Zweeds goud voor Kim Gevaert en Tia Hellebaut. België draagt sinds twee weken zijn trotse atleten op handen. Nochtans was dit niet het eerste Europees kampioenschap van Kim Gevaert. Sterker nog: wie ver genoeg afstond van de sprintster beschouwde haar al jaren als een topatlete die steeds net naast de ereplaatsen greep. Maar geduld en harde training lonen, zo blijkt nu.
...

Zweeds goud voor Kim Gevaert en Tia Hellebaut. België draagt sinds twee weken zijn trotse atleten op handen. Nochtans was dit niet het eerste Europees kampioenschap van Kim Gevaert. Sterker nog: wie ver genoeg afstond van de sprintster beschouwde haar al jaren als een topatlete die steeds net naast de ereplaatsen greep. Maar geduld en harde training lonen, zo blijkt nu. Hetzelfde geldt voor Innogenetics. Zijn gouden ei - een therapeutisch vaccin tegen hepatitis C - kon het bedrijf vooralsnog niet leggen, maar uitgeteld is de onderneming zeker niet. De tests met het vaccin leveren goede resultaten op, maar omdat ook de patiënten die een placebo kregen positief evolueerden, moesten de klinische tests worden verlengd. Dat nieuws zorgde vorig jaar voor een opdoffer en voor definitieve resultaten is het nog wachten tot volgend jaar. Geen reden tot paniek bij de kwartaalcijfers, zou je dus verwachten. Volgens chief executive officer (CEO) Frank Morich was het zelfs een van de beste kwartalen ooit. Is het dan Belgische kortzichtigheid die zorgt voor knorrende krantenknipsels waarin het Gentse biotechnologiebedrijf wordt afgeschilderd als een eeuwige belofte? Wellicht. Het uitblijven van de resultaten was nochtans voorspelbaar, de investeringen in de ontwikkeling van de diagnosticatak eveneens. Vandaag is Innogenetics een substantieel bedrijf met een enorme historische impact. De onderneming speelt een voorbeeldrol in de kenniseconomie waarop pessimisten, politici en futurologen allemaal hun hoop voor de toekomst vestigen. De beursnotering van Innogenetics was jarenlang het meest zichtbare exploot van een ontluikende biotechindustrie in Vlaanderen. De twee andere bedrijven uit de sector die ooit een vergelijkbare omvang bereikten - PGS en Tibotec - belandden intussen in handen van buitenlandse multinationals. Innogenetics houdt koppig vast aan zijn zelfstandigheid en aan zijn hybride model. Met inkomsten uit de diagnostica financiert het voor een belangrijk stuk zijn geneesmiddelenonderzoek. Dat hybride karakter kreeg navolging en is gedeeltelijk een verklaring voor het recente succes van de beursnieuwelingen Galapagos en Devgen. Zelfs als het nooit wat wordt met het vaccin tegen hepatitis C, hoort het bedrijf uit Zwijnaarde nog niet in een museum thuis. Innogenetics is geen lege doos. De doelstelling blijft om dit jaar met de diagnosticatak een omzet van 45 miljoen euro te behalen, toch niet niks. Bovendien krijgt eind deze maand een juridisch geschil met het Amerikaanse Abott over het gebruik van genotyperingstests voor hepatitis C zijn beslag. Als dat goed uitpakt, kan Innogenetics zo'n 10 tot 15 miljoen euro extra inkomsten verwachten. De diagnosticatak is bovendien gewapend voor de toekomst. Het bedrijf hoopt immers op fikse royaltyinkomsten van de Septifasttests die het samen met het Zwitserse farmaconcern Roche ontwikkelde. De test dient om snel te bepalen welke antibiotica kunnen werken, en kan dus levens redden. Bovendien lanceert Innogenetics in de tweede helft van dit jaar ook 4-MAT, een diagnostisch platform van de nieuwe generatie. Geduld is een schone deugd. Hoezeer geduld zich in harde winst zal vertalen valt nog af te wachten, maar dat Innogenetics meer is dan een eeuwige belofte, zou nu toch allang duidelijk moeten zijn. Roeland Byl