee voor de utopisten zelf. Voor anderen klinkt zij veeleer onheilspellend: wie zal kneden en wie zal gekneed worden? Hans Crombag en Frank Van Dun: "Een miskenning van de menselijke veelheid en verscheidenheid geeft zicht op het probleemloze bestaan waarmee de utopist wil verleiden. Dat is precies de grote drogreden van het utopische denken. Zij betekent noch min noch meer dat Utopia een plaats is waar geen mensen kunnen leven. Utopia mag dan een ideaal zijn, het is geen menselijk ideaal." Het Aards Paradijs is een van de krachtigste mythes van het westerse denken. Twee hoogleraren van de Rijksuniversiteit Limburg (Maastricht), een Vlaming en een Nederlander, publiceren een schitterend boek over de eeuwenlange zoektocht naar een nieuw Paradijs op aarde. In De Utopische Verleiding analyseren Hans Crombag en Frank Van Dun de blauwdrukken van de utopisten en stellen vragen als: wat mankeert er aan deze ontwerpen voor een betere wereld? Waarom zijn al onze historische pogingen om die te bewerkstelligen in hun tegendeel verkeerd? Welke fouten maken utopisten kennelijk keer op keer? Frank Van Dun: "De studie van utopieën leek ons meer dan de moeite waard. In deze eeuw werden twee bloedstollende utopieën tot hun absurde hoogtepunt gevoerd - met als gevolg tientallen miljoenen doden -, ik denk aan het communisme en het nazisme. Deze mislukkingen betekenen niet het einde van het utopische denken of de aanwezigheid van utopische ideeën in het alledaagse denken en politieke handelen." De Utopische Verleiding is geen vrijblijvend en plezant verhalenboek over kwakzalvers en dwazen. In heldere taal illustreert het de doorsijpeling van de utopieën in onze wereldvisie. Het extreme groene denken, de hocus-pocus van De Celestijnse Belofte en gelijkgeaarde New Age-fantasterij, de dierfilosofie van Gaia, de heilsverhalen over de lachende horizonten geopend door de Europese Muntunie, het handhaven van het overaanbod van de varkensproductie met overheidssteun, het verminderen van het ondernemersrisico middels toelagen en publieke geschenken, president Clinton en zijn jongste inaugurale rede over "The Infinite Potential of Man in the 21st Century" zijn utopisch of raken utopieën. Crombag en Van Dun schrijven en denken al jaren samen over de utopische blauwdrukken en schuiven daarvoor hun respectieve psychologische en filosofische kennis in mekaar: "Onze toevoeging is de verbinding tussen de utopieën en de religieuze stromingen, het ene en het andere kleven samen en zo komen we tot een verdedigbare verheldering en verklaring van het heimwee naar Utopia". De laatste bloeiperiodevan de utopische literatuur viel in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het lijkt erop dat vele ooit zonder meer als utopisch bestempelde ideeën zo gemeengoed zijn geworden dat hun utopisch karakter niet meer opvalt en dat zij daarom ook niet langer een omstandige rechtvaardiging en fundering behoeven, denken Crombag en Van Dun: "Het loont echter de moeite om ons bewust te zijn van de utopische vooronderstellingen die aan de basis liggen van tal van discussies over maatschappelijke problemen en oplossingen vandaag. Wij leven immers niet in Utopia en hebben geen geldig excuus om utopie en werkelijkheid te verwarren."Wat is de utopische verleiding? "Wij noemen utopische verleiding de aandrang van de mensen om menselijke problemen nog slechts te zien als vraagstukken, die men met inzet van wetenschappelijke kennis en voor dat doel gemobiliseerde middelen uit de wereld helpt," antwoordt Hans Crombag. "Problemen en vraagstukken zijn verschillende zaken. Problemen ervaren wij, vraagstukken kunnen wij slechts formuleren. Voor elk vraagstuk wordt er geacht een oplossing te zijn als wij er maar vasthoudend genoeg naar zoeken, met een probleem daarentegen moet je nogal eens blijven leven. Velen lijken te geloven dat alle problemen in wezen slechts gevolgen zijn van maatschappelijke vraagstukken en dat derhalve de oplossing van die vraagstukken door deskundigen, een probleemloos bestaan zonder frustratie of angst waarborgt. Wie dat gelooft is het slachtoffer van de utopische verleiding." Frank Van Dun: "De uitdrukkelijke totalitaire utopieën zijn in het Westen voorbij. Maar nu is de situatie nog gevaarlijker omdat de utopieën vervlochten zitten in het dagdagelijkse denken en handelen en verzonken zijn in het onderbewuste. Als je kijkt naar dood en ziekte, dan heb je daar bijvoorbeeld Utopia dat opdoemt. Men moet volgens de huidige consensus ziekteloos oud worden, koorts en aftakeling zijn haast per decreet uitgebannen.""Wij zijn niet tegen lotsverbetering, maar daarbij mag de werkelijkheid van de mensen niet vergeten worden. Verbeter de wereld op een realistische wijze, leg je d'r bij neer dat extreme denkbeelden misschien troostend zijn, maar ook vaak naar kwadere oorden voeren dan de werkelijkheid die de utopist wil ondersteboven gooien en ontvluchten," bepleit Hans Crombag.Na het arriveren en integreren in Utopia blijken de bewoners tot een onmenselijke, terneerdrukkende sereniteit of levenloosheid te zijn vervallen. Frank Van Dun: "De bewoners van de letterkundige en politieke Utopia's die wij bestudeerden lijken op een huiskat. Ook die leeft in een comfortabele omgeving die door haar menselijke huisgenoten in stand wordt gehouden, zonder echter de indruk te wekken daar speciaal van te genieten. Zij weet niet dat sommige van haar soortgenoten op het asfalt van onze steden een harde strijd om het bestaan moeten leveren. De huiskat kent het ongeluk niet en daarom ook niet haar geluk. Dit is de utopische paradox. Aan die vaststelling verbinden wij dat het teloorgaan van het persoonlijke geluksbeleven gepaard gaat met het verlies van persoonlijke identiteit. Utopia is een geluksmachine waarbij al het menselijke wordt uitgeschakeld, een projectiescherm voor andermans fantasieën. In Utopia is er geen plaats voor vrijheid zoals wij die gewoonlijk begrijpen, want de psychologisch geschoolde opvoeders en sociaal-economische managers die Utopia organiseren, zullen niet nalaten ons te verbieden en te beletten eigen opvattingen over opvoeding en samenleving te hebben. En zij zullen al helemaal niet toestaan dat wij zulke eigen opvattingen in daden omzetten of ermee gaan experimenteren. Utopia ligt voorbij de vrijheid en de waardigheid van de mensen."Thomas Moregaf met zijn verhaal Utopia het utopische denken een naam en een klassiek scenario. Op een van zijn vele reizen belandt de hoofdpersoon achter een bergketen, een stroom, een zee in een onbekend land. Daar wonen mooie mensen in ongebruikelijke kledij die vredelievend en voorkomend zijn. Hun opvallende serene levenshouding vraagt om een verklaring en die wordt gegeven in het tweede deel van de parabel. Navolgers zijn Francis Bacon (New Atlantis, 1627), Samuel Butler (Erewhon, 1872), H.G. Wells (A Modern Utopia, 1905), Charlotte Gilman (Herland, 1915),Aldous Huxley (Island, 1962).Marx en Lenin hadden geen tijd voor letterkunde, echter Het Communistisch Manifest (1848) - een schokkende oorlogsverklaring, voor 150 jaar deels geschreven in Brussel - en Staat en Revolutie (1917) zijn geschriften in de utopische traditie, alhoewel de auteurs bij hoog en laag stelden wetenschappelijke socialisten te zijn. Lev Trotski verklankte zijn sociaal-economisch utopisme in Literatuur en Revolutie (1923): "De mens zal onmetelijk sterker, wijzer, en verfijnder worden: zijn lichaam zal harmonie winnen, zijn beweging ritme, zijn stem muzikaliteit. De vormen van het leven zullen dynamisch en dramatisch worden. De gemiddelde mens zal de hoogten van een Aristoteles, een Goethe of een Marx bereiken. En boven deze hoogten zullen nieuwe pieken oprijzen." Enkele tientallen miljoenen doden later weten we waar de utopische recepten van Marx, Lenin en Trotski toe voerden. De ketters"De utopische idee is in zekere zin een religieuze idee van een verlossing uit de leugen en het kwaad van deze wereld. De belofte van een nieuw land, waarin alles beter en anders zal zijn, verbindt de utopie met een onuitroeibare religieuze hoop. Deze wereld kan niet alles zijn wat er is, er moet een andere en betere wereld zijn. Onze stelling binnen dit raam is dat het utopische denken vooral verwant is aan religieuze opvattingen die voor de christelijke orthodoxie afwijkend of zelfs ketters zijn, want de christelijke orthodoxie is uitgesproken anti-utopisch, zij vraagt van de mensen om zich te schikken in hun aardse lot en de verlossing in de hemel te verwachten," beklemtoont Hans Crombag. "Anti-utopisch betekent niet dat de christelijke orthodoxie zich keert tegen vooruitgang en lotsverbetering in déze wereld. Het is wel zaak dat de mensen hun grenzen in het oog houden - grenzen die niet slechts psychische remmingen of dwanggedachten zijn, maar objectieve beperkingen die eigen zijn aan de natuur en de wereld waarin wij leven." In de christelijke orthodoxie vormt de leer van het natuurrecht de kern van alle bespiegelingen over aardse verhoudingen onder mensen. Deze wet schrijft eerbied voor de natuurlijke orde voor. Eerbiediging van de natuurrechtelijke ordening houdt in respect voor ieders vrijheid en gelijkheid, en aldus respect voor ieders eigenheid of eigendom. Frank Van Dun: "Betrekkingen tussen mensen dienen te berusten op betoonde overeenstemming; zij hebben de vorm van afspraken, contracten, verbonden. Het natuurrecht is anti-utopisch: de wereld waarin wij leven, is de enige waarin wij kunnen leven en zijn beperkingen zijn de voorwaarden waaronder wij onze mogelijkheden kunnen ontplooien."Het Bijbelse Boek der Openbaring bevat in beklijvende beelden een voorspelling van de nabije eindtijd. Rampen en plagen voeren de wereld naar de rand van de afgrond, door een goddelijke tussenkomst wordt deze tot een verschrikkelijk en abrupt einde gebracht. Daarna volgt op aarde het duizendjarige rijk, het millennium, waarin de uitverkorenen zullen heersen en het paradijs herbeleven. De revolutionaire millennaristen geloven dat het de taak is van de uitverkorenen om de wereld te verlossen van het kwaad en derhalve van alle instellingen die deze wereld instandhouden. De gnostiek en zijn volgelingen, de gnostici, wijzen radicaal de wereld af. Het gnosticisme heeft een zeer grote invloed gehad op de systeembouwers in de westerse filosofie, met name op Hegel. Deze Duitser bracht Karl Marx op menig idee. Nog sterker dan het millennarisme keert het gnosticisme zich tegen de natuurrechtelijke orde en haar vrijheid en gelijkheid. De gnosticus behoort alleen op zichzelf gericht te zijn, niet op een godheid of een andere buitengaatse werkelijkheid. De mens is alles en wie zichzelf kent, kent het al. Het uitgangspunt van de gnosticus is dat slechts gebrek aan zelfkennis of zelfbewustzijn de mens ervan weerhoudt het Al te zijn. Die intrede in het Al bevrijdt de mens van de dwaling van de wereld. Het hoeft geen verbeelding om hierin de grondvorm te herkennen van de Aufklärung, de Verlichting, de Lumières en de bevrijdingsutopieën als het communisme en het nazisme. De millennaristen en de gnostici haten de werkelijkheid van deze wereld. Zij zijn de geestelijke vaders en moeders van de utopie. FRANS CROLS