Nu het einde van de ambtsperiode van de Amerikaanse president George W. Bush nadert, is de tijd rijp om een balans op te maken van de acht jaar dat de Texaan in het Witte Huis verbleef. De voorbije maanden zijn dan ook een hele resem boeken van de persen gerold die terugblikken op het beleid van nu al een van de meest omstreden Amerikaanse presidenten.
...

Nu het einde van de ambtsperiode van de Amerikaanse president George W. Bush nadert, is de tijd rijp om een balans op te maken van de acht jaar dat de Texaan in het Witte Huis verbleef. De voorbije maanden zijn dan ook een hele resem boeken van de persen gerold die terugblikken op het beleid van nu al een van de meest omstreden Amerikaanse presidenten. Bush en de zijnen mogen er de voorbije jaren dan wel een zootje van hebben gemaakt, met als absoluut dieptepunt de oorlog in Irak, de eerlijkheid gebiedt dat het nog te vroeg is om definitieve conclusies te trekken, zo stellen Lou en Carl Cannon in Reagan's Disciple: George W. Bush's Troubled Quest for a Presidential Legacy. Toen Harry Truman in 1953 het Witte Huis verliet, was zijn populariteit door de Koreaoorlog tot een absoluut dieptepunt gezakt. De voorbije jaren werd Truman door verschillende historici gerehabiliteerd. Staat dit ook George W. Bush te wachten? De recente analyses zijn in elk geval pijnlijk. Zeker in Reagan's Disciple wordt Bush vergeleken met Ronald Reagan, nu nog altijd een Republikeins icoon. Maar ook al vertonen beide figuren - zeker in de ogen van de Europeanen - veel gelijkenissen (niet bijster slim, oorlogsstoker, rechts-conservatief), Reagan was toch van een ander kaliber dan 'Dubya', zo blijkt uit het boek. Beide politici hebben met elkaar gemeen dat ze grote voorstanders waren en zijn van de verspreiding van democratie en vrijheid overal ter wereld. Maar Reagan was er zich zeer snel van bewust dat dit doel niet kon worden bereikt door oorlogje te spelen. Hij trok de Amerikaanse troepen terug uit Libanon toen 241 manschappen in 1983 gedood werden. Bij Reagans afscheid was het communisme op sterven na dood en de belastingdruk in de VS drastisch verlaagd. Bush heeft geen oplossing gevonden voor het Iraakse kluwen. Ook op binnenlands vlak oogt zijn palmares zwak: Bush slaagde er niet in de immigratiewet en het pensioenstelsel te hervormen. Het boek van de Cannons toont de feiten en is streng. Van mindere kwaliteit is Craig Ungers The Fall of the House of Bush. Verwonderlijk, want Unger maakte naam en faam met zijn post-9/11-onderzoek naar de banden tussen de familie Bush en het Saoedische koningshuis. In zijn jongste werk ontwaart Unger echter een christelijk-integristisch complot dat het buitenlandse beleid stuurt. Fundamentalistische neoconservatieven hebben het Witte Huis in handen en zijn gevaarlijker dan moslimfundamentalisten. De steun die ze verlenen aan Israël past in hun ideale toekomstbeeld: een Joodse staat in Palestina is de noodzakelijke voorwaarde voor de teugkeer van Christus en de VS moet daaraan meewerken. Nu zijn er in de VS veel fundi's die er zulke ideeën op nahouden en inderdaad, de oorlog in Irak is onder andere het gevolg van hun invloed bij de president. Maar daar een complottheorie aan koppelen, is nog iets anders. Ook het volgens Unger door de neocons gestuurde Israëlbeleid doet de wenkbrauwen fronsen. De VS en Israël zijn al decennia de beste maatjes. Dat zal in de toekomst niet veranderen. Zelfs niet met Barack Obama in het Witte Huis. (T) LOU & CARL CANNON, GEORGE W. BUSH'S TROUBLED QUEST FOR A PRESIDENTIAL LEGACY, PUBLIC AFFAIRS, 2008, 287 BLZ, 25 EURO THE FALL OF THE HOUSE OF BUSH: THE UNTOLD STORY OF HOW A BAND OF TRUE BELIEVERS SEIZED THE EXECUTIVE BRANCH, STARTED THE IRAQ WAR, AND STILL IMPERils AMERICA'S FUTURE, SIMOn & SCHUSTER, 2008, 436 BLZ, 25 EUROAlain Mouton