Visionair Robert Gaskins en programmeur Dennis Austin ontwikkelden in 1984 'Presenter', een software om presentaties van verkopers te ondersteunen. Later noemden ze de software 'Powerpoint'. In 1987 kocht Microsoft dit product voor niet minder dan 14 miljoen dollar. Een flink bedrag in die tijd, maar achteraf gezien een onwaarschijnlijk rendabele investering: de omzet van Powerpoint is over de jaren heen honderden miljoenen dollar geworden.
...

Visionair Robert Gaskins en programmeur Dennis Austin ontwikkelden in 1984 'Presenter', een software om presentaties van verkopers te ondersteunen. Later noemden ze de software 'Powerpoint'. In 1987 kocht Microsoft dit product voor niet minder dan 14 miljoen dollar. Een flink bedrag in die tijd, maar achteraf gezien een onwaarschijnlijk rendabele investering: de omzet van Powerpoint is over de jaren heen honderden miljoenen dollar geworden. Vroeger werkten voordrachtgevers vooral met transparanten, die je met doorschijnend folio wat kleur kon geven en die je vooral op de juiste manier op de overhead moest leggen. Transparanten in kleur waren zo duur dat enkel topconsultants of het hoofdkwartier van grote bedrijven zich dit durfden veroorloven. Want ook in die tijden waren bedrijven kostenbewust en waarom zou je kleurentransparanten gebruiken als de boodschap ook in zwart wit te lezen is? Voor Powerpoint bestonden uiteraard al presentaties in 'puntjes', maar de nieuwe manier van presenteren schonk ons toch de enige echte 'bullet points' structuur. Is Powerpoint een zegen of een vloek geweest? Eerst de voordelen. Om te beginnen is het softwarepakket uiterst eenvoudig om aan te leren. Ik denk dat ik in totaal zo'n twintig computertalen en softwarepakketten heb mogen/moeten leren. Powerpoint is van al die pakketten ronduit het eenvoudigste, betrouwbaarste, intuïtiefste. Je leert het programma en de nodige vaardigheden snel en je leert ze ook niet meer af. Vijf minuten voor een presentatie kan je nog een correctie aanbrengen zonder dat je gehele verhaal dreigt in elkaar te storten. Dat zou ik met Excel niet proberen! Powerpoint heeft van alle Microsoftproducten dan ook het sterkste 'applegevoel'. Geen wonder, want Powerpoint 1.0 was ontwikkeld voor Apple tot uiteraard Microsoft even langskwam met de grote portemonnee. Vroeger durfde men wel eens een voordracht zonder structuur brengen, zonder enige voorbereiding. Met Powerpoint kan dat niet echt. Je moet ten minste nog je 'sheets' maken, en dat is dan de minimale voorbereiding. Wat vroeger ook gebeurde, was de projectie van een getypte tekst. Wie dan niet op de eerste rij zat, kon niets lezen. De meeste Powerpointletters zijn groot genoeg, hoewel nog niet iedereen de Guy Kawasakiregel lijkt te kennen: neem de oudste deelnemer in de zaal, deel diens leeftijd door twee en je hebt de minimale lettergrootte. Is je oudste deelnemer 48, dan heb je dus minimaal 24 punt letters nodig. De nadelen zijn echter ten minste even groot als de voordelen. Powerpoint was bedoeld voor verkopers, als een samenvatting, een soort inhoudstafel (vandaar de wereldberoemde 'bullets'), maar nooit als de boodschap zelf. Het verkoopsgesprek zelf was de kern, de slides enkel de ondersteuning van de belangrijkste ideeën. Powerpoint is een hulpmiddel om communicatie te verbeteren. In de praktijk zie je bij de meeste presentaties niet veel communicatie: de zaal is half verduisterd, alle ogen gericht op de veelkleurige konijnenbak. Zelfs de grootste onzin krijgt het aureool van 'professionalisme'. De schitterendste ideeën, de meeslependste verhalen, de boodschappen die de wereld veranderen, ze bereiken ons zelden of nooit via Powerpoint. Ze eindigen daar meestal wel, erg vervormd en volkomen emotieloos, liefst op een donkerblauwe achtergrond, in lichtgele letters van 28 punt groot. Sinds Powerpoint denkt haast iedereen dat een voordracht de kunst is zoveel mogelijk transparanten te projecteren. Alles wat tijdens de voorbereiding op de computer is gezet, moet erdoor. Stelt de spreker vast dat hij tijd te kort komt om de volgende twintig 'sheets' erdoor te jagen, dan begint hij gewoonweg wat sneller te praten. Niemand lijkt te beseffen dat je ongeveer drie minuten per transparant nodig hebt. Hoe vaak zie ik geen overijverige presentatoren met 25 sheets voor een presentatie van ongeveer een half uur. Dit wordt rennen, hollen, aframmelen, opjagen. Omdat men de transparanten zo vol propt, krijg je steeds meer 'presentatiekaraoke': de spreker staat gedurende tien minuten met de rug naar zijn publiek en leest zijn powerpointjes voor. Niet bepaald bevorderlijk voor de 'communicatie'. Omdat Powerpoint zo universeel is en de gebruikers zo lui zijn, krijg je uiteraard overal dezelfde 'templates'. Je krijgt overal ter wereld dezelfde tekeningen, dezelfde kleuren en dezelfde bullet points. Powerpoint heeft geleid tot de eenheidsworst in presentaties, het McDonaldiseren van de edele kunst van het geven van een voordracht. En dan het meest vervelende probleem rond Powerpoint. Wat wordt er nu eigenlijk geprojecteerd? Is dat een 'sheet', een 'dia', een 'powerpointje', een 'plaatje' een 'transparant' of een 'lichtdrukmaal'? Alle reacties welkom, liefst met een powerpointpresentatie als attachment. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School Reacties: marc.buelens@trends.be Marc Buelens