Onlangs kreeg minister van Financiën Koen Geens (CD&V) in het parlement weer eens een vraag over de fiscale behandeling van vzw's. Een vzw dient niet om haar leden te verrijken, maar om een onbaatzuchtig en maatschappelijk behartigenswaardig project te realiseren. Fiscaal is een vzw onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Als ze commerciële handelingen stelt of diensten aanbiedt om haar werking te financieren, hoeft ze op de nettowinst geen belasting te betalen. Om misbruiken te voorkomen bepaalt de wet dat een vzw alleen ontsnapt aan die belasting als de commerciële activiteit bijkomstig is tegenover haar onbaatzuchtige activiteit. Bovendien verwacht de overheid dat ze haar commerciële handelingen op een bescheiden manier organiseert. In dat verband wordt vooral gekeken naar de middelen en het personeel die de vzw inzet: die moeten ver...

Onlangs kreeg minister van Financiën Koen Geens (CD&V) in het parlement weer eens een vraag over de fiscale behandeling van vzw's. Een vzw dient niet om haar leden te verrijken, maar om een onbaatzuchtig en maatschappelijk behartigenswaardig project te realiseren. Fiscaal is een vzw onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Als ze commerciële handelingen stelt of diensten aanbiedt om haar werking te financieren, hoeft ze op de nettowinst geen belasting te betalen. Om misbruiken te voorkomen bepaalt de wet dat een vzw alleen ontsnapt aan die belasting als de commerciële activiteit bijkomstig is tegenover haar onbaatzuchtige activiteit. Bovendien verwacht de overheid dat ze haar commerciële handelingen op een bescheiden manier organiseert. In dat verband wordt vooral gekeken naar de middelen en het personeel die de vzw inzet: die moeten verschillen met de aanpak van gewone handelsondernemingen. Het voordelige fiscale regime brengt ondernemers soms in de verleiding hun activiteiten geheel of gedeeltelijk onder te brengen in een vzw. De statuten maken dan melding van een perfect verdedigbaar onbaatzuchtig maatschappelijk doel, terwijl de dagelijkse werking van de vzw volledig ten dienste staat van commerciële verrichtingen. Voorbeelden daarvan zijn cafetaria's, bejaardentehuizen die worden uitgebaat in de vorm van een vzw, en culturele evenementen en sportmanifestaties die worden georganiseerd door een vzw, maar die een overwegend commercieel oogmerk hebben. Als het winstoogmerk primeert of de vzw werkt zoals een gewoon handelsbedrijf, is er sprake van een onechte of schijn-vzw. Die is niet onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, maar aan de vennootschapsbelasting. Op haar winst betaalt ze de gewone winstbelasting van 33,99 procent. Als de fiscale administratie vindt dat een vzw onecht is, moet ze daarvoor bewijzen aanvoeren. In 2008 heeft de fiscus in iedere provincie een dienst geïnstalleerd die gecoördineerde controleacties organiseert. Maar de minister van Financiën erkent dat het nog altijd niet eenvoudig is het juiste fiscale statuut van een vzw te bepalen. In zijn antwoord op de parlementaire vraag voegde hij daaraan toe dat de loutere lezing van de statuten van een vzw niet toelaat om in de ene of de andere richting te beslissen. De minister bevestigt daarmee de relativiteit van de statuten van een rechtspersoon. In de fiscaliteit heeft de werkelijkheid voorrang. De fiscale wetgeving moet worden toegepast op de reële handelingen van de rechtspersoon. Die regel geldt niet alleen voor vzw's, maar ook voor natuurlijke personen en handelsvennootschappen. Als een vennootschap handelingen stelt buiten haar statutaire doel en daaruit opbrengsten haalt, twijfelt niemand eraan dat ze daarop belasting moet betalen. Veel minder eensgezindheid bestaat er over de fiscale aftrekbaarheid van de kosten die de vennootschap maakt voor handelingen die niet precies in de statuten staan. Het typevoorbeeld zijn investeringen in private woningen door een vennootschap. Een vennootschap kan bedrijfseconomisch goede argumenten hebben om in onroerend goed te investeren. Als ze daar een bedrijfsleider gebruik van laat maken, krijgt de bedrijfsleider een belastbaar voordeel. Als de vennootschap aantoont dat de investering past in haar werking, is er geen reden om de aftrek van de afschrijving of de gebruikskosten van de investering te weigeren. Over de aftrekbaarheid van beroepskosten luidt de rechtspraak van het Hof van Cassatie dat de aftrek moet worden toegestaan als de uitgaven inherent zijn aan de maatschappelijke activiteit van de vennootschap. Te gemakkelijk wordt maatschappelijke activiteit in de dagelijkse praktijk gelijkgesteld met het maatschappelijke, statutaire doel van de vennootschap. Die gelijkstelling doet afbreuk aan het werkelijkheidsbeginsel van het fiscale recht, dat verder kijkt dan het statutaire doel van een vennootschap. In het fiscale recht primeert de vraag welke opbrengsten de vennootschap heeft gerealiseerd en welke uitgaven ze heeft gedaan om haar maatschappelijke doel te realiseren.Luc Maes is voorzitter van de Fiscale Hogeschool en hoofdredacteur ad interim van Fiscoloog. LUC MAESDe fiscale wetgeving moet worden toegepast op de reële handelingen van de rechtspersoon.