McLaren werd in de jaren zestig opgestart door Bruce McLaren en wordt nog altijd bij de grote formule 1-teams geteld. Maar McLaren bouwt ook sportwagens voor de openbare weg. De Sport Series is gericht op dagelijks gebruik. Uit dat gamma kregen wij de 570S (de 'S' staat voor 'Sport') mee voor onze test. Daarnaast zijn er nog de Super Series (gebouwd om op circuit te rijden, indrukwekkende prestaties, maar ook inzetbaar op de op...

McLaren werd in de jaren zestig opgestart door Bruce McLaren en wordt nog altijd bij de grote formule 1-teams geteld. Maar McLaren bouwt ook sportwagens voor de openbare weg. De Sport Series is gericht op dagelijks gebruik. Uit dat gamma kregen wij de 570S (de 'S' staat voor 'Sport') mee voor onze test. Daarnaast zijn er nog de Super Series (gebouwd om op circuit te rijden, indrukwekkende prestaties, maar ook inzetbaar op de openbare weg) en de Ultimate Series met de P1 en de P1 GTR, extreme sportwagens in zeer beperkte oplage. De 570S heeft 570 paarden onder de motorkap. Die motor is het enige onderdeel dat niet bij McLaren zelf wordt ontwikkeld. Hij komt van het Italiaanse Ricardo. In elk model zit dezelfde motor, die telkens anders wordt afgesteld. Verrassend: met een gewone rijstijl en respect voor de snelheidsborden is het mogelijk het verbruik tot zo'n 10 liter per 100 kilometer te beperken. Dat is strak voor zo'n machine. Als je gaat scheuren, zit je natuurlijk al snel aan 16 à 17 liter. De McLaren 570S is een auto met twee gezichten. Wie rustig rijdt, kan er meteen mee de baan op. Hoewel de ophanging heel strak is - zoals dat hoort voor een sportwagen - blijft het op goede wegen zelfs comfortabel. Zijn tweede gezicht: verraderlijk agressief als je op het gaspedaal stampt. Dan is al heel wat ervaring met snelle machines nodig. Als je uit de bocht ietwat te snel op het gaspedaal drukt, ben je de 570S 'kwijt'. De acceleraties snijden de adem af: niet eens vier seconden van nul naar honderd, en geen tien tellen om tweehonderd te halen. Maar het bijzonderste aan de 570S, zoals aan iedere McLaren, is de filosofie. Je merkt dat hij is gebouwd door jongens die bezig zijn met formule 1, een toptechnologische sport waarin bolides zo efficiënt mogelijk moeten zijn. Zowat alles aan de auto is gemaakt om in de eerste plaats doeltreffend te zijn, van de algemene vormgeving tot de plaats van een schakelaar of spiegel. Hier komt functie voor vorm en esthetiek. Het interieur is dan ook minder flashy en patserig dan in Italiaanse sportwagens. Geen glamour, wel ratio en strakheid. The real thing, zullen sommigen zeggen. Jo Bossuyt