In het parlement zijn ze er ook van geschrokken. Van de onwaarschijnlijke omvang van de twee wetten die de regering nog voor het einde van het jaar door het parlement wil jagen. Parlementsleden zijn nochtans wat gewend. Naar het einde van het jaar is er altijd wel een dikke 'programmawet' of een andere wet waarin nog snel snel een aantal zaken geregeld moet worden en een aantal problemen opgelost. De eindejaarswetten worden dan ook niet voor niets 'vuilbakwetten' genoemd. Men stopt er van alles in.
...

In het parlement zijn ze er ook van geschrokken. Van de onwaarschijnlijke omvang van de twee wetten die de regering nog voor het einde van het jaar door het parlement wil jagen. Parlementsleden zijn nochtans wat gewend. Naar het einde van het jaar is er altijd wel een dikke 'programmawet' of een andere wet waarin nog snel snel een aantal zaken geregeld moet worden en een aantal problemen opgelost. De eindejaarswetten worden dan ook niet voor niets 'vuilbakwetten' genoemd. Men stopt er van alles in. Kroon. Maar wat de regering dit jaar laat zien, spant de kroon. Het ontwerp van 'programmawet' en het wetsontwerp 'houdende diverse bepalingen' beslaan samen bijna 1500 bladzijden. Elk van beide wetsontwerpen is in twee delen op de website van de Kamer gepubliceerd. Omdat het document anders te groot zou zijn. Gelukkig bevatten die 1500 bladzijden niet allemaal nieuwe wetgeving. Zo'n wetsontwerp begint met een 'memorie van toelichting'. Daarin legt de regering uit wat de bedoeling van de nieuwe wetgevende maatregelen is. Vervolgens vind je het advies van de Raad van State, en pas op het einde volgen dan de eigenlijke wetsaanpassingen die de regering wil doorvoeren. Maar dat laatste gedeelte is toch nog goed voor verscheidene honderden bladzijden. Dergelijke eindejaarswetten handelen over van alles. Uiteraard dus ook over de belastingen. Gespreid over de twee wetsontwerpen worden tientallen wijzigingen aan de fiscale wetgeving in het vooruitzicht gesteld. Meestal gaat het om kleine aanpassingen, rechtzettingen en preciseringen. Maar er zitten daar ook serieuze kleppers tussen. Zo wordt het btw-statuut van de overheid volledig herzien. En ook de fiscale behandeling van het co-ouderschap krijgt een opfrisbeurt. Andere blikvangers zijn de verlenging van het door Europa verguisde stelsel van de coördinatiecentra tot eind 2010, het wegwerken van een aantal fiscale discriminaties op het gebied van de extralegale pensioenen enzovoort. Met de volgende verkiezingen in het vooruitzicht zijn er onvermijdelijk ook de fiscale snoepjes: de invoering van een belastingvermindering voor dieselwagens met roetfilter, een vermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand enzovoort. Een aantal maatregelen is gewoon bedoeld om de administratieve interpretatie door te drukken. Zo bijvoorbeeld de wettelijke bevestiging dat de banken zich tegenover de invorderingsambtenaren niet langer achter het bankgeheim kunnen verschuilen. Zo ook bijvoorbeeld de wettelijke bevestiging dat het 21 %-tarief voor btw niet de uitzondering, maar wel de hoofdregel is. Ogenschijnlijk is dat slechts een onbeduidende wijziging. Maar er gaat een heel gevecht aan vooraf. Het Hof van Cassatie besliste dat de lage btw-tarieven in principe van toepassing zijn en dat het aan de administratie is om te bewijzen dat het anders is. Door de wetswijziging moet in principe het 21 %-tarief worden toegepast, tenzij de belastingplichtige bewijst dat een verlaagd tarief van toepassing is. Qua bewijs worden de rollen dus gewoon omgekeerd. Geldboeten. Het ontwerp van programmawet toont ook de onmacht van de fiscus om greep te krijgen op het fenomeen van de fiscale fraude. Op dit ogenblik beschikt de belastingadministratie al over een fenomenaal arsenaal middelen om fiscale schuinsmarcheerders bij de lurven te vatten. De fiscale wetboeken puilen uit van de boeten, verhogingen en straffen die kunnen worden opgelegd. Maar de afschrikking die daarvan uitgaat, is blijkbaar nog niet genoeg om de Belgen ertoe aan te zetten een andere nationale sport te beoefenen dan het altijd maar opnieuw verschalken van de fiscus. Wat doet een gefrustreerde fiscus in zo'n geval? Heel voorspelbaar laat hij de straffen verhogen. Het maximumbedrag dat de strafrechter bij fiscale fraude kan opleggen, wordt - houd u vast - in een klap vertienvoudigd. Waarmee de fiscale misdrijven meteen in de kop worden gekatapulteerd van het peloton aan misdrijven waarop in dit land de zwaarste strafrechtelijke geldboeten staan. Van een regering met een rasechte liberaal op Financiën had je dat misschien niet onmiddellijk als eindejaarscadeau verwacht. Tabak. Het ontwerp van programmawet bevat ook een staaltje rasechte hypocrisie. Over enkele maanden moet elk pakje sigaretten een gruwelijke foto vertonen als bewijs van het onheil dat roken kan aanrichten. Een dergelijke actie is er uiteraard op gericht het roken te ontmoedigen. Maar het ontwerp van programmawet toont aan dat de fiscus de rokers nodig heeft, en zelfs niet zonder ze kan. Het stelt immers een zoveelste verhoging van de accijnzen op tabak in het vooruitzicht. Waarom? Niet om de rokers aan te moedigen minder te roken. Maar wel omdat de accijnsinkomsten door een verminderd rookgedrag drastisch beginnen te dalen. Die daling zou normaal gezien op gejuich onthaald moeten worden. Maar in plaats daarvan gaan de accijnzen nog eens omhoog. Om de ontvangsten van de fiscus op peil te houden. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Jan Van Dyck