Beveiligingsgroep G4S ontsnapt eind dit jaar uit zijn doolhof, een wirwar van gangen en gebouwen in Zaventem. Het verhuist naar Vilvoorde, vlak bij concurrent Securitas. Aan het doolhof van divisies en vennootschappen die onder de Belgische groepsstructuur zijn gebracht, lijkt geen ontkomen. De Belgische wet legt de verschillende soorten beveiligingsbedrijven duidelijke beperkingen op. Zelfs voor Pieter Van den Nieuwenhuizen, algemeen directeur van G4S België, wordt het een hele klus om de activiteiten van de groep op te sommen.
...

Beveiligingsgroep G4S ontsnapt eind dit jaar uit zijn doolhof, een wirwar van gangen en gebouwen in Zaventem. Het verhuist naar Vilvoorde, vlak bij concurrent Securitas. Aan het doolhof van divisies en vennootschappen die onder de Belgische groepsstructuur zijn gebracht, lijkt geen ontkomen. De Belgische wet legt de verschillende soorten beveiligingsbedrijven duidelijke beperkingen op. Zelfs voor Pieter Van den Nieuwenhuizen, algemeen directeur van G4S België, wordt het een hele klus om de activiteiten van de groep op te sommen. Wereldwijd wordt een onderscheid gemaakt tussen twee activiteiten. Het onderdeel cash service, zoals de beveiliging van geldtransport, wordt ook voor ons land vanuit Nederland gestuurd omdat er een hoop logistiek aan te pas komt. Het gedeelte manbewaking, in België goed voor 70 procent van de 275,9 miljoen euro omzet in 2008, valt wel onder de bevoegdheid van Van den Nieuwenhuizen. De overige 30 procent van de geconsolideerde omzet van de Belgische onderneming komt uit de afdeling elektronische beveiliging, uit de vennootschap Securilink die een meldkamer overkoepelt, uit veiligheidstrainingen en uit event- en receptiediensten. Dankzij de overname van het Nederlandse Ridderikhoff, met een vestiging in Antwerpen, is G4S sinds kort ook actief in de levering van veiligheidsdiensten en revisies voor de chemische sector, vooral in bedrijven in de Antwerpse havenregio. "Het is uitzonderlijk dat een bedrijf aanwezig is in alle delen van de beveiligingssector", merkt Van den Nieuwenhuizen op. Voor de oprichting van een onderneming in manbewaking zijn amper investeringen nodig. Al zijn de marges navenant - 7 procent ebitda wordt vaak als een goede prestatie beschouwd - de manbewakingsmarkt is met meer dan 170 erkende bedrijven een vervangingsmarkt geworden, overstelpt door eenmansbedrijven van bijvoorbeeld portiers. "De marges liggen hoger bij de levering van elektronische beveiliging en meldkamerdiensten zodra het volume hoog genoeg is. Hiervoor zijn wel grote investeringen nodig", zegt Van den Nieuwenhuizen. 90 procent van het marktaandeel is daarom in handen van vier bedrijven: G4S, Securitas, Seris (de Belgische poot van Securifrance) en Cobelguard (voor 40 procent eigendom van Ackermans & van Haaren). Vooral tussen G4S en Securitas heerst er een zekere spanning. Het zijn wereldspelers, maar ze hebben dezelfde oprichter en hadden in het verleden hun eigen werkterrein. Group 4 was actief in Midden- en Noord-Europa, Securitas in Zuid-Europa en de Verenigde Staten. Hoewel ze sinds hun beursnotering steeds vaker in elkaars vaarwater kwamen, heette de Belgische vestiging van G4S tot 2003 Group 4 Securitas en had zij hetzelfde logo als haar concurrent, drie rode bollen. "We maakten dus al die tijd reclame voor de concurrentie. Daar is soms verwarring over en dat speelt ons nog steeds parten." Het is een nadeel in een markt die vooral in het segment van de manbewaking bijna nog uitsluitend met de inflatie meegroeit. De afgelopen jaren kon G4S nog groeien door overnames van "meer van hetzelfde", zoals Van den Nieuwenhuizen het noemt, en door de overname van firma's die hen hielpen intreden in onder andere de evenementenmarkt. In de toe- komst gaat de groep eerder op zoek naar acquisities die de activiteiten verder diversifiëren of extra knowhow in huis brengen. "De kans dat we overnemen, wordt dus steeds kleiner. En om een van de vier premier league-spelers over te nemen, zullen we geen goedkeuring krijgen van de mededingingsautoriteiten", zegt Van den Nieuwenhuizen. Ook de wet-Tobback, die sinds 1999 hoge eisen aan beveiligingsfirma's stelt, limiteert de groei volgens Van den Nieuwenhuizen, die ook voorzitter is van de beroepsvereniging van bewakingsondernemingen. Werd de wet de afgelopen jaren niet milder? Parkeercontroles mogen bijvoorbeeld ondertussen al worden uitgevoerd door privébedrijven. "De wet voelt toch nog altijd aan als een strak keurslijf en ze doodt de creativiteit die nodig is om te groeien in een evoluerende markt." Van den Nieuwenhuizen pleit niet alleen voor een vereenvoudiging van de nodige administratie, maar hoopt dat privébewakingsondernemingen in de toekomst ook kunnen zorgen voor de veiligheid op het openbaar vervoer, zoals in Nederland al het geval is. Hij ziet het zelfs nog groter. "In het Verenigd Koninkrijk bouwen beveiligingsbedrijven gevangenissen om ze daarna onder supervisie te managen. Dat moet hier ook kunnen. We willen de plaats van de politie niet innemen, maar we hebben wel een plaats verdiend." Tot het zover is, moet G4S België haar wirwar aan divisies en vennootschappen beter laten samenwerken om klanten een totaalpakket aan beveiliging te kunnen bieden. Orders van bovenaf. Na de fusie van het Deense Group 4 en het Britse Securicor in 2004 zocht het nieuwe Group 4 Securicor tot begin dit jaar naar synergie. Begin 2009 werd de naam officieel verkort tot G4S, meteen een teken dat de tweede fase, die van versnelde groei, is ingeluid. De bedoeling is onder andere om minder op concurrenten als Securitas te gaan lijken en meer verantwoordelijkheid bij de klanten te krijgen. "De markt was daar in het verleden niet klaar voor, de diensten bewaking en veiligheid waren bij onze klanten meestal gescheiden. Als het kostenbesparend is om alles aan ons uit te besteden, zullen ze vandaag wel naar ons luisteren. We kijken bijvoorbeeld naar ziekenhuizen, waar de spoedafdeling soms met agressie krijgt af te rekenen en waar gestolen wordt uit de kamers." De nationale afdelingen van G4S kregen ook te horen dat ze nog meer op zoek moeten naar contracten van lange duur en zich dus zo veel mogelijk moeten richten op de overheid, die concessies van lange duur kan uitschrijven. "Als de omzetstroom gegarandeerd is voor langere tijd wordt de beursnotering waarschijnlijk hoger. Het topmanagement vindt dat we vandaag te laag gewaardeerd zijn." In België, waar G4S toestemming moet vragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken om bijvoorbeeld voor de instellingen van de Europese Unie te mogen werken, dreigde het wereldwijd uitgezette plan van de groep dode letter te worden. "We zijn niet langer een speedboot, dus het is niet eenvoudig om zo'n grote ommezwaai te maken", vertelt Van den Nieuwenhuizen. Hij nam daarom professor Werner Bruggemans van de Vlerick Management School onder de arm. Om ervoor te zorgen dat de werking van de divisies en vennootschappen in lijn blijft met de nieuwe strategie werden de business units vervangen door één management en werd er een Office of Strategy Management als waakhond opgericht. Ook de medewerkers op de vloer raakten intussen vertrouwd met de nieuwe manier van werken. Geen gemakkelijke opdracht, want G4S - de tweede grootste werkgever ter wereld, na Wal-Mart - telt in ons land 5400 werknemers, vooral bewakers. "Veiligheid is en blijft een basisbehoefte zoals eten en drinken. De crisis is daarom voor ons geen voor- of nadeel, het is een gegeven." De veiligheidssector is naar de mening van Van den Nieuwenhuizen niet recessiebestendig, wel laatcyclisch. "Omdat we vaak met langlopende contracten werken, ondervinden we meestal pas hinder als de economie zich herstelt, maar ook dan nooit lang." Toch moet hij even later toegeven dat G4S België deze keer wel al wordt getroffen door de crisis. Aangezien belangrijke klanten als de automobiel- en de logistieke sector het vandaag moeilijk hebben, is er minder nood aan bewaking. Maar G4S had vooral last van de hoge inflatie in 2008. "Drie indexsprongen en een cao, in totaal een kostenstijging van 7 procent, doorrekenen als het slecht gaat bij onze klanten. Dat deed meer pijn dan de recessie." (T)Door Sjoukje Smedts foto: Michel Wiegandt