Starters hebben veel mogelijkheden om kapitaal te verzamelen: eigen geld, de winwin- en BA+-lening van friends, family & fools (FFF), kredieten op korte en lange termijn bij banken, financieringsvormen zoals leasing en factoring (debiteurenfinanciering), het risicokapitaal van overheden, privépersonen en -maatschappijen, crowdfunding en de verschillende overheidsmaatregelen als Starteo, de generieke waarborgregeling en de startlening.
...

Starters hebben veel mogelijkheden om kapitaal te verzamelen: eigen geld, de winwin- en BA+-lening van friends, family & fools (FFF), kredieten op korte en lange termijn bij banken, financieringsvormen zoals leasing en factoring (debiteurenfinanciering), het risicokapitaal van overheden, privépersonen en -maatschappijen, crowdfunding en de verschillende overheidsmaatregelen als Starteo, de generieke waarborgregeling en de startlening. In de praktijk blijkt echter dat veel jonge ondernemers helemaal geen financiering voor hun project vinden. Bryo, het startersnetwerk van Voka, en de studenten Economie en Bedrijfswetenschappen Boris Berghmans, Bart Deforce, Bert Goossens en Wouter Michiels vonden dat verdacht. Zij evalueerden daarom de financieringsmogelijkheden voor start-ups in België. 102 startende ondernemers uit het Bryo-netwerk werkten mee, van wie 69 procent voor het eerst een bedrijf oprichtte. Het belang van een eigen vermogen blijkt duidelijk uit het onderzoek. Hoe meer de starter zelf kan financieren, hoe gemakkelijker hij aan extern geld geraakt. Het merendeel van de starters zoekt minder dan 100.000 euro. Wie tussen 5000 en 29.000 euro zocht, vond dit ook. Van de ondernemers die 30.000 tot 90.000 euro zochten, vond 85 procent dit. Moeilijker wordt het bij hogere bedragen. 18 procent vond geen 100.000 tot 249.000 euro en 25 procent geen 250.000 euro of meer. Hoe concreter het project, hoe sneller het ging. Een eerste klant of een eerste product zijn ook belangrijk. Opvallend is dat businessangels geen valabel alternatief voor de banken zijn, zegt economiestudent Wouter Michiels. "Banken blijken goedkoper te zijn. Geen enkele businessangel wil zijn geld riskeren tegen de lage rentevoeten die de banken hanteren. Van banken wordt vaak gezegd dat ze enkel interesse hebben in concrete projecten met producten en klanten, maar uit ons onderzoek blijkt dat dat bij businessangels niet anders is." Het is dus telkens weer de vraag van de kip of het ei: heb je eerst geld nodig voor projecten of moet je eerst al een project hebben om geld los te weken? Een andere reden waarom businessangels niet zo populair zijn, is de zeggenschap die ze eisen in het bedrijf. Jonge ondernemers staan op hun zelfstandigheid en geven de controle niet graag uit handen. Alles staat of valt met het eigen vermogen van de starter. De belangrijkste drie financieringsvormen zijn eigen middelen (88%), friends, family & fools (46%) en de bank (42%). De overheid is met risicokapitaal en maatregelen goed voor amper 25 procent. Ondanks de ruime waaier aan financieringsmiddelen valt 34 procent van de starters zelfs helemaal terug op eigen middelen en FFF-leningen. De redenen die de onderzoekers van starters hoorden: "Het is goedkoop. Het legt ons minder vereisten op en we hoeven zo geen inmenging in onze onderneming te dulden." Ondernemers die hun financiering nog niet rond hebben, zeggen alle mogelijke financieringsvormen te hebben geprobeerd. Als we de succesfactoren om financiering te krijgen rangschikken in volgorde van belangrijkheid, krijgen we dit lijstje: 1. De hoeveelheid eigen vermogen 2. Het opstellen van een businessplan 3. Kennis over de verschillende financieringsbronnen 4. Kennis over bedrijfsfinanciering 5. De wetgeving 6. Tijdsgebrek 7. De beschikbaarheid van mankracht De ondervraagde ondernemers wijzen in de eerste plaats naar de beschikbare informatie. Er is veel, maar ondernemers vinden nergens een transparant, gestructureerd en duidelijk overzicht. Mogelijk vervalt deze kritiek omdat het Agentschap Ondernemen sinds kort een volledige websitepagina wijdt aan de financieringsbronnen. Vrienden en/of familie (64%), boekhouder (47%) en bank (46%) zijn de meest geraadpleegde informatiebronnen. Een tweede pijnpunt is het gebrek aan durf bij heel wat mogelijke financiers. De meesten willen concreet bewijs dat de onderneming kan slagen, wat voor een startende ondernemer met alleen maar een idee een groot probleem is. Zijn businessplan en overtuigingskracht moeten al heel sterk zijn om de benodigde financiering vast te krijgen. Een derde veelgehoorde kritiek is dat het merendeel van de ondernemers zelf voor het contact met de financieringsbron heeft moeten zorgen. Dit vormt vooral een extra hindernis bij het zoeken van businessangels of risicokapitaal. Een kwart van de respondenten zegt via zijn netwerk in contact te zijn gekomen met een financier. Slechts 5 procent is zelf benaderd. HANS HERMANSOpvallend is dat businessangels geen valabel alternatief voor de banken zijn.