Het Amerikaanse concern Procter & Gamble lanceerde in de jaren negentig een make-uplijn, maar bij het shoppen merkte de toen 31-jarige Brit Kevin Ashton, die toen voor P&G werkte, dat het vlaggenschip van het assortiment -- een lippenstift -- niet in de rekken lag. Hij vroeg zich af hoe dat kwam en stuitte op een hardnekkig probleem in de distributiesector: er bestond geen tracking van de afzonderlijke producten. Die technologie moest er komen, dacht hij bij zichzelf. Om geld los te krijgen, maakte hij voor zijn bazen een powerpointpresentatie, waarvoor hij de ronkende titel Internet of Things bedacht. Ashton kreeg geld om een technologie te laten ontwikkelen aan het Massachusetts Institute of Technology. "Daarna reisde ik de wereld af met die presentatie. Zo is de term internet of things in zwang geraakt -- tien jaar geleden bij een kleine groep experts, sinds twee of drie jaar bij het grote publiek."

Hoe kunnen bedrijven het internet der dingen gebruiken om hun omzet te verhogen?

ASHTON. "Bedrijfsleiders moeten aanvaarden dat er veel zaken zijn die ze niet weten. De beste bedrijven zijn altijd belust op nieuwe informatie. Daarnaast moeten ze de juiste toepassingen vinden. Veel projecten slagen toevallig, en niet om de vooropgestelde redenen. Enkel als je veel informatie verzamelt, begin je echt te begrijpen wat goed werkt. Samengevat: ga na wat je slecht doet en stop ermee, kijk wat je goed doet en doe het nog beter."

Wie zijn in uw ogen de koplopers in het internet der dingen?

ASHTON. "In veel bedrijven bestaan goede voorbeelden, maar ze worden niet altijd in de hele organisatie gebruikt. Ik denk dat Walmart de kampioen is in het gebruik van data. Het is voor hen een goede manier om te achterhalen wat de verliesposten zijn. Ook bij Nike zie ik interessante initiatieven. Het bedrijf steekt sensoren in zijn schoenen om sportlui een betere gebruikservaring te bieden. Toch hebben ook die bedrijven met problemen te kampen. Geen enkele business is perfect."

Het internet der dingen roept heel wat vragen op over de bescherming van de privacy. Hoe ziet u dat?

ASHTON. "Dat is inderdaad een probleem, maar niet het belangrijkste. Het privacyvraagstuk is heel eenvoudig op te lossen: laat iedereen kiezen welke informatie hij wil prijsgeven. Wie informatie liever voor zich houdt, moet ermee leven dat hij geen toegang krijgt tot sommige diensten of voordelen. Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Als het antwoord ja is, is de privacy geen belemmering."

Wat is het grootste probleem?

ASHTON. "De zekerheid hebben dat je gegevens alleen worden gebruikt voor het doel. De beveiliging wordt voortdurend verbeterd, maar er zal altijd wel iemand een manier vinden om ze te omzeilen. Bedrijven zouden gegevens maar zo lang mogen bijhouden als ze die nodig hebben, en ze dan vernietigen. Dat gebeurt nu niet. Daardoor zijn ze niet alleen blootgesteld aan diefstal, maar ook aan vragen om inlichtingen van de overheid. Je kunt niet geven wat je niet meer hebt. Gegevens vernietigen is de ultieme beveiliging."

Mélanie Geelkens