Net voor de zomervakantie maakte het Amerikaanse ministerie van Defensie een langverwacht rapport openbaar. Van de bijna 150 ufo-meldingen die sinds 2004 bij het Pentagon zijn gemeld, is er slechts één opgehelderd. Dat de inlichtingendiensten bepaalde verschijnselen niet kunnen verklaren, wil uiteraard nog niet zeggen dat zich op aarde echt marsmannetjes hebben vertoond. Toch is het rapport koren op de molen van wie er rotsvast van overtuigd is dat wij mensen niet alleen ...

Net voor de zomervakantie maakte het Amerikaanse ministerie van Defensie een langverwacht rapport openbaar. Van de bijna 150 ufo-meldingen die sinds 2004 bij het Pentagon zijn gemeld, is er slechts één opgehelderd. Dat de inlichtingendiensten bepaalde verschijnselen niet kunnen verklaren, wil uiteraard nog niet zeggen dat zich op aarde echt marsmannetjes hebben vertoond. Toch is het rapport koren op de molen van wie er rotsvast van overtuigd is dat wij mensen niet alleen in dit universum leven. Pieter Van Dooren werkte jarenlang als journalist voor De Standaard. In Waar zijn ze dan? behandelt hij tal van vragen over de kans op buitenaards leven. Door de tijd is bewezen dat er in het heelal talloze planeten bestaan. Dat is voor believers een argument om te stellen dat het wel erg toevallig zou zijn als er alleen leven op aarde was. Dat heet het copernicaanse principe: er is geen reden om aan te nemen dat wij en onze planeet speciaal zijn. Maar tegenstanders stellen de vraag waarom we dan nog nooit in contact zijn gekomen met aliens, als er dan toch zoveel sterrenstelsels bestaan. "Ofwel zijn we alleen in de kosmos, ofwel niet. Beide mogelijkheden zijn even akelig", zei de sciencefictionschrijver en futurist Arthur Clarke. Van Dooren benadert zijn onderwerp op een onderhoudende en wetenschappelijke manier. Hij gaat uit van wat we al aan kennis hebben opgebouwd. Toch is hij stellig: de speurtocht naar intelligentie buiten de aarde heeft nog niets opgeleverd. Er is vooralsnog geen spoor van buitenaards leven te vinden. Toch is voortlezen de moeite waard. Dat we nog niets hebben gevonden, zegt vooral iets over onze geringe kennis en zwakke speurmiddelen. Het boek vangt aan met een analyse van het aantal planeten die op de aarde lijken. De aanwezigheid van vloeibaar water geeft een indicatie van de mogelijkheid dat er leven is op die planeet. Vloeibaar water is essentieel voor zowat elke vorm van leven die we ons kunnen indenken. Toch is er veel meer nodig om levende wezens te doen ontstaan. Wetenschappers zoeken naar buitenaardse wezens, maar zoeken zij ons wel? En als ze al bestaan, moeten we van dat feit dan erg bang worden? Voorlopig lijkt het speurwerk in de ruimte nog niet ten einde, zoveel is na het lezen van dit boek wel duidelijk.