De banken bereiden zich volop voor op de kapitaal- en liquiditeitsregels van Basel III. Die regels bepalen onder andere dat banken voor langetermijnkredieten een financiering op lange termijn moeten hebben, en die is duurder. Geld van spaarboekjes, dat dagelijks opgevraagd kan worden, gebruiken voor leningen op twintig jaar kan nog, maar houdt een verhoogd risico in. Daarvoor moeten de banken meer kapitaal opzijzetten.
...

De banken bereiden zich volop voor op de kapitaal- en liquiditeitsregels van Basel III. Die regels bepalen onder andere dat banken voor langetermijnkredieten een financiering op lange termijn moeten hebben, en die is duurder. Geld van spaarboekjes, dat dagelijks opgevraagd kan worden, gebruiken voor leningen op twintig jaar kan nog, maar houdt een verhoogd risico in. Daarvoor moeten de banken meer kapitaal opzijzetten. Bedrijfskredieten op lange termijn, en zeker projectfinanciering, dreigen het kind van de rekening te worden. De banken willen die leningen niet meer op hun balans. Ze geven de voorkeur aan activa op kortere termijn, die gemakkelijker te financieren zijn en minder regulatoire eisen stellen. "De moeilijkheden beginnen vanaf een looptijd van vijf jaar", zegt Geert Janssens, econoom van de denktank VKW Metena. "Banken stellen zich steeds terughoudender op. Een looptijd van meer dan zeven jaar is helemaal problematisch." Traditionele bedrijfskredieten hebben een gemiddelde duur van vijf tot zeven jaar. Volgens de banken blijft dit soort kredieten soepel beschikbaar. Maar de meest recente VKW-enquête uit november 2012 wijst uit dat meer dan de helft van de bedrijven het moeilijker heeft om een krediet te verlengen. "Er is misschien geen kredietschaarste in België, maar je kunt zeker praten van kredietverstrakking", vindt Janssens. "Een derde van de kleine bedrijven heeft al te horen gekregen dat de kredietlijnen onzeker zijn." Ook de financiële crisis en de daaropvolgende eurocrisis hebben veel banken zwaar geraakt. Een aantal verkocht al heel wat activa, maar vele hebben nog een hele weg af te leggen in balans- en schuldvermindering. Volgens Amerikaanse studies moeten de Europese banken nog 900 miljard aan activa kwijt om terug te keren tot 'normale' proporties. Het gaat dan vooral om langetermijnactiva, als vastgoed, infrastructuurwerken en projectfinanciering. Dat is een kleine ramp voor de economie omdat in Europa de banken 70 procent van de financieringsmarkt uitmaken. In de VS zijn de verhoudingen omgekeerd: financiering via de kapitaalmarkt is goed voor 70 procent, en de banken vullen de resterende 30 procent in. Onvermijdelijk moet ook Europa de weg op van een groter stuk financiering buiten de banken om. Belgische bedrijven zijn al druk op zoek naar alternatieve financieringsvormen. Heel populair is de financiering door 'bevriende bedrijven en groepen'. Volgens de VKW-enquête overweegt een derde van de respondenten hierop een beroep te doen. Voor ondernemingen die deel uitmaken van een grotere groep is dit de logica zelve. Multinationals werken met cashpoolingsystemen en een centrale thesaurie. Ook private equity wordt als een valabel alternatief gezien, al is dat strikt genomen geen substituut voor bankfinanciering omdat risicokapitaalverschaffers bij voorkeur in het kapitaal stappen. Groeiende fenomenen zijn crowdfunding, waarbij middelen opgehaald worden bij het grote publiek, meestal via het internet of sociale media, en de financiering via klanten- of leverancierskrediet. Je ziet steeds vaker dat leveranciers die financieel sterk staan hun afnemers financieren tot de eindklant betaalt, opdat ze een order zouden kunnen uitvoeren of een project realiseren. "Als bedrijven op die manier samenwerken, creëren ze een win-winsituatie", zegt Geert Janssens. "Nederland staat daarin al verder: men richt er kredietunies op waarbij ondernemingen op een coöperatieve basis samenwerken om cash te poolen en dat geld onderling aan elkaar ter beschikking te stellen onder de vorm van leningen." Er zijn ook steeds meer bedrijven die rechtstreeks een beroep doen op de kapitaalmarkt. Maar voor publieke uitgiftes van bedrijfsobligaties is een stevige naambekendheid en een minimum van 100 miljoen euro vereist. Minder grote bedrijven kunnen hun toevlucht nemen tot een private plaatsing, en professionele investeerders of vermogende families rechtstreeks aanspreken. Ook populair is de mezzaninefinanciering, dit zijn obligaties of kredietleningen die achtergesteld zijn tegenover de andere schuldeisers. Het voordeel van deze leningen is dat ze meegerekend kunnen worden als quasi eigen vermogen. Ook projectfinanciering ligt bij de banken op de slachtbank. Dat is slecht nieuws voor een maatschappij die nood heeft aan nieuwe wegen, scholen, gevangenissen, zieken- en rusthuizen... Vroeger werd de bouw daarvan gefinancierd door een bank of een consortium van banken, dat na de oplevering ook de langetermijnfinanciering voor haar rekening nam. Maar omdat het gaat om leningen met een looptijd van twintig tot dertig jaar haken de banken af. "Het is geen zaak dat de sector geen kredietrisico's meer wil nemen, het heeft alles te maken met het gebrek aan liquiditeit voor lange looptijden. Dat proberen we op te lossen door engagementen te nemen voor bijvoorbeeld tien jaar, waarna we de herfinanciering bekijken", zegt Lode Verstraeten, head of project finance bij KBC. Ook al dragen ze zelf de langetermijnfinanciering niet meer, toch blijft er voor de banken een belangrijke rol bij grote projecten. "Wij hebben de kennis om grote en complexe financiële transacties te structureren", zegt Verstraeten. 'Originate and distribute' wordt volgens hem het nieuwe model voor zeer grote en kapitaalintensieve projecten. "Wij structureren de initiële financiering van het project, zoeken langetermijninvesteerders en coördineren. De banken kunnen de rol spelen van financier, agent en coördinator, die in eerste instantie de financiering tijdens de bouwfase en enkele aanvullende jaren verzorgt, en ervoor zorgt dat in de operationele fase institutionele investeerders op lange termijn de financiering overnemen." Soms neemt een kredietinstelling toch een deel van de langetermijnfinanciering op zich, als een soort geloofsbelijdenis in het project. Dat kan andere investeerders vertrouwen inboezemen. Maar er bestaan ook andere technieken, zegt Tom Geudens, advocaat bij Lydian. "Sommige kredietinstellingen nemen een unfunded risk participation. Ze doen dan niet of slechts beperkt mee aan de financiering, maar ze nemen wel een deel van het risico op zich. Als er terugbetalingsproblemen zijn, engageert de bank zich om in eerste lijn het risico mee te waarborgen." Hoe dan ook is het de bedoeling dat de banken de langetermijnfinanciering grotendeels doorschuiven naar anderen. De partijen die in aanmerking komen, hebben een voorkeur voor langetermijnactiva en worden aangetrokken door de stabiele kasstroom van een infrastructuurproject omdat die vaak beschermd is tegen inflatie. Voor de hand liggend zijn verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, die op zoek zijn naar een hoger rendement dan wat hun uitgebreide portefeuilles overheidsobligaties opleveren. De grote verzekeraars, bijvoorbeeld het Duitse Allianz, zijn al langer actief in projectfinanciering. Ook het Belgische Ageas trok vorig jaar 3 miljard euro uit voor leningen aan infrastructuur- en vastgoedprojecten. Volgens Geudens zijn er ook opportuniteiten voor kleinere verzekeraars. "Er liggen een pak kleinere pps-projecten op tafel. Dan spreek je over de bouw van een nieuwe bibliotheek in een middelgrote Vlaamse stad voor ruwweg 10 miljoen euro. Dat is behapbaar en interessant voor kleinere maatschappijen." Belangrijk om investeerders te overtuigen, is de aanwezigheid van een zogenaamd export credit agency, dat door de overheid gefinancierd wordt en een deel van het project draagt. Internationaal zijn de Europese Investeringsbank (EIB) en de Wereldbank de bekendste. In Vlaanderen neemt de Participatie Maatschappij Vlaanderen (PMV) die taak op zich (zie kader Zo kan het ook). "PMV is zeer actief in projecten, zowel voor wegenwerken, energie als sportinfrastructuur. Ze speelt een stuwende rol, waardoor de markt in Vlaanderen zich goed ontwikkelt", oordeelt Geudens. Federaal springen de pps-projecten voor nieuwe gevangenissen in het oog. Die in Dendermonde, Beveren, Charleroi en Bergen worden gebouwd. De gevangenis van Haren, een project van 500 miljoen euro, staat nog in de steigers. "Vermoedelijk wordt de financiering van de exploitatiefase er volledig of grotendeels gedragen door verzekeringsmaatschappijen. Dat zou een primeur zijn." De advocaat van Lydian beklemtoont dat België steeds meer erkend wordt als een interessant land om in projecten te investeren. "Het juridische klimaat in België is heel gunstig om leningen door ons land te laten vloeien. Onze wetgeving biedt garanties en zekerheden die andere landen niet bieden. Steeds meer buitenlandse investeerders beseffen dat België een betere keuze is dan Duitsland of Frankrijk." De Angelsaksische wereld is al langer vertrouwd met senior debt funds of infrastructure debt funds. Ook in België lijkt de markt rijp voor zulke fondsen, die geld aantrekken bij vermogende families en institutionele investeerders en die investeren in projecten. "Heel wat investeerders zijn op zoek naar meer rendement gekoppeld aan een weinig risicovolle belegging en een stabiele kasstroom", zegt Geudens. "Projectinvesteringen leveren een gemiddelde opbrengst van 3,5 tot 4,5 procent op jaarbasis. En het risico is laag, want de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding wordt betaald door een overheid of overheidsdienst." Ook voor de langetermijnfinanciering van kmo's kunnen zulke fondsen een oplossing bieden, denkt Geert Janssens. "Ik gebruik niet graag de term schaduwbanken, maar er is wel degelijk behoefte aan kredietvehikels die zowel kapitaal als financieringsmiddelen ophalen bij institutionelen, family offices en cashrijke bedrijven. Met dat geld kan voorzien worden in de kredietbehoefte van kmo's. Idealiter stappen ook de banken en de overheid mee in. De banken door er leningen aan toe te kennen en de overheid door bij te dragen tot de kapitaalbuffer." Volgens Janssens wordt in Vlaanderen op verschillende niveaus gewerkt aan de oprichting van zulke fondsen. Bekendst is het kmo-fonds uit het bankenplan van minister-president Kris Peeters, maar Janssens verwacht "dat er in 2013 verscheidene fondsen operationeel worden". Ook Geudens signaleert de nakende oprichting van het eerste Belgische senior debt fund. "Er beweegt van alles. Sommige mensen vrezen dat het gat dat de banken slaan in de financieringsmarkt niet ingevuld raakt, maar met de creativiteit en ondernemerszin die ons land rijk is, kan het lukken." PATRICK CLAERHOUT