Moeten we dit cynisch interpreteren of juist barmhartig? Op een symposium over geloof en ondernemen in Nederland kwam aan het licht dat gelovige bazen hun werknemers bij gedwongen ontslag een gulle ontslagvergoeding toestoppen. Op de bijeenkomst sprak onder meer Ernest Brenninkmeijer, een telg van de discrete familie achter kledingimperium C&A. Aan de basis van het symposium lag een onderzoek van de Universiteit Tilburg naar de invloed van geloof op het ondernemen. Vooral protestantse ondernemers worstelen met dilemma's over hun geloof en de harde zakenwereld. Katholieke en ongelovige ondernemers concentrere...

Moeten we dit cynisch interpreteren of juist barmhartig? Op een symposium over geloof en ondernemen in Nederland kwam aan het licht dat gelovige bazen hun werknemers bij gedwongen ontslag een gulle ontslagvergoeding toestoppen. Op de bijeenkomst sprak onder meer Ernest Brenninkmeijer, een telg van de discrete familie achter kledingimperium C&A. Aan de basis van het symposium lag een onderzoek van de Universiteit Tilburg naar de invloed van geloof op het ondernemen. Vooral protestantse ondernemers worstelen met dilemma's over hun geloof en de harde zakenwereld. Katholieke en ongelovige ondernemers concentreren zich veeleer no-nonsense op winst. Daarmee relativeert het onderzoek de aloude conclusie van Max Weber in Der protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus, die een band zag tussen protestantse inborst en sterk ondernemerschap. De link tussen protestantisme en hard werken wordt wel bevestigd. Respect, verantwoordelijkheid en toewijding zijn de begrippen die het vaakst opborrelen in de uitspraken van gelovige ondernemers. Hetzelfde trio vinden we al even prominent terug in Boeddhisme voor het werk (Business Contact, 91 blz., 19,50 euro). Als manager bij Siemens reisde de Duitser Werner Schwanfelder vele jaren door China. Hij raakte er gefascineerd door het boeddhisme. In deze parabel puurt hij levenslessen uit de boeddhistische leer. Ongetwijfeld schaden dergelijke wijze verhalen en spreuken niet, maar ze klinken wat hol en de parabel is te direct om te kunnen bekoren en beklijven. Precies een jaar geleden werd de christelijke wereld opgeschrikt door de ver- taling van het teruggevonden evangelie volgens Judas. In de berichtenstroom werd niet altijd de nadruk gelegd op het voorzetsel volgens. Het was niet geschreven door de apostel die volgens het bijbelverhaal Jezus verraadde, maar het ging om een Koptische tekst van gnostische christenen, waarin Judas een rechtstreekse dialoog met God aangaat. Herbert Krosney beschrijft de vondst en (louche) handel van de papyrusrollen in Het verloren evangelie (Bert Bakker, 287 blz., 19,95 euro). Zopas rolde nog een heel aparte versie van de persen: Het evangelie volgens Judas geschreven door Benjamin Iskariot (De Fontein, 104 blz., 14,95 euro). De uitgave oogt als een bijbel, gouden bladrand, leeslint en (nep)lederen kaft incluis. Benjamin Iskariot blijkt evenwel een fictieve zoon van Judas, verzonnen door de Britse bestsellerauteur Jeffrey Archer. Vreemd genoeg kon hij voor dit pseudo-evangelie rekenen op de hulp van de Australische theoloog Francis Moloney, een professor met een hoge status binnen het Vaticaan. Dit is een zoveelste staaltje van desinformatie en pseudogeschiedenis, die zo welig woekeren in het zog van Dan Browns De Da Vinci-code. Wie zich in buiten-Bijbelse geschriften wil vermeien, raden we twee uitgaven aan: De apocriefen van het Nieuwe Testament van de Groningse professor Klijn (Ten Have, 367 blz., 29,90 euro) en het geïllustreerde De Twaalf, waarin Kathy Vincke en Jos en Alfons Claes apocriefe verhalen over de apostelen vertellen en - vooral - heel wat kunstwerken bevattelijk maken (Davidsfonds/Ten Have, 267 blz., 29,50 euro). Luc De Decker