"Bij welke exportdienst moet een Vlaamse vrachtvervoerder van een Brusselse transportfirma, die met zijn lading Waalse goederen bij een grensovergang vragen heeft omtrent bepaalde exportformulieren, voortaan terecht? Vroeger volstond één telefoontje naar de BDBH (Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel). Volgens het kersverse akkoord over de regionalisering van de buitenlandse handel, kan dat niet meer. Want bedrijven mogen niet rechtstreeks aankloppen bij het nieuwe Federaal Agentschap voor de Buitenlandse Handel dat in de plaats komt van de BDBH." PRL-senator Olivier de Clippel wierp dit doordenkertje op bij de voorstelling van een ' Vragenlijst over de Buitenlandse Handel'. De enquête, die deze week bij 5000 exportbedrijven in de bus valt, is een initiatief van B Plus, de Beweging voor een federaal en vernieuwd België. B Plus waarschuwt voor "inefficiënties in het akkoord over de regionalisering van de buitenlandse handel."
...

"Bij welke exportdienst moet een Vlaamse vrachtvervoerder van een Brusselse transportfirma, die met zijn lading Waalse goederen bij een grensovergang vragen heeft omtrent bepaalde exportformulieren, voortaan terecht? Vroeger volstond één telefoontje naar de BDBH (Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel). Volgens het kersverse akkoord over de regionalisering van de buitenlandse handel, kan dat niet meer. Want bedrijven mogen niet rechtstreeks aankloppen bij het nieuwe Federaal Agentschap voor de Buitenlandse Handel dat in de plaats komt van de BDBH." PRL-senator Olivier de Clippel wierp dit doordenkertje op bij de voorstelling van een ' Vragenlijst over de Buitenlandse Handel'. De enquête, die deze week bij 5000 exportbedrijven in de bus valt, is een initiatief van B Plus, de Beweging voor een federaal en vernieuwd België. B Plus waarschuwt voor "inefficiënties in het akkoord over de regionalisering van de buitenlandse handel." Vroeger had de vrachtvervoerder in De Clippel's anecdote één aanspreekpunt (de BDBH). "Ook vandaag is er één loket," reageert Koen Jongbloet van het kabinet van Vlaams minister voor de Buitenlandse Handel, Johan Sauwens (VU&ID): dat is de exportdienst van het gewest waarin de maatschappelijke zetel van het betreffende bedrijf gevestigd is. Maar uit een rondvraag blijkt dat niet zo vanzelfsprekend. Volgens het Verbond van Belgische Ondernemingen moet de vrachtvervoerder de Waalse Awex bellen; na enige aarzeling geeft Export Vlaanderen hetzelfde antwoord, "hoewel hij ook zou kunnen kiezen voor de Brusselse exportdienst"; het Vlaams Economisch Verbond (VEV) houdt het bij Brussel, de Union Wallonne des Entreprises (UWE) ook. "Het is glashelder," stelt Koen Jongbloed, die ook de Brusselse exportdienst aanwijst: "De man belt zijn werkgever, dus de Brusselse transportfirma, die ofwel contact opneemt met zijn klant of rechtstreeks met de exportdienst van het gewest waar de maatschappelijke zetel is gevestigd van het bedrijf waaraan het probleem gerelateerd is. De aard van het gestelde probleem bepaalt immers bij welke exportdienst aangeklopt wordt."Een exportbedrijf met hoofdzetel in Brussel, waarvan de productie in Vlaanderen gebeurt, heeft volgens Export Vlaanderen ook de keuzemogelijkheid tussen de Vlaamse of de Brusselse exportdienst. François Vinck, directeur Europa en Internationaal van het VBO, hoopt dat "de bevoegde exportdienst de vrachtvervoerder dan meteen de juiste inlichtingen zal kunnen doorgeven." Jean-Jacques Westhof van UWE betreurt, net als het VBO, dat dergelijke concrete vragen uitmonden in een "administratieve verzwaring." Maar Jan Van Doren (VEV) vindt dat soort bezwaren overdreven: "Met goede wil van de exportdiensten en met behulp van elektronische middelen kunnen praktische knelpunten snel worden opgelost." Pijnpunten in het geplande AgentschapDe geplande reorganisatie van de exportbevordering bevat nog andere mogelijke oorzaken voor verwarring. Volgens de ontwerpteksten van het aangepaste Lambermont-bis akkoord over de buitenlandse handel, zullen voortaan de gewestorganen (Export Vlaanderen, Awex en Brussel Export) de stuwende krachten zijn van de Belgische exportpromotie. De BDBH verschrompelt tot een Federaal Agentschap (met vijftig personeelsleden) en houdt een beperkt aantal nog gezamenlijk uit te voeren taken over, die worden opgelegd vanuit de gewestelijke exportdiensten. Het Agentschap wordt hoofdzakelijk een gegevensbank over alle mogelijke aspecten van de internationale handel ten behoeve van de gewestorganen. Alleen zij mogen informatie doorgeven aan De Clippel's vrachtvervoerder en/of de exportbedrijven. * De rol van prins Filip (erevoorzitter van de vroegere BDBH) komt het meest er sprake. Nochtans is er grote eensgezindheid: alle betrokken instanties erkennen de meerwaarde van de prins bij handelsmissies waar ontmoetingen met officiële gesprekspartners op een hoog niveau wenselijk zijn. B Plus en gewezen minister voor de Buitenlandse Handel Pierre Chevalier (VLD) werpen echter de vraag op of de Gewesten een beroep kunnen doen op de prins, zonder 'dekking' van de federale regering en zonder begeleiding van een federale minister. Die vraag noemt grondwetspecialist Karel Rimanque (UIA) irrelevant: "Strikt juridisch gezien vervult de prins een louter protocollaire functie. Wat hij in een toespraak zou vertellen, moet gewoon inhoudelijk conform zijn met het beleid van de gewesten." Zijn collega Robert Senelle ziet op basis van de teksten van het akkoord geen enkel probleem. "De aanwezigheid van een federaal minister is tijdens een handelsmissie niet vereist, maar de federale regering blijft wel bevoegd om desgevallend uitleg te verschaffen aan de federale Kamer over handelingen en uitspraken van de prins." * De financiering van het Agentschap (bovenop een federaal toegekend werkingsbudget van 100 miljoen frank) zal afhankelijk zijn van de goodwill van de drie gewesten. "Zoiets moet op een gestructureerde manier worden vastgelegd," zegt François Vinck (VBO). Geen van de ondervraagden weet volgens welke verdeelsleutel de gewesten zullen moeten bijpassen: a rato van het respectievelijke aandeel in de uitvoer of in functie van de personenbelasting (zoals werd toegepast bij de afbouw van het BDBH-budget: 62,21% voor Vlaanderen, 28,75% voor Wallonië, 9,04% voor Brussel). Los daarvan vrezen VBO en B Plus dat er onenigheid zal rijzen over het beschikbaar stellen van extra middelen, omdat de gewesten verschillende meningen kunnen hebben over bijkomende taken voor het Agentschap. Vetorechten kunnen verlammend werken.Jan Van Doren (VEV): "Men doet alsof dergelijke meningsverschillen niet opdoken in de BDBH, terwijl precies de daaruit voortvloeiende blokkeringen geleid hebben tot de regionalisatie. Als de ambitie er is om samen te werken, zullen de Gewesten onderling wel tot een akkoord komen." Jean-Jacques Westhof (UWE) treedt Van Doren bij, maar stelt dat "een consensus sneller bereikt wordt als de privésector meer inspraak heeft, omdat ondernemers pragmatisch oplossingen vinden voor communautaire spanningen waar politiek gekleurde vertegenwoordigers liever garen van spinnen."* De bedrijfswereld tilt duidelijk het zwaartst aan de zwakke inspraak van de privésector in het nieuwe Agentschap. In de raad van bestuur zetelen acht vertegenwoordigers uit de bedrijven naast acht uit overheidskringen. Westhof (UWE) wijst op de blijvende onduidelijkheid of er daar nog vier regeringscommissarissen (federaal en uit de drie Gewesten) aan zullen worden toegevoegd: "Als dat gebeurt wordt de privé helemaal weggedrukt."De inspraak van de bedrijven werd geweerd uit het Begeleidingscomité van het Agentschap dat het dagelijks bestuur bijstaat, terwijl de bedrijven in het directiecomité van de vroegere BDBH een beslissende stem hadden. "Het Begeleidingscomité zal mee prioriteiten vastleggen en daarin zullen alleen ambtenaren hun zeg hebben met als gevolg dat de reële, praktische zorgen van de bedrijven niet echt aan bod zullen komen," commentariëert Westhof (UWE). Van Doren (VEV) kan daar inkomen, maar relativeert omdat het Agentschap slechts een interregionale functie heeft: "De stuwende kracht van de exportbevordering ligt voortaan biju de Gewesten. Dààr moeten de bedrijven hun stem en gewicht laten gelden. Bij Export Vlaanderen bijvoorbeeld wordt nu vlot samengewerkt met kamers van koophandel. Die regionale dynamiek kan overslaan op het Agentschap, nu er duidelijkheid bestaat over het feit dat de drijvende kracht bij de Gewesten ligt. Het akkoord is niet perfect, maar maakt komaf met de halfslachtigheid in de BDBH waar het federale niveau en Gewesten elkaar voortdurend overlapten of tegenstrijdigheden veroorzaakten. De Gesten hebben geen federale schoonmoeder nodig om het onderling eens te worden." Erik Bruyland