A lcatel-Lucent wordt dus niet de Frans-Amerikaanse groep die Alcatel-topman Serge Tchuruk al jaren voor ogen staat. Bovenop alle andere onzekerheden zou de ambitie van Henry Schacht, de grote baas van Lucent, om voorzitter te worden er te veel aan zijn geweest.
...

A lcatel-Lucent wordt dus niet de Frans-Amerikaanse groep die Alcatel-topman Serge Tchuruk al jaren voor ogen staat. Bovenop alle andere onzekerheden zou de ambitie van Henry Schacht, de grote baas van Lucent, om voorzitter te worden er te veel aan zijn geweest. Dat Serge Tchuruk (63) geen 'schoonmoeder' naast zich duldt, is aannemelijk. Dat Henry Schacht daar onkundig van was, niet. Tchuruk heeft namelijk zijn gelijke niet in Frankrijk, zelfs niet nu Vivendi-baas Jean-Marie MessierUniversal Studios heeft overgenomen. Serge Tchurukdichian, op 13 november 1937 in Marseille geboren in een (uit Turkije gevluchte) familie uit de hoge Armeense bourgeoisie, zat nog met Crédit Lyonnais-voorzitter Jean Peyrelevade op het Lycée Thiers en studeerde af als ingenieur aan de militaire school, de fameuze Ecole polytechnique. Zijn huwelijk met een Poolse in volle koude-oorlogstijd ruïneerde echter zijn carrièrekansen in overheidsdienst. Hij eiste zijn vrijheid terug - en weigerde de 20.000 Franse frank te betalen die aan de vervroegde uittreding uit staatsdienst vastzitten - en ging zestien jaar in dienst bij het Amerikaanse Mobil, onder meer in New York en Rotterdam, waar hij eindigde als baas van Mobil Benelux. In die periode liet hij zijn naam veranderen. Het was Jean Gandois, voorzitter van het chemieconcern Rhône-Poulenc, die hem in 1980 via een headhunter naar Frankrijk terughaalde om de meststoffendivisie te saneren. Na de nationalisatie van Rhône-Poulenc in 1982 werd Gandois, de latere baas van Cockerill Sambre, door het linkse Franse kabinet vervangen door Loïk le Floch-Prigent. Maar Tchuruk werd, onder meer om zijn kwaliteiten als onderhandelaar, gepromoveerd tot adjunct-directeur-generaal van de groep. De conjunctuur trok aan - geluk is een constante in zijn carrière - en hij won aanzien bij het management. Toch werd hij vijf jaar later, in 1986, door het nieuwe rechtse kabinet voor de topjob gepasseerd en nam hij ontslag. Het zou de laatste keer zijn dat hij nummer twee was.Minister van Industrie Alain Madelin sloeg hem aan de haak. Tchuruk zette in vier jaar CDF-Chimie, een verlieslatend amalgaam met 20.000 werknemers dat hij tot Orkem herdoopte, op de sporen. Daarna volgde de Compagnie Française des Pétroles, dat hij tot Total hertekende. Opnieuw met een dosis geluk: de Golfoorlog deed de petroleumprijzen omhoog schieten. Société Générale-topman Marc Viénot wist hem in 1995 met moeite te overtuigen om het comfortabele Total te verlaten voor Alcatel Alsthom. Alcatel Alsthom, een groep van 1200 bedrijven, was geen cadeau. Zijn voorganger Pierre Suard ging in 1995 ten onder aan de affaire rond de overfacturering van France Télécom. De deregulering in de telecomsector stond voor de deur. De telecompoot verloor geld en miste de start in mobilofonie en internet. Serge Tchuruk kondigde prompt een massieve herstructureringsprovisie aan (24 miljard Franse frank), die het verlies dat jaar op 25,6 miljard Franse frank bracht. Hij focuste op de telecomsector, waarvoor hij Jo Cornu als tweede man van Pierre Suard overnam, en verkocht de andere activiteiten (media, de wijnen van Château Gruault Larose, de participaties in GEC Alsthom en Framatome, na een afgeblokte poging om die tot een energiereus samen te smeden), wat hem meer dan 70 miljard Franse frank opleverde. De nieuwe naam, dit keer, was Alcatel. Het imperium van nationale baronieën (uit de tijd dat nationale operatoren nationale producten kochten) vormde hij om in wereldwijd actieve profit centers rond grote specialisaties: netwerken, internet en optica, bedrijven en groot publiek, componenten en kabels. Groei zocht hij in Amerika, dat de helft van de wereldmarkt voor telecomuitrusting uitmaakte. De Amerikaan Krish Prabhu was zijn speerpunt voor meer dan 120 miljard Franse frank aan acquisities in Noord-Amerika ( DSC, Xylan, Assured Access, Genesys, Packet Engines, Innovative Fibres, Newbridge), die zowel technologie als marktaandeel opleverden. (Prabhu, die zijn carrière begon in de Bell Laboratories van Lucent, leidde tussen 1995 en 1997 in Zaventem de breedbanddivisie van Alcatel en is sinds het terugtreden van Jo Cornu in 1999 de nummer twee.) De gereserveerde Tchuruk, koppig, op en top professioneel, een groot motivator van teams, is geen societyfiguur, wantrouwt politiek en haat publiciteit. Hij geeft zelf toe dat hij van nature timide is en woede gebruikt om zijn wil door te zetten - zonder daarom te gaan schelden. "Je moet je dossiers door en door kennen, want Tchuruk interesseert zich voor het kleinste detail, zelfs in heel technische onderwerpen," verklaarde Martin De Prycker, chief technology officer van Alcatel, in november vorig jaar aan Le Nouvel Economiste, toen dat Franse blad Serge Tchuruk verkoos tot Manager van het Jaar. Enkele naaste medewerkers vergezellen hem al twintig jaar en vormen zijn inner circle: Caroline Mille (corporate communications), Jean-Pierre Halbron (bestuurder-financieel directeur) en Jean-Paul Barth (onder meer verantwoordelijke uitgever). Hij heeft een dochter, Valérie, drie kleinkinderen, tennist en wandelt, en luistert naar Bach. Tchuruk verdiende vorig jaar bruto ongeveer 108 miljoen frank aan vaste en prestatiegebonden vergoedingen - zonder 500.000 frank aan mogelijk waardeloze opties te rekenen. Beleggers herinneren zich nog levendig 17 september 1998, toen Serge Tchuruk in het Parijse hotel Intercontinental, drie weken na de overname van DSC, moest toegeven dat "het jaar minder goed zou zijn dan voorzien". Alcatel ging min 38% in één dag en heeft sindsdien kwartaalrapportering en een nog scherpere focus op de winstmarge. Analisten sluiten niet uit dat Serge Tchuruk nog andere fusiekansen krijgt om zijn Amerikaanse droom waar te maken, bijvoorbeeld met Cisco, een fabrikant van netwerkapparatuur. Alleen zal hij, omdat hij behalve het afbreken van de deal maar ook een monsterprovisie van 120 miljard frank voor de afbouw van de mobilofoonproductie en wat andere ingrepen heeft aangekondigd, zijn publiek ervan moeten overtuigen dat een discussie over de voorzittersstoel geen lijken in de kast verbergt. Bruno Leijnse