In 1968 noemde de Antwerpse architekt Renaat Braem België het lelijkste land ter wereld. In 1987 luidde de titel van zijn memoires "Het schoonste land ter wereld". Die paradoks fungeert als hoeksteen in "Hedendaagse architectuur in België", Geert Bekaerts standaardwerk over onze naoorlogse bouwkunde.
...

In 1968 noemde de Antwerpse architekt Renaat Braem België het lelijkste land ter wereld. In 1987 luidde de titel van zijn memoires "Het schoonste land ter wereld". Die paradoks fungeert als hoeksteen in "Hedendaagse architectuur in België", Geert Bekaerts standaardwerk over onze naoorlogse bouwkunde.Op architekturaal vlak rest ons enkel cynisme. We woekeren een koterijenkultuur bijeen. Nochtans was er ooit hoop. De exuberante Vlaamse renaissance in de 16de eeuw en de art nouveau rond 1900 zinderden lang na. Tijdens de Wederopbouw na 1945 sloeg de chaos evenwel definitief toe. Terwijl de politici de ruimtelijke wanorde veeleer leken te stimuleren dan te kastijden, hokte de burger in deerniswekkende banale bouwsels. Uitgerekend op dat tijdstip moet architektuurhistoricus Bekaert zijn kronologie aanvatten. Wie met zo'n gemoedsgesteldheid het monumentale boek openslaat, belandt algauw in een wervelwind van verrassingen. Blijkbaar herbergt België tal van doordachte recente openbare en privé-gebouwen. Uiteraard beseffen we dat de selektie de algemene werkelijkheid geweld aandoet. De auteur zal ook wel gehengeld hebben naar een dominante stroming of school, al valt dat best mee. In plaats van zich te vergrijpen aan een arbitrair stijloverwicht, inventarizeert hij puur kronologisch. Automatisch zien we de modernen wegdeemsteren in de beginperiode en de postmodernen de estetische beleving schofferen na 1975. Bekaert maakt er zich niet vanaf met een wollig praatje bij een glimmend plaatje. Slechts sporadisch blijft hij te vaag, beknopt of oppervlakkig. Hij rakelt ook lang niet alle beleidsblunders op, waartegen hij eerder van leer trok. Zelfs in de typisch Belgische chaos ziet hij nu iets positiefs : deze ordening lééft, wat niet altijd gezegd kan worden van poepnette Hollandse verkavelingen. Ook de opgang van een rist mooie jonge goden, zoals hij de nieuwe lichting architekten noemt, stemt hem hoopvol. Uitg. : Lannoo, 240 blz., 2950 fr. Uiteraard ontbreekt Antwerpenaar bOb van Reeth niet in Bekaerts prijzenswaardige overzicht. Een maratongesprek tussen Van Reeth en de Amsterdamse filozoof Willem Koerse leidde tot het merkwaardige boek Architectuur is niet interessant. Daarmee sluit Van Reeth aan bij Bekaert : zonder de mens (en dus de chaos of de beteugeling ervan) blijft bouwkunde zielloos. Jammer genoeg meandert dit gesprek in te veel vlakke onderwerpen. Een boek vereist kanalizering. Uitg. : Hadewijch, 219 blz., 795 fr. . LUC DE DECKER