Wie int welke belastingen?

Principieel berust de macht om belastingen te heffen bij de federale overheid. Dit betekent de bepaling van het tarief en de belastbare grondslag. In het raam van de staatshervorming krijgen de gemeenschappen en gewesten een gedeelte van deze inkomsten om hun regionale taken uit te kunnen oefenen. Daarnaast beschikken ze sinds de bijzondere financieringswet van 1989 - aangevuld door latere staatshervormingen - over de bevoegdheid eigen belastingen in te voeren. Bijvoorbeeld: registratierechten of successierechten. Ook mogen de gewesten in de personenbelasting voordelen toekennen met een maximum van 6,75 % van de opbrengsten in het betrokken gewest. Zo geeft ...

Principieel berust de macht om belastingen te heffen bij de federale overheid. Dit betekent de bepaling van het tarief en de belastbare grondslag. In het raam van de staatshervorming krijgen de gemeenschappen en gewesten een gedeelte van deze inkomsten om hun regionale taken uit te kunnen oefenen. Daarnaast beschikken ze sinds de bijzondere financieringswet van 1989 - aangevuld door latere staatshervormingen - over de bevoegdheid eigen belastingen in te voeren. Bijvoorbeeld: registratierechten of successierechten. Ook mogen de gewesten in de personenbelasting voordelen toekennen met een maximum van 6,75 % van de opbrengsten in het betrokken gewest. Zo geeft Vlaanderen een forfaitaire jobkorting en een selectieve vermindering voor wie in het Arkimedesfonds investeert. Theoretisch zijn vier pistes mogelijk. Het Zwitserse model voorziet in een (laag) federaal basistarief, waar de deelgebieden een extra heffing bovenop leggen. Dat zijn geen opcentiemen, maar een afzonderlijke belasting. Deze opbrengst gaat naar de regio's. In een tweede vorm kunnen de deelgebieden regionale selectieve 'aftrekken' of belastingskredieten toekennen. De derde optie is een gewestelijke korting, waarvoor kandidaat-premier Yves Leterme (CD&V) pleit. Aangezien deze maatregel volledig ten laste van de regionale begroting valt, kunnen de deelgebieden zelf het bedrag van hun geschenk bepalen. Zo wil Vlaanderen subsidies aan bedrijven omzetten in kortingen op de vennootschapsbelasting. Naar verluidt, heeft MR-voorzitter Didier Reynders daar weinig moeite mee, op voorwaarde dat het gewest alleen maar een verlaging mag toestaan. Op Waals niveau is namelijk de PS aan de macht. De liberalen willen de socialisten niet de kans geven deze bevoegdheid te misbruiken om de fiscale druk op de bedrijven te verhogen. Ten slotte kun je natuurlijk de deelgebieden ook zelf de volledige personen- en vennootschapsbelasting laten innen. Sinds ruim een jaar beschouwt de Europese Commissie de regionalisering van de vennootschapsbelasting niet meer als een steunmaatregel, tenminste als elk gewest dezelfde kansen krijgt. Bovendien blijft de belastbare grondslag federaal, waardoor de invoering van een gedeeltelijke autonomie geen grote complicaties voor het bedrijfsleven oplevert. De belastbare basis van ondernemingen, die in meer dan een gewest actief zijn, kan forfaitair verdeeld worden op basis van eenvoudige winstparameters zoals omzet, activa, werknemersbestand en loonmassa. Zo vermijd je het ingewikkelde systeem van verrekenprijzen en de verplaatsing van maatschappelijke zetels. Wat de personenbelasting betreft, blijven de taalbarrière en de werkplaats belangrijke struikelblokken voor een eventuele volksverhuizing. In strikte zin niet. De belastbare basis van onze zuiderburen is kleiner, waardoor een substantiële tariefverlaging minder kost dan in Vlaanderen. Zo kan het Waalse Gewest met betere voorwaarden uitpakken, wat investeerders aantrekt en de economie stimuleert. Op termijn liggen de terugverdieneffecten dus hoger. Kijk naar Ierland, dat met een aanslagvoet van 12,5 % voor vennootschappen uit het slop raakte. Als via fiscale autonomie de gewesten zelf een eigen tarief innen, dreigt Wallonië wel de budgettaire transfers - naargelang van de studie geschat tussen 2,1 en 5,3 miljard euro - te verliezen. Door Eric Pompen