De vakbonden werken mee aan een sociaal bloedbad onder de vijftigplussers. Dat meent niemand minder dan de socialist en Vlaams minister van Werk, Frank Vandenbroucke. En met hem gaat heel het Vlaams Parlement op kruistocht tegen het 'duurder maken van oudere werknemers'. Ze vergalopperen zich met het belangenconflict dat ze inriepen.
...

De vakbonden werken mee aan een sociaal bloedbad onder de vijftigplussers. Dat meent niemand minder dan de socialist en Vlaams minister van Werk, Frank Vandenbroucke. En met hem gaat heel het Vlaams Parlement op kruistocht tegen het 'duurder maken van oudere werknemers'. Ze vergalopperen zich met het belangenconflict dat ze inriepen. Vandenbroucke heeft absoluut gelijk als hij het arbeidsmarktbeleid helemaal in handen van de deelstaten wil krijgen. We twijfelen er bovendien niet aan dat hij uit oprechte zorg en verontwaardiging op de barricaden staat voor zijn leeftijdsgenoten. Maar zouden de syndicale organisaties iets hebben goedgekeurd dat zo verschrikkelijk nefast is voor oudere werknemers? Dat gelooft toch niemand. Alsof de christendemocrate Greta D'Hondt, ooit vakbondsvrouw en Kamerlid, de vijftigplussers op de mestvaalt zou dumpen. Zij werkte aan de vereenvoudiging van de banenplannen voor federaal minister van Werk Joëlle Milquet (cdH). De beslissing van de sociale partners, die in het federale relanceplan was opgenomen, geeft de politici de tijd om de geschrapte federale toelage voor oudere werknemers te vervangen door een subsidie van de deelstaten. Werkgevers en vakbonden gaan er wel vanuit dat er zo'n regeling komt binnen de twee jaar. En dat is allerminst zeker. Vandenbroucke heeft hier een punt. Maar de politieke klasse moet daar iets aan doen. Banbliksems uitspreken over vakbonden en werkgevers zet geen zoden aan de dijk. Het heeft meer het odium van machteloosheid. De economische tijden zijn er trouwens niet naar om het nu zo hard te spelen en bovendien is het hoogst twijfelachtig dat de Vlamingen op die manier het arbeidsmarktbeleid helemaal in handen krijgen. Kwatongen beweren dat het de partijpolitiek van de sp.a goed uitkomt om via Vlaanderen keet te schoppen op het federale niveau, waar ze in de oppositie zit. Misschien is dat niet zo kwaad gesproken. Van kwaadsprekerij is zeker geen sprake als wordt beweerd dat CD&V en Open Vld zich in de kwestie schizofreen gedragen. De christendemocraten en liberalen in het Vlaams Parlement schieten zonder pardon af wat hun federale partijgenoten vooropstellen. Daarmee brandmerken ze die als slechte Vlamingen. Vlaams, Vlaamser, Vlaamst. Daarmee komen we niet vooruit. De vereenvoudiging van de banenplannen is een goede zaak. Het doelgroepenbeleid overhevelen naar de deelstaten ook. Het komt er voor de voorstanders van die keuze op aan een politieke meerderheid te vinden. Hoe rapper, hoe liever. Maar tussen woord en daad, tussen wenselijk beleid en status-quo, staan verkiezingen. Rendez-vous na de Europese en deelstaatverkiezingen van 7 juni. En als er die dag geen federale stembusgang plaatsheeft, is het te hopen dat de politici niet, zoals sinds juni 2007, als konijnen naar de lichtbak van de volgende stembusslag voor Kamer en Senaat, in 2011, staan kijken. (T)Door Boudewijn Vanpeteghem