Goooal! Neymaaaar!" is ongetwijfeld wat 198 miljoen Brazilianen willen horen in de avonduren van 13 juli, als de finale van de wereldbeker wordt gespeeld in het Maracanãstadion in Rio de Janeiro. Ze hopen dat het thuisvoordeel en hun jonge sterspits Neymar da Silva Santos Júnior Brazilië voor de zesde keer -- een record -- de trofee opleveren.
...

Goooal! Neymaaaar!" is ongetwijfeld wat 198 miljoen Brazilianen willen horen in de avonduren van 13 juli, als de finale van de wereldbeker wordt gespeeld in het Maracanãstadion in Rio de Janeiro. Ze hopen dat het thuisvoordeel en hun jonge sterspits Neymar da Silva Santos Júnior Brazilië voor de zesde keer -- een record -- de trofee opleveren. In haar binnenste hunkert een van de 79.000 fans in Maracanã naar nog een ander resultaat: Dilma Rousseff, de president van Brazilië, hoopt dat ze het toernooi doorkomt zonder uitgejouwd te worden. In 2007, toen Brazilië zich kandidaat stelde om voor het eerst sinds 1950 de wereldbeker te organiseren, dreef de economie op een grondstoffenboom. Nu stagneert ze en heerst er een andere stemming in het land. De 3,2 miljard dollar om twaalf stadions te bouwen of op te knappen, beantwoordde aan de dure normen van de FIFA, de in opspraak gebrachte internationale voetbalbond, en had de schijn van provocatie. In 2006 klaarde Duitsland de klus voor de helft van die prijs. De Confederations Cup, een opwarmingstoernooi dat in juli 2013 plaatsvond, vormde het doelwit van het grootste massaprotest dat Brazilië in een generatie had gekend. De betogers eisten 'FIFA-normen' voor ziekenhuizen, scholen en openbaar vervoer en anarchisten vochten het buiten de stadions uit met de oproerpolitie. Rousseff heeft geprobeerd het ongenoegen te bedaren door duizenden Cubaanse artsen in te huren en de bustarieven niet te verhogen. Een sterke prestatie van de nationale ploeg onder de veerkrachtige manager Felipe Scolari, kan de stemming onder de bevolking opvrolijken, maar het zou een wonder zijn, mocht het toernooi helemaal zonder protest voorbijgaan. Zelfs een Braziliaanse overwinning heeft waarschijnlijk weinig invloed op de presidentsverkiezingen in oktober, waarin Rousseff op zoek gaat naar een tweede ambtstermijn. Sinds de Olympische Spelen van Tokio in 1964 het naoorlogse herstel van Japan uitbazuinden, zijn regeringsleiders de organisatie van grote sportevenementen gaan beschouwen als een middel om hun strijdvaardigheid te verkondigen. Die visie werd kracht bijgezet door de succesvolle Olympische Spelen in Seoel (1988), Barcelona (1992) en Peking (2008). Maar sportevenementen in een periode van soberheid zijn een riskante zaak geworden, die een reputatie evengoed kan vernietigen als oppoetsen. President Vladimir Poetin ondervindt dat in januari met de winterspelen in Sotsji. Met een prijskaartje van 50 miljard dollar worden dat de duurste in de geschiedenis. Vancouver gaf in 2010 slechts 6 miljard dollar uit. Veel meer dan een symbool van de renaissance van Rusland, wordt Sotsji beschouwd als een monument van corruptie. De berichtgeving in de media wordt gedomineerd door de protesten tegen Ruslands intolerantie tegenover homo's. Tenzij Poetin de kritiek kan afwimpelen door alsnog een onwaarschijnlijk vredesakkoord in de wacht te slepen in Syrië. Sportieve successen krijgen bijna nooit een weerklank in het stemhokje. De kiezers weten dat ze voor mensen stemmen om de treinen op tijd te doen rijden, niet om gouden medailles te winnen of doelpunten te maken. Die wrange werkelijkheid begint al door te dringen. De drie kandidaten voor de Olympische Spelen van 2020 in Tokio vormden het kleinste contingent sinds de jaren tachtig. Wenen dingt niet mee naar 2028. In een referendum dat in maart 2013 gehouden werd, stemde 72 procent tegen. Sjeiks, dictators en oligarchen zijn de meest veelbelovende kandidaten om zulke jamborees te organiseren. Daardoor verschuift het risico naar de sporten zelf. In een vlaag van zinsverbijstering kende de FIFA de Wereldbeker 2022 toe aan Qatar, een lapje stadswoestijn waar de temperatuur in de zomer kan oplopen tot 50 graden. Het toernooi wordt nu verschoven naar het midden van de winter, wat nationale voetbalbonden en televisiemaatschappijen ertoe aanzet om schadevergoeding te eisen. Gelukkig wordt in 2014 voetbal gespeeld in o país do futebol -- het voetballand bij uitstek. De auteur is redacteur Amerika van The EconomistMichael Reid