De luchtvaart en de autosector hebben nogal wat gemeen. Beide zijn doorgaans weinig winstgevend. Maar ze creëren wel veel banen.
...

De luchtvaart en de autosector hebben nogal wat gemeen. Beide zijn doorgaans weinig winstgevend. Maar ze creëren wel veel banen. En ze zijn vaak een alibi voor het roeren van de nationalistische trom. Zeker als het slecht gaat in die zeer van de conjunctuur afhankelijke industrietakken. Die trom klinkt de jongste weken steeds luider in het Opel-dossier. 'Deutschland über alles', luidt de teneur. De oosterburen zouden hun nationale belangen voorop stellen, en liever autofabrieken sluiten in het buitenland - lees: Opel Antwerpen. Terechte oprispingen? General Motors is vooral een doodziek bedrijf. De autobouwer kan al sinds 2001 geen winsten meer sprokkelen bij het Europese filiaal. De Noord-Amerikaanse tak is virtueel failliet. Het leven wordt nog enkel gerekt door overheidsgeld. Het concern wordt zich nog altijd te langzaam bewust van die desastreuze toestand. De saneringplannen komen te traag op gang. Uiteraard bloeden vandaag alle autobouwers. De vraag daalde in Europa met een kwart, in de Verenigde Staten met een derde. Maar hoe bekwaam is een management dat de voorbije drie jaar 53,5 miljard dollar verliezen opstapelde? En hoe moet de Vlaamse overheid, die 500 miljoen euro staatswaarborgen veil heeft voor het openhouden van Opel Antwerpen, met dat management rond de tafel? Hoe geloofwaardig zijn de eventuele saneringplannen van de GM-top? GM Europe wil vooral overheidsmanna zien. De regeringen wordt het mes op de keel gezet met de nakende Europese verkiezingen in juni. De banen en de toekomst van al die werknemers zijn belangrijk. Maar het mag geen excuus worden om een doodzieke onderneming in stand te houden. De autosector kampt met overcapaciteit op de verzadigde West-Europese markt. De sector zal niet ontsnappen aan drastische saneringen. Want zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Auto's maken met overheidsgeld, zonder een voldoende grote afzetmarkt, is niet alleen een zinloze activiteit. Ze is vooral concurrentievervalsend, want verzwakt de levensvatbare autoproducenten. De Belgische federale regering greep in november 2001 naar de noodrem in een ander, hoog symbolisch dossier. Sabena legde de boeken neer. Wat een catastrofe leek - duizenden werknemers gaven hun loopbaan een geheel nieuwe wending - bleek zes jaar later niet slecht. Zaventem kende in 2007 volledige tewerkstelling. Luchtvaartbedrijven kregen vernieuwde zuurstof, door de uitschakeling van een doodzieke concurrent. Uit Sabena groeide het rompbedrijf Brussels Airlines. Wat wordt het scenario voor GM Europe? De onderneming heeft ongetwijfeld hapklare brokken in huis. De nieuwe Opel Insignia, auto van het jaar 2008, verkoopt vlot. Maar het wordt een doorstart met een zwaar afgeslankt bedrijf. Beter dat realisme, dan te veel geklop op nationalistische trommels. (T) Do-it. De Europese topmatch om Opel, blz. 66.Door Wolfgang Riepl