TRENDS. Is een fiscale responsabilisering van de deel-staten van essentieel belang voor de prestaties van de Vlaamse, Waalse en Brusselse economie?

FRANK NAERT. "In een federale staat financieren de regionale entiteiten zich altijd via een mix van eigen inkomsten en dotaties van het nationale niveau. In de Belgische federatie zit die mix (met slechts een derde eigen ontvangsten) niet goed. Uiteenlopende beleidsvoorkeuren in onder meer het arbeidsmarkt- en gezond-heidsbeleid in het noorden en het zuiden van het land blijken genoeg uit de feiten en rechtvaardigen een groter aandeel eigen ontvangsten. Omgekeerd is er ook weinig economische onderbouw voor het relatief hoge niveau van de dotaties. Die moeten in principe corrigerend werken ten opzichte van de fiscal...

FRANK NAERT. "In een federale staat financieren de regionale entiteiten zich altijd via een mix van eigen inkomsten en dotaties van het nationale niveau. In de Belgische federatie zit die mix (met slechts een derde eigen ontvangsten) niet goed. Uiteenlopende beleidsvoorkeuren in onder meer het arbeidsmarkt- en gezond-heidsbeleid in het noorden en het zuiden van het land blijken genoeg uit de feiten en rechtvaardigen een groter aandeel eigen ontvangsten. Omgekeerd is er ook weinig economische onderbouw voor het relatief hoge niveau van de dotaties. Die moeten in principe corrigerend werken ten opzichte van de fiscale autonomie en de eventuele belastingconcurrentie die dat met zich brengt. Een correctie ten belope van 66 procent van de middelen is dus sterk overdreven. Een verschuiving van dotaties naar meer eigen inkomsten kan ook een gezonde fiscale concurrentie met zich brengen, waardoor ook een beter economisch beleid in de regio's kan worden verwacht." NAERT. "Hoe mobieler de belastbare basis, hoe belangrijker het probleem van de fiscale concurrentie wordt. Kapitaal is gemiddeld mobieler dan arbeid, en dus kan het regionaliseren van de vennootschapsbelasting problematischer zijn dan het regionaliseren van de personenbelasting. Er bestaat wel empirisch bewijsmateriaal voor de stelling dat verschillen in vennootschapsbelasting minder belangrijk zijn voor de locatie van bedrijven dan agglomeratie-effecten - bijvoorbeeld de beschikbaarheid van geschoolde arbeid, aanwezigheid van toeleveranciers of korte logistieke lijnen. De vraag is in hoeverre dit in het kleine België relevant is. Stel dat Vlaanderen de vennootschapsbelasting lager zou zetten dan Brussel, dan kunnen veel Brusselse bedrijven daarvan profiteren door zich aan de andere kant van de Ring van Brussel te vestigen, zonder de agglomeratievoordelen te verliezen. Dan lijkt de vier keer zo omvangrijke personenbelasting in dit opzicht een betere target. Ook voor de mobiliteit van de belastingbasis is dat een betere optie." NAERT. "Ondanks de hervorming van de personenbelasting in het begin van het millennium blijft de belasting op arbeid in België tot de hoogste van de OESO-landen behoren. Een verlaging van de lasten moet een prioriteit blijven, in principe te financieren door een daling van de uitgaven. Alternatieven bij andere belastingcategorieën liggen bijvoorbeeld bij de btw. De opbrengsten liggen daar ongeveer op het gemiddelde van de gehele OESO, maar afschaffen van een aantal verlaagde tarieven - zelfs met compensatie voor de daardoor getroffen lagere inkomensklassen - kan volgens de OESO tot 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) opbrengen. Nog betere targets kunnen de spaarbelastingen zijn. In België is dat een inconsequent allegaartje. Sommige vormen van sparen worden op uiteenlopende wijze belast (beleggingen), andere worden gesubsidieerd (wonen, pensioensparen). Misschien moet daar eens naar gekeken worden. Zo leveren in België de belastingen op onroerend goed slechts 0,5 procent van het bbp op, tegen 2,5 à 3,5 procent in Canada, de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.