April is door de Nederlandse uitgevers uitgeroepen tot maand van de filosofie. Uit de boeken die dat evenement begeleiden, kozen we een markant kwintet. In Filosofenlexicon (Veen Magazines, 206 blz., 32,50 euro) passeren 200 'grote denkers' de revue. De portretten zijn bondig, met citaten werd te zuinig omgesprongen, maar in die beknopte vorm slagen de auteurs er wel in de kernideeën helder voor te stellen. Als u dacht dat overzichtswerken per definitie niet in de diepte graven, moet u dri...

April is door de Nederlandse uitgevers uitgeroepen tot maand van de filosofie. Uit de boeken die dat evenement begeleiden, kozen we een markant kwintet. In Filosofenlexicon (Veen Magazines, 206 blz., 32,50 euro) passeren 200 'grote denkers' de revue. De portretten zijn bondig, met citaten werd te zuinig omgesprongen, maar in die beknopte vorm slagen de auteurs er wel in de kernideeën helder voor te stellen. Als u dacht dat overzichtswerken per definitie niet in de diepte graven, moet u dringend De droom der rede (Ambo, 464 blz., 34,95 euro) raadplegen. Anthony Gott- lieb, redacteur bij The Economist, laat zien hoe de filosofie zich ontwikkelde van de Grieken tot de Renaissance - van Thales, via Plato tot René Descartes (1596-1650), die probeerde aan te tonen dat de nieuwe wetenschap niet strijdig was met religie. "Zo geschiedde het dat het westerse denken de vitaliteit herwon die het aan het eind van de Oudheid had verloren, toen de filosofie haar toevlucht in de haven van vroomheid zocht." Gottlieb portretteert of bloemleest niet zomaar, hij legt verbanden en interpreteert. Echt eenvoudig wordt het nooit, maar Gottlieb vlucht niet gratuit in het jargon. Bovendien heeft hij ook oog voor de context, voor de geschiedenis. Ook Ray Monk weet een complexe theorie tamelijk helder uiteen te zetten én te combineren met een fascinerend portret van een getormenteerd genie in het Wenen en Cambridge van rond de eeuwwisseling. In Ludwig Wittgenstein - De biografie (Prometheus, 638 blz., 27,95 euro) leren we ook dat Wittgenstein zich na zijn doorbraakwerk Tractatus (1922) een tijdlang terugtrok als tuinman en dorpsonderwijzer. En dan is er nog de jongste turf van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk (1947). In Sferen (Boom, 950 blz., 49,50 euro) werden de eerste twee delen van een trilogie vertaald. Enthousiast legt de hoogleraar uit Karlsruhe uit dat de mens zicht omhult met sferen (huis, land, natie) om zich te beschermen tegen anderen en tegen de wereld. Tegelijkertijd geeft hij de persoonlijke ontwikkeling van de mens weer (vanaf de moederschoot) én de ontwikkeling van de mensheid (van stamverband tot globalisering). Een verbluffend leesavontuur én een filosofie van de globalisering. Maar dé sensatie is Kritiek van de zuivere rede (Boom, 704 blz., 49,50 euro). Pas nu, 200 jaar na de dood van Immanuel Kant, is zijn hoofdwerk in het Nederlands vertaald. In die filosofische mijlpaal merkt Kant op dat kennis afhankelijk is van de wijze waarop onze rede de dingen ordent en interpreteert. Keurig uitgegeven monument. Luc De Decker