Voor bedrijven kwam het er vorig jaar in de eerste plaats op aan om op korte termijn te overleven. In 2010 bestaat de uitdaging erin zich weer te concentreren op de toekomst. In vele opzichten is dat het moeilijkste deel van het herstel. De boel draaiend houden in een periode van beroering vereiste bepaalde vaardigheden, maar daarna een onderneming weer op het juiste spoor zetten, stelt het bedrijfsleiderschap pas echt op de proef.
...

Voor bedrijven kwam het er vorig jaar in de eerste plaats op aan om op korte termijn te overleven. In 2010 bestaat de uitdaging erin zich weer te concentreren op de toekomst. In vele opzichten is dat het moeilijkste deel van het herstel. De boel draaiend houden in een periode van beroering vereiste bepaalde vaardigheden, maar daarna een onderneming weer op het juiste spoor zetten, stelt het bedrijfsleiderschap pas echt op de proef. Het was van fundamenteel belang om zich toe te spitsen op de korte termijn omdat de wereldeconomie kelderde in de nasleep van de instorting van Lehman Brothers in september 2008. Zelfs blue-chipbedrijven als General Electric hadden moeite om de fondsen te verzamelen die ze nodig hadden en dus werd cash koning en hakten de ondernemingen in alle mogelijke kosten die niet essentieel waren om de winstgevende - of althans de cashflow genererende - onderdelen van hun activiteit draaiende te houden. De sterkere, beter geleide ondernemingen sneden eerder vet dan spieren weg en zij zouden bijgevolg best wel eens uit de huidige crisis kunnen treden met een nieuwe voorsprong op hun minder chirurgisch ingestelde rivalen. Maar zelfs voor hen maakten de economische schok en de enorme onzekerheid over de toekomst dat voorzichtigheid en risicoafwending het haalden van hogere ambities op lange termijn. Om de crisis te overleven, bestond er misschien geen alternatief voor die bezeten concentratie op de korte termijn, maar het was om te beginnen precies dit soort endemische kortetermijnvisie die het bedrijfsleven in de knoei bracht. Naarmate de bedrijven schulden opstapelden om steeds riskantere waagstukken te financieren, werkte het financieel systeem zich in een positie waarin het alleen draaiend kon gehouden worden door een massale tussenkomst van de overheden overal ter wereld. In zijn contacten met de bedrijven verspreidde het financieel systeem hetzelfde kortzichtige virus dat naar zijn eigen ondergang zou leiden en dat in de bestuurkamers van al te veel ondernemingen de overtuiging aanwakkerde dat de volgende winstaankondiging en de koers van het aandeel van de volgende dag het enige was wat telde. In 2010 zal er veel discussie zijn over de eerste - en politiek meest geladen - stap die moet worden gedaan om het hele systeem te focussen op de langere termijn, met name de hervorming van de wijze waarop de topkaders in bedrijven vergoed worden. In de financiële sector schiepen kortetermijnbonussen, die uitbetaald werden lang voor het duidelijk werd of een transactie al dan niet deugdelijk was. Dat moet nu vervangen worden door een bonusformule die ervoor zorgt dat de dealmakers in de wachtstand gezet worden tot de intrinsieke waarde - of niet - van de transactie duidelijk geworden is. Op dezelfde wijze moedigden al te veel aandelen- en aandelenoptieplannen de kortetermijnvisie aan door bazen te belonen voor zaken die de aandelenkoers van hun firma lang genoeg opdreven om ze te kunnen verzilveren. Dat gebeurde evenwel ten koste van investeringen in de waarde van de onderneming op lange termijn. Het is zinvol dat topmanagers een groot deel van hun bezoldiging uitbetaald krijgen in de vorm van aandelen van de onderneming die ze leiden om ervoor te zorgen dat hun belangen zo dicht mogelijk aanleunen bij die van de meerderheid van de aandeelhouders. Toch moet van hen geëist worden dat ze die effecten minstens een jaar nadat ze het bedrijf verlaten hebben aanhouden. Als de managers in 2010 niet krachtdadig ingrijpen om de bezoldigingen te hervormen en zo een langetermijnvisie aan te moedigen, zullen ze daar waarschijnlijk nog spijt van krijgen. Politici hebben al gereageerd op de publieke woede over overbetaalde topmanagers, vooral dan diegenen die zich verrijkten terwijl ze de wereld-economie op de knieën dwongen. Hoe langer de ondernemingswereld draalt om de bezoldigingen te hervormen, hoe meer de politici tussenbeide komen. Een hervorming van de vergoedingen vormt op zich nog geen garantie voor een aanpak op lange termijn. Daarvoor is een bredere omvorming van de corporate governance nodig zowel in de bestuurskamer als in de relatie tussen topmanagers, bestuurders en institutionele aandeelhouders, die het eigenaarschap van ondernemingen in toenemende mate domineren. Die institutionele beleggers - pensioenfondsen, beleggingsfondsen en dies meer - dragen een groot deel van de schuld voor de kortetermijnvisie wegens hun obsessie met de aandelenkoersen van vandaag, hun voorkeur voor het veelvuldig kopen en verkopen van aandelen boven de uitbouw van een duurzame relatie met de firma's waarin ze investeren. En hun onwil om bedachtzaam gebruik te maken van hun stemrecht, vooral als ze daarmee ingaan tegen de wensen van het management. In 2010 zou het publiek zijn aandacht moeten richten op de manier waarop die instellingen, die de pensioenreserves van de meeste mensen beheren, ertoe kunnen gebracht worden om zich te concentreren op waardeschepping op lange termijn. Het zou ten zeerste nuttig zijn indien de bedrijfsleiders daarbij een positieve rol zouden spelen in plaats van zich te bezondigen aan een voorspelbare tegenwerking van elke poging om de corporate governance te verbeteren. Een focus op de langere termijn verandert de ondernemingen fundamenteel. Ten eerste stijgen de investeringen in innovatie en niet het minst in de ontwikkeling van goedkopere producten om tegemoet te komen aan de behoeften van de nieuwe 'zuinige consument'. Een tweede verandering bestaat in een nog grotere concentratie op opkomende economieën zoals China.Vooruitdenkende multinationals uit de rijke wereld verplaatsen meer van hun topmanagers naar ontwikkelingslanden, zodat ze die markten beter leren doorgronden. De nadruk zal ook meer gelegd worden op corporate citizenship, vooral in strategieën die erop gericht zijn 'wel te varen door het goede te doen', waarbij de ondernemingen het publiek proberen te overtuigen van hun pas ontdekte langetermijnvisie door aan te tonen dat hun activiteiten niet alleen draaien om geld, maar ook om de opbouw van een betere wereld. Als de managers vorm geven aan hun strategie voor 2010 moeten ze uit hun recente ervaringen alvast duidelijk één les trekken: tenzij de bedrijfswereld een meer duurzame houding aanneemt, zal het waarschijnlijk niet lang meer duren voor de volgende crisis aan de deur klopt. DE AUTEUR IS REDACTEUR AMERIKAANS BEDRIJFSLEVEN VAN THE ECONOMIST. Door Matthew Bishop2010 Als de managers niet krachtdadig ingrijpen om de bezoldigingen te hervormen en een langetermijnvisie aan te moedigen, krijgen ze er spijt van.