De derde sessie van de Trends Summer University focuste op de banken die onder toenemende regelgevende, monetaire en digitale druk staan. Hoe ziet de toekomst van de financiële sector eruit, en wat wordt het nieuwe businessmodel voor de banken?
...

De derde sessie van de Trends Summer University focuste op de banken die onder toenemende regelgevende, monetaire en digitale druk staan. Hoe ziet de toekomst van de financiële sector eruit, en wat wordt het nieuwe businessmodel voor de banken? Niemand is beter geplaatst om de problematiek van de banksector te duiden dan Luc Coene, de gouverneur van de Nationale Bank van België. Zijn uiteenzetting over de gevolgen van de crisis was bijzonder duidelijk: "De fundamenten van de Belgische financiële sector werden in 2008 en 2011 aan het wankelen gebracht. Op Dexia na (zie kader 'Elke nieuwe crisis kan Dexia weer in de problemen brengen') zijn de meeste instellingen er evenwel in geslaagd zich te herstellen en de crisis te verteren. Ze kunnen nu weer naar de toekomst kijken. Maar het is geen zonnige toekomst. De hemel blijft bewolkt en er dreigt regen te vallen." Het probleem is dat, ondanks de soepele monetaire politiek van de ECB, de economie in Europa blijft slabakken en de inflatie heel laag blijft. "Er is nog altijd een gebrek aan vertrouwen", stelt Coene vast. "Te veel landen in Europa kampen met een begrotingstekort en een schuldenberg. Daarom heeft de ECB in juni beslist een nieuw liquiditeitsmechanisme voor de banken te creëren, de targeted LTRO's. Die kunnen oplopen tot 400 miljard euro, geld dat goedkoop aan de banken uitgeleend wordt op voorwaarde dat ze het gebruiken om kredieten te verstrekken aan de reële economie." Sinds 2008 hebben de Belgische financiële instellingen zich aangepast door hun niet-kernactiviteiten (trading, derivaten,...) en hun activiteiten in het buitenland af te bouwen. Van de 1600 miljard euro activa van voor de crisis blijft momenteel nog amper 1000 miljard over. "Dat is een gigantische daling", beklemtoont Coene. "We zijn zowat het enige land in Europa dat zo'n belangrijke schuldafbouw in zo'n korte tijd gerealiseerd heeft. Door die afbouw zijn de solvabiliteitsratio's van onze banken gevoelig verbeterd." De rendabiliteit is een andere zaak, beseft de gouverneur van de Nationale Bank: "De banken werken wel aan een verlaging van hun kosten, maar voorlopig blijft de rendabiliteit van de sector laag. Doordat zowat alle banken zich gelijktijdig hebben teruggeplooid op hun thuismarkt, is de concurrentie heviger dan ooit. De rentemarge staat onder zware druk, en dat kan een probleem vormen. Verschillende banken moeten immers voldoende winst opzij kunnen zetten om hun kapitaalbuffers te versterken." Er zit niets anders op dan de kostenniveaus, die in België nog altijd boven het Europese gemiddelde liggen, verder te verlagen. Dat zal vermoedelijk hand in hand gaan met een doorgedreven digitalisering. Maar er zijn grenzen aan de kostenreductie, beseft Coene. Volgens de gouverneur van de Nationale Bank zijn er gewoon te veel banken actief op de Belgische markt: "Om onder normale voorwaarden te kunnen bankieren, moet de markt uitgezuiverd worden. Het financiële systeem is nog altijd op maat van de situatie van voor de crisis, buitensporig groot in verhouding tot de noden van de economie. Die overcapaciteit moet op een sociaal aanvaardbare manier afgebouwd worden." De gouverneur voorspelt in de volgende jaren een consolidatiebeweging: "Het is voorlopig niet duidelijk of het een Belgo-Belgische consolidatie wordt, of een op Europese schaal. Maar zodra de balansdoorlichting door de ECB achter de rug is, kan de consolidatie versneld gebeuren." Hij pleit ook voor een hervorming van de spaarfiscaliteit: "De fiscale vrijstelling op het spaarboekje zorgt ervoor dat heel wat goedkoop spaargeld naar het bancaire systeem geleid wordt. Anders gesteld: de Belgische staat subsidieert de banken via de spaarfiscaliteit. Maar er zijn in België onvoldoende projecten om alle spaargeld in kredieten om te zetten, waardoor een groot deel van deze middelen naar het buitenland vloeit. Tot wat dient deze spaarfiscaliteit, als vooral de economie van andere landen er beter van wordt? Dit systeem is onverdedigbaar geworden, en dient te worden aangepast." Dat zal de banken pijn doen, weet Coene, maar dat kan worden opgevangen door een overgangsperiode in te bouwen: "Het gaat om een pakket van 300 miljard euro goedkope financiering, waarvoor de banken ten minste gedeeltelijk een substituut moeten zoeken. Brutaal deze liquiditeitslijn doorknippen, kan leiden tot een forse verhoging van de financieringskosten van de banken, en dat zou niet verstandig zijn. Een overgangsperiode van drie tot vijf jaar lijkt aangewezen." Jacques Favillier, oud-CEO van Beobank, is het niet eens met de stelling dat het Belgische spaargeld naar het buitenland vloeit: "Bij Beobank is geen sprake van een transfer van spaargeld van Belgische klanten naar de Franse moedermaatschappij Crédit Mutuel. Net zoals vele kleine banken in België is onze commerciële balans in evenwicht. Wat er aan deposito's uitstaat, correspondeert met de kredieten aan particulieren in België. Het is niet zo dat wij in België geld ophalen om het moederhuis te financieren." Favillier bestempelt het spaargeld bovendien als een dure financieringsbron voor de banken: "Het spaarboekje heeft nagenoeg dezelfde modaliteiten als een zichtrekening. De klant kan op elk moment aan zijn centen. Zeker in tijden van lage rente is de marge op dit spaargeld gewoon te laag. Voor mij ligt het grootste risico voor de banksector bij de vlakke rentecurve. Als die nog een hele tijd vlak blijft, dreigen we langzaam te stikken." John Heller, CEO van Argenta, beklemtoont dat zijn bank 90 procent van het spaargeld weer in de reële economie investeert. Maar dat is niet exclusief in ons land, Argenta kent ook kredieten toe in Nederland. En dat vindt Heller logisch: "België is een van de rijkste landen van Europa, en zal dus altijd een overschot aan spaargeld hebben. Alle spaargeld in België investeren lukt gewoon niet. En het zou ook niet gezond zijn. De Nederlandse pensioenspaarvermogens zijn meer dan 1000 miljard euro groot, en daarvan is slechts 15 procent in Nederland geïnvesteerd. Dat zegt iets over de open economie waarin we leven en de weg die we met ons bancair systeem zijn ingeslagen." Daar is Max Jadot, CEO van BNP Paribas Fortis, het volmondig mee eens: "We moeten geloven in het Europese model, waarbij banken ondernemingen financieren in België én in het buitenland. We hebben een muntunie gecreëerd en zijn bezig een bankenunie te construeren. Ik wil niet terug naar de tijd van de Belgische frank." Jadot vindt dat we fier mogen zijn op ons systeem van spaarfiscaliteit: "Het ligt aan de basis van de rijkdom en de welvaart van dit land. We mogen niet vergeten dat het fiscaal aanmoedigen van spaargedrag de banken heeft toegelaten de economische groei te financieren. Kredieten zijn niet duur in België. Eigenlijk zijn we het slachtoffer van ons succes. Het spaargeld groeit sneller dan de kredietverlening. Dus is het logisch dat er geld naar buitenlandse projecten vloeit. Maar daarin zit ook de expansie van Belgische bedrijven in het buitenland. We mogen het kind niet met het badwater weggooien. Het komt erop aan onze spaarfiscaliteit te hervormen tot een duurzaam model." Marc Raisière, CEO van Belfius, vindt dat het debat over de spaarfiscaliteit in een ruimer kader gevoerd moet worden: "Het spaarboekje trekt inderdaad heel wat kortetermijnmiddelen aan. Die kunnen niet aangewend worden voor de kredietverstrekking op lange termijn, voor looptijden van 15, 20 jaar of langer. Dat is niet goed want grote publieke projecten komen hierdoor in het gedrang. Bovendien zal de Belgische staat de komende jaren miljarden nodig hebben voor langetermijninvesteringen, bijvoorbeeld om de vergrijzing te financieren. Ook daar moet rekening mee gehouden worden bij een hervorming van de spaarfiscaliteit." In het pleidooi van gouverneur Coene voor een consolidatie van de banksector kan John Heller van Argenta zich niet vinden: "Acquisities worden vaak verantwoord door het feit dat instellingen dan groter en efficiënter worden. Met een cost/income-ratio van 39 procent (exclusief de bankheffingen), bewijst Argenta dat je gefocust, efficiënt en rendabel kunt zijn zonder dat je sectorgenoten moet overnemen. Wij geloven rotsvast in autonome groei." "Ik geloof niet dat de les van de financiële crisis kan zijn: hoe groter een bank, hoe beter ze geleid wordt", vult Jacques Peters van Puilaetco Dewaay aan. "De omvang van de bank is maar één element. Puilaetco Dewaay is actief in een specifieke niche (private banking) met een specifieke strategie, en wij zijn daar heel gelukkig mee. Maar ik geloof wel in een nieuwe concentratiebeweging, ook in private banking waar de commissies onder druk staan en de dienstverlening steeds meer gespecialiseerd wordt." Dreigen banken, als er zich een nieuwe consolidatie voordoet, niet opnieuw 'too big to fail' te worden? Luc Coene is realistisch: "In de bankenwereld geldt het adagio 'small is beautiful' niet. Bankieren is gebaseerd op IT-systemen, wat betekent dat je voldoende volume moet draaien om de kosten te dekken. Banken moeten ook, in het kader van risicospreiding, hun activa zo veel mogelijk diversifiëren. Hoe kleiner de instelling, hoe minder ze kan diversifiëren. En al de kosten verbonden aan de regulering zijn gemakkelijker op te vangen door een grote dan door een kleine instelling. Als je al die elementen optelt, moet je vaststellen dat het voor een kleine bank moeilijk wordt, tenzij ze een sterke niche vindt. Dat is wat de meeste kleinere Belgische banken doen. Maar een kleine universele bank kan op geen enkele manier rendabel zijn."PATRICK CLAERHOUT"Het financiële systeem is nog altijd op maat van de situatie van voor de crisis, buitensporig groot in verhouding tot de noden van de economie" Luc Coene "Doordat zowat alle banken zich gelijktijdig hebben teruggeplooid op hun thuismarkt, is de concurrentie heviger dan ooit" Luc Coene