18 mei nadert met rasse schreden en alle politici halen stilaan hun scherpste kruit boven. Een van de boeiendste stemmen in dat pre-electorale geroezemoes is die van Roland Duchâtelet, de belangrijkste aandeelhouder van het elektronicabedrijf Melexis en oprichter van Vivant. Duchâtelet en Vivant haalden bij de verkiezingen van 1999 ruim 2 % van de stemmen. Momenteel liggen zij blijkbaar goed in de markt in Wallonië.
...

18 mei nadert met rasse schreden en alle politici halen stilaan hun scherpste kruit boven. Een van de boeiendste stemmen in dat pre-electorale geroezemoes is die van Roland Duchâtelet, de belangrijkste aandeelhouder van het elektronicabedrijf Melexis en oprichter van Vivant. Duchâtelet en Vivant haalden bij de verkiezingen van 1999 ruim 2 % van de stemmen. Momenteel liggen zij blijkbaar goed in de markt in Wallonië. In een recent interview met ons zusterblad Knack haalde Duchâtelet even vlijmscherp als gefundeerd uit naar paars-groen. De belastingen gingen omlaag? Larie, zo rekende hij voor. Het Zilverfonds als oplossing voor de pensioenproblematiek? Klinkklare onzin, aldus de Vivant-stichter. Hij en zijn partij staan voor een programma waarin, onder meer, een basisinkomen voor iedereen en veel minder belasting op arbeid centraal staan. Allemaal prima, maar toch wankelt het Vivant-programma, zeker inzake fiscaliteit. Zo is het niet duidelijk wat Duchâtelet en Vivant in de plaats willen van de belasting op arbeid. Vroeger pleitte de succesvolle ondernemer voor een grootschalige vervanging van belasting op arbeid door een verhoging van de BTW. Aangezien de belasting op arbeid vandaag 70 miljard euro vertegenwoordigt en de BTW slechts 30 miljard euro opbrengt, zou een halvering van de belasting op arbeid onvermijdelijk tot een verdubbeling van het basis-BTW-tarief - momenteel 21 % - leiden. Los van de vraag of een dergelijke verhoging in een Europese context überhaupt kan, is het natuurlijk zinloos om aan zo'n maatregel te denken. De beloning van fraude zou wel zeer hoog komen te liggen en bovendien zou het shoppen over de grenzen hilarische vormen aannemen. In Knack geeft Duchâtelet aan dat hij zich van die problematiek bewust is, want hij keert zich nu "tegen belastingen - op arbeid of via BTW- waarmee je makkelijk kan frauderen". De Vivant-oprichter laat het niet bij die (correcte) vaststelling, want hij ziet de "belasting op invoer" als alternatief. Maar nog meer dan bij een stevige BTW-tariefverhoging is het onhaalbaar om voor zo'n ingreep groen licht van Europa te krijgen. Ook is het evident dat de fraudemogelijkheden met een invoerheffing zo mogelijk nog groter zijn dan bij de BTW. Bovendien draait onze economie voor een groot stuk op de verwerking van ingevoerde goederen en diensten. Een dergelijke belasting zal bijgevolg onze concurrentiepositie sterk aantasten, zeker als we alles in de index laten. De verlaging van de belasting op arbeid zal zich slechts gedeeltelijk in een verlaging van de loonkosten reflecteren. Werknemers zullen die lastenverlaging gedeeltelijk naar zich toehalen in de vorm van hogere nettolonen. Aan de meest fundamentele denkfout inzake belastingdruk vallen ook Vivant en Roland Duchâtelet ten prooi. Het is inderdaad vooral de totale belastingdruk die een rol speelt in de relatieve sociaal-economische prestaties van een land. Ierland en Nederland scoorden de voorbije jaren zeer goed omdat zij hun totale belastingdruk stevig naar beneden brachten. In Ierland lag daarbij de nadruk op de vennootschapsbelasting, in Nederland op de sociale lasten. Belastingen op arbeid reduceren, is prima. Maar als je die vermindering volledig goedmaakt via de invoering of verhoging van andere belastingen, wordt de maatschappij daar uiteindelijk niet beter van. Johan Van Overtveldt