De invoering van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden heeft een aantal ingrijpende gevolgen. Zo hebben de sociale partners een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst -- de cao 109 -- gesloten, waarin een regeling voor een ontslagmotivering is opgenomen. De nieuwe regels treden in werking vanaf 1 april 2014. De cao is enkel van toepassing op werknemers en werkgevers van de private sector. De publieke sector moet nog soortgelijke afspraken maken.
...

De invoering van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden heeft een aantal ingrijpende gevolgen. Zo hebben de sociale partners een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst -- de cao 109 -- gesloten, waarin een regeling voor een ontslagmotivering is opgenomen. De nieuwe regels treden in werking vanaf 1 april 2014. De cao is enkel van toepassing op werknemers en werkgevers van de private sector. De publieke sector moet nog soortgelijke afspraken maken. Op basis van de cao 109 kan een ontslagen werknemer voortaan aan zijn werkgever vragen hem de reden voor het ontslag mee te delen. Op die manier kan hij de redelijkheid van het ontslag beoordelen. De aanvraag moet gebeuren met een aangetekende brief binnen de twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst. Geeft de werkgever een opzeggingstermijn, dan heeft de werknemer vanaf de betekening van de opzegging zes maanden de tijd om een motivering te vragen, maar dat moet wel binnen de twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst gebeuren. Stel dat een werkgever een ontslag betekent op 26 mei 2014 dat ingaat op 1 juni en waarbij de werknemer een opzegging van zes weken krijgt -- tot 15 juni 2014. In dat geval heeft de werknemer tijd tot 15 augustus 2014 om een motivering van het ontslag te vragen. Als een werkgever weigert zijn motieven voor een ontslag mee te delen, riskeert hij een boete van twee weken loon van de ontslagen werknemer. Een werknemer die niet akkoord gaat met de motivering van zijn voormalige werkgever, kan naar de arbeidsrechtbank stappen om het ontslag aan te vechten. De rechter gaat dan na of het ontslag als 'kennelijk onredelijk' moet worden beschouwd. Een ontslag is kennelijk onredelijk als de redenen ervoor geen verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer, of als het niet nodig was voor de goede werking van de onderneming. Als de rechter oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is, kan hij een forfaitaire sanctie van drie tot zeventien weken loon opleggen aan de werkgever. De verschuldigde ontslagvergoeding wordt niet als een loon beschouwd. Op die manier zijn er geen socialezekerheidsbijdragen op verschuldigd en kan ze worden gecumuleerd met een sociale uitkering. Er zijn gevallen waarin een ontslag niet hoeft te worden gemotiveerd. De cao 109 is niet van toepassing op deze werknemers: werknemers die worden ontslagen in de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst; die uitzend- of studentenarbeid doen; die werken in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag; die met pensioen gaan; die hun baan verliezen bij de stopzetting van een activiteit, een sluiting of een collectief ontslag; werknemers voor wie de werkgever een bijzondere ontslagprocedure -- vastgelegd bij wet of een cao -- moet naleven; en werknemers die worden ontslagen bij een herstructurering. JOHAN STEENACKERS