Eind vorig jaar vatte de regering het plan op om het btw-statuut van de overheid grondig te herzien. Het bestaande statuut was immers niet honderd procent in overeenstemming met de Europese fiscale regels. Maar het resultaat gaat verder dan de Europese wetgever wil. Verschillende, vooral lokale besturen zijn daar hevig van geschrokken. Het nieuwe btw-statuut slaat een gat in hun begroting. Vandaar dat onmiddellijk zwaar gelobbyd is om de plannen af te zwakken.
...

Eind vorig jaar vatte de regering het plan op om het btw-statuut van de overheid grondig te herzien. Het bestaande statuut was immers niet honderd procent in overeenstemming met de Europese fiscale regels. Maar het resultaat gaat verder dan de Europese wetgever wil. Verschillende, vooral lokale besturen zijn daar hevig van geschrokken. Het nieuwe btw-statuut slaat een gat in hun begroting. Vandaar dat onmiddellijk zwaar gelobbyd is om de plannen af te zwakken. Maar daar is niets van in huis gekomen. De regering bleek alleen maar bereid de nieuwe regeling een beetje uit te stellen. Volgens de wet geldt zij sinds begin juli van dit jaar (waar zij aanvankelijk begin dit jaar in werking had moeten treden). En onder de aanhoudende druk heeft de administratie ondertussen beslist dat overheidsinstellingen die moeite hebben met het implementeren van de nieuwe regeling, de oude regels tot eind dit jaar mogen toepassen. In werkelijkheid treedt de nieuwe regeling dus pas effectief begin volgend jaar in werking. Tenzij men tegen die tijd tot een verder uitstel beslist (wat naar verluidt niet uitgesloten is). Geld. Verschillende lokale besturen nemen vooral aanstoot aan twee nieuwigheden die hen nogal wat geld dreigen te kosten. Onlogisch zijn die nochtans niet. Ze zijn uitgedacht om op twee punten discriminaties en concurrentieverstoringen weg te werken. Neem bijvoorbeeld een privéziekenhuis. Ziekenhuizen zijn 'vrijgesteld' van btw. Maar als zij tot de privésector behoren, hebben zij in beginsel wel de hoedanigheid van 'btw-plichtige'. Een privéziekenhuis is dus een 'vrijgestelde btw-plichtige'. Die principiële hoedanigheid heeft consequenties. Stel dat het ziekenhuis een softwarelicentie wil aankopen in de Verenigde Staten. Wanneer een btw-plichtige zo'n aankoop doet buiten de Europese Unie, dan wordt die aankoop voor de toepassing van de btw gelokaliseerd in het land van de afnemer. In het voorbeeld is dat België. Het gevolg is dat op deze aankoop Belgische btw verschuldigd is. Die regel geldt ook voor 'vrijgestelde btw-plichtigen'. Het privéziekenhuis in het voorbeeld zal dus op zijn aankoop in de Verenigde Staten, Belgische btw aan de schatkist verschuldigd zijn. En gelet op zijn statuut van 'vrijgestelde' btw-plichtige, kan het ziekenhuis de aldus betaalde btw niet recupereren. Stel nu dat bijvoorbeeld een OCMW-ziekenhuis een zelfde aankoop in de Verenigde Staten verricht. Volgens de oude regels heeft zo'n ziekenhuis niet de hoedanigheid van btw-plichtige. De bijzondere regeling in verband met het lokaliseren van de aankoop in België, is daardoor niet van toepassing. De aankoop van de softwarelicentie zal gewoon geacht worden in de Verenigde Staten plaats te vinden. Het OCMW-ziekenhuis zal derhalve geen btw betalen. De aankoop is daardoor een stuk goedkoper. Openbare ziekenhuizen hebben zodoende een concurrentieel voordeel ten opzichte van ziekenhuizen uit de privésector. Vandaar dat de wetgever overheidsinstellingen die handelingen verrichten waarvoor een 'btw-vrijstelling' bestaat (ziekenhuizen, scholen, enz.), nu ook het statuut van (vrijgestelde) 'btw-plichtige' geeft. Het OCMW-ziekenhuis zal daardoor in het voorbeeld ook Belgische btw verschuldigd zijn. Weg discriminatie. Aannemers. Een ander pijnpunt betreft het 'eigen werk in onroerende staat'. Als een gewone (al dan niet vrijgestelde) btw-plichtige zelf werk in onroerende staat uitvoert (bijvoorbeeld een muurtje metst), dan moet hij daarop in principe btw betalen. Voor hem maakt het - bekeken vanuit de btw - dus niet uit of hij dat werk zelf doet, dan wel het uitbesteedt aan een aannemer. In beide gevallen is btw verschuldigd. Als een overheidsinstelling zelf werk in onroerende staat verricht, dan vormt dat wel een verschil: doet zij een beroep op een aannemer, dan moet zij btw betalen (die zij doorgaans niet kan recupereren). Doet zij het werk zelf, dan betaalt zij (tot nog toe) geen btw. Veel overheidsinstellingen zullen daarom geneigd zijn werk in onroerende staat waar mogelijk zelf uit te voeren. Dat kost hen minder (want geen btw). De aannemers hebben daardoor minder werk. Met die concurrentieverstoring wil de wetgever nu ook komaf maken. Hoe? Opnieuw door de overheidsinstellingen die activiteiten uitoefenen waarvoor een btw-vrijstelling bestaat (ziekenhuizen, culturele instellingen, bibliotheken enzovoort) het statuut te geven van 'vrijgestelde btw-plichtigen'. Automatisch vallen zij dan ook onder de regel dat btw verschuldigd is op eigen werk in onroerende staat. Het luide protest dat daarop gevolgd is, heeft de fiscus al wel een beetje doen inbinden. De nieuwe regeling zal in hoofde van de betrokken overheidsinstellingen niet gelden voor de zelf door hen uitgevoerde 'herstellings-, onderhouds- en reinigingswerken'. Voor andere werken wel. Nodig. Zoals aangetoond, zijn de nieuwe regels niet onlogisch. Maar de vraag is of zij nodig waren, nu blijkt dat ze veel overheidsinstellingen handen vol geld gaan kosten, en vanwege Europa eigenlijk niet hoefden. De ene overheid die andere onderdelen van het overheidsapparaat onnodig fiscaal doet bloeden: ruikt dat niet naar fiscaal masochisme? De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Jan Van Dyck