Buiten snijdt de laatste kou van de prille lente, binnen geurt een roze zee van weelderig bloeiende rozen in een behaaglijke warmte. Drie hectaren groot is de serre van Power Roses. Zaakvoerder Jan Philippo groeide op tussen de rozen van zijn vaders teeltbedrijf. "Ik kom goed overeen met mijn broer, maar samen de zaak van mijn vader leiden, vond ik toch een risico," zegt hij. Dus trok hij naar Nederland, waar de landbouwingenieur aan de slag ging als teelttechnisch adviseur. Hij leerde er Jan-Pieter Stehouwer kennen. In 1995 richtten ze in Kalmthout samen Power Roses op (onder de statutaire naam Gerbera Power), in 2006 goed voor 2,1 miljoen euro omzet en wellicht zo'n 250.000 euro winst. Vandaag bezit Philippo 51 % en Stehouwer 49 % van de aandelen.
...

Buiten snijdt de laatste kou van de prille lente, binnen geurt een roze zee van weelderig bloeiende rozen in een behaaglijke warmte. Drie hectaren groot is de serre van Power Roses. Zaakvoerder Jan Philippo groeide op tussen de rozen van zijn vaders teeltbedrijf. "Ik kom goed overeen met mijn broer, maar samen de zaak van mijn vader leiden, vond ik toch een risico," zegt hij. Dus trok hij naar Nederland, waar de landbouwingenieur aan de slag ging als teelttechnisch adviseur. Hij leerde er Jan-Pieter Stehouwer kennen. In 1995 richtten ze in Kalmthout samen Power Roses op (onder de statutaire naam Gerbera Power), in 2006 goed voor 2,1 miljoen euro omzet en wellicht zo'n 250.000 euro winst. Vandaag bezit Philippo 51 % en Stehouwer 49 % van de aandelen. In 1995 was de serre van Power Roses maar de helft zo groot. Het duo kweekte er gerbera's. In 2001 werd de oppervlakte verdubbeld en voor de helft gevuld met rozen. Zo speelden de telers in op de modegebonden bloemenmarkt, waarin gerbera's steeds minder hip bleken. Twee jaar later vulden alleen nog rozen de serres. De koerswijziging werd gefinancierd met eigen middelen. De bank wilde immers niet mee. De uitbreiding in 2001 en de teruglopende gerberaverkoop leidden eind 2002 tot een gecumuleerd verlies van 290.000 euro. Maar Philippo had een betere kijk op de zaken dan de bankier. Sinds 2003 loopt het beter en in 2006 werd het verlies uit het verleden meer dan weggewerkt. Met zijn roze rozen gaat het bedrijf in tegen de huidige trend. De meeste kwekers kiezen voor rode of witte bloemen, die gegeerd zijn rond winterse feestdagen als Kerstmis of Valentijn. Gelukkig voor Philippo en Stehouwer zijn Engelse vrouwen weg van de roze soorten Heaven en Aqua. Het grootste deel van de 300.000 bloemen die tijdens drukke periodes wekelijks de glazen deur uitgaan, komt dan ook in Engeland terecht. Alle rozen maken een tussenstop in veiling FloraHolland in het Nederlandse Rijnsburg. De bloemenveiling in Brussel is voor Power Roses te kleinschalig. Nederland is van oudsher hét bloemenland. Voor Philippo is het nog steeds het belangrijkste concurrentieland, al rukt de import uit landen als Kenia en Ethiopië op. "De hoge energieprijs deed heel wat hectaren rozen verdwijnen in Nederland. In Kenia verdrievoudigde de teelt," weet Philippo. "De concurrentie met zulke landen kunnen we niet winnen. We moeten gewoon... overleven."Vele glastuinbouwbedrijven gebruiken zoveel mogelijk licht om de rozenkwaliteit te verbeteren en zo de geïmporteerde bloemen met grote knoppen te imiteren. Power Roses doet precies het tegengestelde: minder belichten, waardoor de knoppen iets kleiner en het aantal bloemen per struik beperkt blijven. De totale omzet per vierkante meter ligt lager, maar in verhouding tot de energiekosten is het rendement beter. Wanneer we door de serre wandelen, is Philippo veeleer zwijgzaam. Hij lijkt niet gepassioneerd door zijn rozen. Als het over kosten- en energiebesparingen gaat, lichten zijn ogen op. Een strikt financieel management is zijn troef. Zelfs de keuze van de rozentypes Aqua en Heaven is geen toeval: ze hebben een kleine energiebehoefte (in tegenstelling tot rode rozen) en zijn doornloos, zodat ze minder arbeidsintensief zijn. In 2006 zorgde Power Roses voor de belangrijkste energiebesparende investering (1,3 miljoen euro): een centrale voor warmtekrachtkoppeling (WKK), zeg maar een gasmotor die elektriciteit produceert. In 2007 moet ze al 250.000 euro energiekosten besparen. Niets gaat verloren: de warmte die vrijkomt door het koelen van de motor wordt gebruikt in de serre en de rookgassen die de WKK uitstoot, worden gebruikt als CO2-bemesting. De besparing kan grotendeels gerealiseerd worden via WKK-certificaten. De elektriciteitsleveranciers moeten een deel van hun verkochte elektriciteit uit WKK's genereren. Wanneer ze daar zelf niet in slagen, kunnen ze certificaten kopen bij bedrijven als Power Roses. Voor de verkoop van de certificaten en de overige elektriciteit richtten de eigenaars Power Energy Kalmthout op. Die bvba verkocht de certificaten vorig jaar aan Nuon tegen 40 à 42 euro per stuk (voor een volledig jaar komt dat neer op zowat 500.000 euro). Een lage prijs, als je bedenkt dat energieleveranciers 45 euro boete moeten ophoesten per ontbrekend certificaat. "We proberen de certificaten maandelijks te verkopen, omdat we het geld nodig hebben om vooral de gasrekening te betalen. De maatschappijen moeten hun certificaten maar één keer per jaar inleveren. Daarom proberen ze in het begin van de periode een lagere prijs te geven," legt Philippo uit. De WKK-centrale zorgt voor meer elektriciteit dan nodig. De overtollige energie wordt verkocht aan elektriciteitsmaatschappijen. Voor het hele jaar moet wel vooraf opgegeven worden hoeveel elektriciteit er geleverd zal worden, per kwartier. Wijkt het aanbod daarvan meer dan 10 % af, volgt een boete. "Best mogelijk dat we volgend jaar samenwerken met een gespecialiseerd bedrijf als Siemat, dat in ruil voor een commissie de certificaten en het teveel aan elektriciteit verkoopt," commentarieert Philippo. Verder investeren, behoort vandaag niet tot de toekomstplannen van Power Roses, al durft Philippo dat niet met zekerheid te zeggen. "In 2005 zeiden we de bank dat we stopten met investeren. Enkele maanden later belden we terug om de WKK aan te kondigen." Investeringen durven zich wel eens opdringen, want glastuinbouwbedrijven moeten zich aan steeds strenger wordende milieunormen houden. Dat die niet altijd even duidelijk zijn, ondervond Philippo onlangs. "Uw voorraadtank waarin het afvoerwater wordt opgeslagen voor recuperatie loopt over. Dat is niet toegestaan," zeiden de milieu-inspecteurs. "Toen ik hen verklaarde dat er volgens Map 3 pas binnen enkele jaren een oplossing moet zijn voor het teveel aan afvoerwater, antwoordden ze: Juist, maar wij zijn van Vlarem en daar mag het niet." Guido Muelenaer Sjoukje Smedts