Tien jaar na haar officiële tewaterlating heeft de EMU de zwaarste financieel-economische storm in generaties overleefd. Een paar maanden geleden hielden financiële markten nog rekening met een exit van een of meerdere landen. Dat de piepjonge monetaire unie de volle kracht van de kredietorkaan toch heeft doorstaan, is een puike prestatie. Daar valt niets op af te dingen.
...

Tien jaar na haar officiële tewaterlating heeft de EMU de zwaarste financieel-economische storm in generaties overleefd. Een paar maanden geleden hielden financiële markten nog rekening met een exit van een of meerdere landen. Dat de piepjonge monetaire unie de volle kracht van de kredietorkaan toch heeft doorstaan, is een puike prestatie. Daar valt niets op af te dingen. Euforie is echter niet aan de orde, integendeel. De twee structurele zwaktes die de vrees voor een EMU-implosie voedden, blijven bestaan en de crisis dreigt die zwaktes bovendien te vergroten. Zonder drastische ingrepen komt de hele discussie over de vervaldatum van de EMU onvermijdelijk terug. In de eerste plaats heeft de EMU een gecentraliseerd monetair beleid (de ECB) en een gedecentraliseerd budgettair beleid (de lidstaten). Om de verschillende lidstaten budgettair toch in de pas te laten lopen, werd het Stabiliteitspact in het leven geroepen. Dat maakt zelfs sancties mogelijk. In de praktijk worden de regels van het pact bijzonder flexibel geïnterpreteerd en wordt er niet gesanctioneerd. Mede daarom is de budgettaire discipline ondermaats en is er onvoldoende schuldafbouw. Wat een verschil met de aanloop naar de EMU! De wortel van EMU-lidmaatschap lonkte toen voor de kandidaat-toetreders. Voor iedereen waren schuldvermindering en budgettaire discipline dan ook een prioriteit. Er is vandaag geen wortel meer en de stok wordt niet gebruikt. Het Stabiliteitspact bleef in goede tijden al dode letter, vandaag roept iedereen probleemloos verzachtende omstandigheden in. Wanneer krijgen we weer budgettaire overschotten? 2012? 2015? Nooit meer? Zonder stok of wortel kunnen we alleen maar hopen op de goodwill van de lidstaten om zo snel mogelijk orde op zaken te stellen. De tweede structurele zwakte van de EMU is het ontbreken van het devaluatie-instrument. Een land met een gedaalde concurrentiekracht kon dat vroeger oplossen met een devaluatie Dat is eigenlijk een verkapte loondaling: de uitvoersector wint concurrentiekracht en ingevoerde producten worden duurder voor binnenlandse consumenten. Toch is een devaluatie politiek veel gemakkelijker te verkopen dan een reële loondaling. Binnen de EMU kunnen landen niet meer devalueren en blijven alleen structurele hervormingen over om de concurrentiepositie te verbeteren: loonmatiging of zelfs loondalingen, een flexibeler arbeidsmarkt, enzovoort. Van de aanvankelijke hoop dat landen sneller en vaker tot structurele hervormingen zouden overgaan uitgerekend omdat een devaluatie niet meer mogelijk was, valt in de praktijk weinig te merken. Landen moeten saneringen en hervormingen binnenlands verkocht krijgen terwijl de voordelen - een stabielere eurozone - vooral in alle andere lidstaten worden gevoeld. De keuze voor binnenlandse populariteit dreigt de noodzakelijke hervormingen te vertragen. Een EMU met steeds verder uit elkaar lopende groeiritmes, schuldposities en overheidstekorten is op termijn echter onhoudbaar. Het gebrek aan afdwingbare budgettaire discipline en aan afdwingbare structurele hervormingen laat zich dan ook eenvoudig samenvatten: de EMU is geen politieke unie. Ook in het verleden gingen monetaire unie en politieke unie altijd samen. De Verenigde Staten, Duitsland en Italië verenigden zich eerst politiek en werden pas in tweede instantie een echte monetaire unie met één munt en één centrale bank. In het geval van economische spanningen zorgde de politieke eenheid als natiestaat voor de nodige veerkracht. Supranationale unies zoals de Latijnse muntunie (België, Frankrijk, Italië en Zwitserland tussen 1865 en 1927) en de Scandinavische muntunie (Zweden, Noorwegen en Denemarken tussen 1873 en 1924) hebben de tand des tijds niet doorstaan. Zij vielen uiteen door grote economische schokken of toenemende economische divergentie tussen de deelnemers. De belangrijkste conclusie is dat een monetaire unie zonder politieke unie niet het eeuwige leven heeft. Alleen met één gemeenschappelijke politieke overheid die saneringen en hervormingen kan coördineren, afdwingen en uitvoeren, is de EMU beter bestand tegen schokken. Vandaag moeten we noodgedwongen rekenen op de zelfdiscipline en goodwill van de individuele lidstaten om het belang van de muntunie voorrang te geven op het eigenbelang. De vraag van 1 miljard euro is dan ook of een politieke unie in Europa tot de mogelijkheden behoort. Vandaag zorgt de financiële crisis alvast voor een nationalistische reflex bij politieke leiders. Ook de bevolking ligt steeds minder wakker van Europa: bij de Europese verkiezingen stuurde bijna 60 procent van de kiezers zijn kat. Zijn landen bereid om in dat klimaat een groot stuk soevereiniteit permanent op te geven om op die manier de toekomst van de euro veilig te stellen? De Europese politicus die dat ooit voor elkaar krijgt, maakt zowel zichzelf als de EMU onsterfelijk.De auteur is econoom Peter De KeyzerHet Stabiliteitspact bleef in goede tijden al dode letter, vandaag roept iedereen probleemloos verzachtende omstandigheden in.