Charleroi heeft op het vlak van stadsvernieuwing een woelig decennium achter de rug.
...

Charleroi heeft op het vlak van stadsvernieuwing een woelig decennium achter de rug.De jaren '80 waren voor Charleroi een periode vol veranderingen. Charleroi, j'y crois ! luidde de slogan die bij de campagne van stadsherwaardering hoorde. Doel : het blazoen van de stad oppoetsen en Charleroi een nieuw imago bezorgen. Robbedoes kwam in de plaats van de mijnwerker. Eerst werd het stadscentrum aangepakt, waarbij men vooral de Noord/Zuid-as wilde ontwikkelen. De Rue de la Montagne, de belangrijkste winkelwandelstraat, werd volledig heraangelegd. Andere winkelstraten werden autovrij gemaakt en van de Place Albert maakte men een reusachtige parking. De trots van de stadsbewoners is echter het gerestaureerde Stadhuis en het Belfort. Op dit ogenblik werkt men aan een opknapbeurt van de stationsbuurt : nieuwe bushaltes, heropbouw van de Pont Roi Baudouin en de installatie van het sorteercentrum van De Post. Maar niet iedereen is even gelukkig met deze veranderingen. Verkeersproblemen en opengebroken straten hebben meer dan één klant ontmoedigd. Andere realisaties ontbreekt het dan weer aan verbeelding. De Rue de Marcinelle is een mooi voorbeeld. De straat loopt bijna dood. Ze zou geïntegreerd worden in de plannen voor een metrostation. Maar dat is nooit gebouwd. Niets nodigt de mensen dus nog uit om de straat in te wandelen, en veel winkels hebben er de deuren moeten sluiten. Het imago van een stad verander je niet van de ene dag op de andere. Het stadsbestuur is echter vastbesloten om door te gaan met de moderniseringswerken. "Het Westen en Oosten van de stad moeten nog hertekend worden," zegt Gérard Monseux, Schepen voor Ruimtelijke Ordening. "Onze volgende projecten zijn de Place du Manège (achter het stadhuis) en de omgeving van het Palais des Beaux-Arts waar parkeerzones en bushaltes zullen worden aangelegd." Hoewel immobiliënkantoren bij hun klanten graag met de vernieuwde Place Charles II pronken, is het effect van het nieuwe imago van de stad Charleroi op privé-initiatieven moeilijk in te schatten. Investeringen vanuit de privé komen er maar met mondjesmaat. Bouwpromotoren blijven erg wantrouwig. En terecht. Duizenden m² nieuwe kantoorruimte staan leeg. Het is geen geheim dat de streek rond Charleroi met enorme economische problemen te kampen heeft. In de streek worden de laagste inkomens per inwoner van België opgetekend. Sommige gebieden kampen met een werkloosheidsgraad van 30 %. "We hebben nood aan redelijke initiatieven die aan een reële vraag voldoen," aldus bouwpromotor Bonfils Koeckelberg. "De inkomens liggen aan de lage kant ? OK, laat ons dan appartementen bouwen die we tegen een lagere prijs kunnen verkopen." Uiteraard is dat alleen in de huidige omstandigheden mogelijk. De rentedaling en de vermindering van het BTW-tarief naar 12 % voor nieuwbouw hebben de vraag naar nieuwe woningen weer wat aangewakkerd. De banken blijven echter aarzelen. Investeren in de regio houdt financiële risico's in. De financiële instellingen willen zeker zijn van de rendabiliteit van een project. Een zo groot mogelijk deel van de ruimte op plan verkopen of verhuren, is dus de boodschap. Het vastgoedcomplex van Charleurope, dat bij het voetbalveld van Sporting Charleroi wordt gebouwd, past volledig in die optiek. Een ander vastgoedsucces is het gebouw op het eilandje Ferrer, waar de VDAB en de Société Régionale Wallonne du Logement een onderkomen hebben gevonden. De regionalisering en decentralisering hebben van Charleroi een sociale hoofdstad gemaakt. Een impuls voor nieuwe investeerders. En de steun van de Europese Unie is erg belangrijk. Maar de autoriteiten betreuren het gebrek aan initiatief vanuit de privé-sector. Het Urban-project, een investering van 500 miljoen, wordt voor het grootste deel gefinancierd door de Europese Unie en het Waalse Gewest, met een bijdrage van de stad. Een ander project luistert naar de naam Zones d'Initiative Privilégiée (ZIP). Er zijn in Charleroi 14 dergelijke zones, die tot 95 % gesubsidieerd worden. De stad past de overige 5 % bij. Een akte van vertrouwen. VÉRONIQUE PIRSON