Maneuvers rond privatizering
...

Maneuvers rond privatizeringSinds drie mijngroepen zich eind oktober '95 met hun offertes bij de regering- Kengo aandienden als kandidaat voor de privatizering van de Zaïrese mijnonderneming Gécamines (zie Trends van 2 november jl.), lijkt The Lundin-groep zich beter te "positioneren" dan de twee Zuidafrikaanse kandidaten Gencor en Iscor. Nochtans hebben deze laatste alvast méér technische know-how in huis dan de schijnbare koploper. Lundin, met administratieve zetel in het Canadese Vancouver en een operationeel hoofdkwartier in Dubai, omvat onder meer International Petroleum Company en besteedt doorgaans verworven koncessies in een latere faze uit aan de meest biedende. In dit geval zouden dit allicht Gencor of Iscor zijn. Niet iedereen vindt de Lundin-groep geloofwaardig. Sommige waarnemers vermoeden achter haar belangstelling voor de Zaïrese koper- en kobaltontginning een aantal maneuvers zoals eerder het geval was rond de onbekende Amerikaans-Zwitserse Swipco-groep. In juni '95 meldden een aantal persberichten dat Swipco de volledige Zaïrese mijnbouw zou verwerven, wat niet meer dan een maneuver van de regering-Kengo bleek te zijn (zie Trends van 15 juni jl.). Andere bronnen verwijzen naar het verleden van de Lundin-groep. Als we de eerbiedwaardige Londense The Financial Times mogen geloven, genoot de Lundin-groep inderdaad niet altijd een beste reputatie. In mei '86 schreef The Financial Times we citeren letterlijk : " Sweden's not quite so honourable Adolf Lundin who has done for investing in the oil and gas industry what Aids has done for Haiti". Mijningenieur Adolf Lundin is verwant met Zwedens rijkste familie, de Wallenbergs. Hij bouwde een persoonlijk fortuin op in de oliewinning en met beheer van beleggingsfondsen (zoals South Atlantic Ventures, Lovat Oil & Gas en Consolidated International Petroleum) waarbij, aldus TheFinancial Times, hijzelf rijker en de privé-beleggers meestal een stuk lichter werden. Begin dit jaar deed Lundin een biezonder lukratieve zaak door de verkoop van International Musto in Argentinië, een goud- en kopermijn waarvan de reserves grondig onderschat werden door de vroegere eigenaars toen Lundin ze in de jaren '70 voor een habbekrats kocht.