Banken die aan financiële alchemie deden door schulden om te toveren in effecten, en vervolgens die effecten voor een veel te hoge prijs (lees: te lage risicovergoeding) verkochten aan nietsvermoedende beleggers (andere banken inbegrepen). Het is het verhaal van de voorbije jaren, maar dat was ook het verhaal van de jaren twintig. Hoe het toen afliep, is u bekend. Toen de kredietzeepbel uit elkaar spatte, ging het banksysteem kapot en verlamde een venijnige kredietschaarste de economie. Op de koop toe reageerden de centrale banken verkeerd en de Grote Depressie was geboren.
...

Banken die aan financiële alchemie deden door schulden om te toveren in effecten, en vervolgens die effecten voor een veel te hoge prijs (lees: te lage risicovergoeding) verkochten aan nietsvermoedende beleggers (andere banken inbegrepen). Het is het verhaal van de voorbije jaren, maar dat was ook het verhaal van de jaren twintig. Hoe het toen afliep, is u bekend. Toen de kredietzeepbel uit elkaar spatte, ging het banksysteem kapot en verlamde een venijnige kredietschaarste de economie. Op de koop toe reageerden de centrale banken verkeerd en de Grote Depressie was geboren. Om een herhaling van dat onheil te voorkomen, werden de banken in 1935 opgesplitst, ook in België. Het klassieke bankieren werd gescheiden van het zakenbankieren. De klassieke banken werden streng gereguleerd en gecontroleerd, in ruil voor bescherming door de overheid. Het zakenbankieren bleef vrij, maar moest niet rekenen op steun van de overheid als het misging. De opdeling maakte dat ongelukken in het zakenbankieren niet langer de klassieke kredietverlening aan bedrijven en gezinnen besmette. Het banksysteem werd solider en de depositohouder beter beschermd. Die opsplitsing werd de voorbije decennia uitgehold. De liberalisering van de bankenmarkt maakte de baan vrij voor een terugkeer van het universele bankieren. De autoriteiten gaven hun zegen, vanuit het geloof dat de markt zelfregulerend genoeg zou zijn om excessen te vermijden. Quod non. Vandaag herbeleven we een "light"-versie van de jaren dertig. De banken mogen zich daarom verwachten aan een "light" en eigentijdse versie van de Amerikaanse Glass Steagall-act die in 1935 het startschot gaf voor de opsplitsing van de banken. Dat betekent dus niet dat Fortis & co vandaag een tweede keer op het kapblok moeten. De les van vandaag is dat de relatieve vrijheid die het zakenbankieren tot de zomer van 2007 genoot, voltooid verleden tijd is. Dat statuut hebben de bankiers zelf te grabbel gegooid. Het maakt daarbij niet uit of dat in de schoot van een universele bank gebeurt, of via een pure zakenbank. Kredietverliezen trekken in beide gevallen een spoor van vernieling door de resultatenrekening en balans. Want enerzijds waren de klassieke banken hun strenge regels ontvlucht door via effectisering van de buitenbalans naar meer vrijheid en meer winsten te zoeken. En anderzijds is het zakenbankieren een essentieel onderdeel geworden van de klassieke kredietverlening. De verschillende activiteiten zijn via allerhande financiële producten te innig verweven met elkaar en via de effectisering van kredieten zijn zakenbanken een onmisbare schakel in de klassieke kredietverlening geworden. De zakenbank Bear Sterns moest gered worden, of een implosie van het hele banksysteem dreigde. Zakenbankactiviteiten zullen daarom net als de klassieke banken beter gereguleerd worden. Dat wordt de Glass Steagallact van deze tijd: alle bankactiviteiten onder één regelgevende paraplu. De excessen en de belangenconflicten moeten eruit - daar zijn de regelgevers nu mee bezig. Het moet een banksysteem baren dat minder winstgevend is, maar wel duurzamer en schokbestendiger. Alleen zo kunnen Fortis & co het kapblok ontlopen. (T)Door Daan Killemaes